Doelloos en stuurloos
drijf ik op een stilstaand meer.
Gewetenloos en gevoelloos
sta ik stil,
want er is geen wind meer.
Dan kijk ik op naar de zon
die mij verwarmt met het licht.
Dan vind ik mezelf weer
in de spiegeling van het water
en zie ik mijn gezicht.
Maar voor ik het kan begrijpen
ben ik al weer aan land.
In een veilige haven.
Ergens ver weg van hier
waar het diepst van mijn gedachte strandt.
|
Email this Poetry
|
Add to reading list






