Strijk langs mijn gezicht.
Op tafel tikken de tranen.
Sta op!
De hemel en het licht.
De stilte verzuchten.
Deze kamer benauwd me.
Wil vluchten.
Niemand vertrouwt me.
Van het paard gevallen.
Pijn in mijn ballen
en een stijve rug.
Ben overvallen.
en kan niet meer terug.
Blazen, tieren.
Strompel overeind.
Klim op haar rug
en laat de teugels vieren.
Vrij, los, open.
Haar hals steunt mijn hoofd.
Uitgeteld, verdoofd.
De duisternis.
Ben erin gelopen
en ik kan niet meer terug.
|
Email this Poetry
|
Add to reading list






