Welcome Visitor: Login to the siteJoin the site


Tags: Tomeloos


poem


Submitted:Jun 19, 2010    Reads: 22    Comments: 0    Likes: 0   


In tomeloos genot
schreeuwen we het uit.

We waren kapot.
Maar nu is zij mijn bruid.

Onbegrepen ruzie
werd ongecontroleerde passie.

Ze keek me aan
alsof ze me wilde slaan,
maar brandde haar tong
in mijn mond.

De liefde ontvlamde.
Een explosie van verlangen
schiep tijdloze banden.

Verweven in het nu
draaien we rond
als zon en maan
om de aarde.

Het laait en het laait.
We springen bijna uit onze voegen.

Als water wat ooit ijs was
stromen onze tranen over het gelaat.
Laten ons het leven proeven.

Ze heeft me vergeven
en ik ben niet meer kwaad.

Zij wil mijn arm en been
niet meer loslaten.

Ze wil niet meer alleen.
Ze wil mij om mee te praten.

Ik pluk de zweetdruppels
op haar rug
als parels in mijn mond.

Het zout smaakt zo zoet
dat ik haar op zou kunnen eten.

Liefde is als een medicijn.

Als je er aan toe kan geven...
is het heel erg gezond.





0

| Email this story Email this Poetry | Add to reading list



Reviews

About | News | Contact | Your Account | TheNextBigWriter | Self Publishing | Advertise

© 2013 TheNextBigWriter, LLC. All Rights Reserved. Terms under which this service is provided to you. Privacy Policy.