In het Groen

Reads: 133  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Fantasy  |  House: Booksie Classic

Een verhaal met wat magie...

In het Groen

door Bruno Roggen

 

De reporter van Het Belang van Limburg reed tamelijk tegen zijn zin naar Kattenbos bij Lommel. Het weekend ging beginnen. Hij had gehoopt dat ze op het Belang hem met rust gingen laten. Hij had een afspraak met zijn lief Josiane om het hele weekend naar Middelkerke te gaan. Dat ze hem niet meer met een opdracht zouden opzadelen, dat was ijdele hoop gebleken. Het was toch gebeurd.

Er was iets aan de hand in Kattenbos, en Daniel Prinsen moest gaan uitzoeken wat dat precies was. Een aantal dingen wist Prinsen al, daarover hadden ze hem op het Belang gebrieft:

De transportfirma Eggermont & Zonen had een deeI van het natuurgebied Bosland aangekocht. De Eggermonts wilden daar het bedrijf uitbreiden. Onder andere wilden ze er een grote parking voor vrachtwagens aanleggen. Om dat werk uit te voeren dienden de bomen gekapt. Het transportbedrijf had daarvoor bij de bevoegde instanties vergunning gevraagd. Omdat er zware tegenstand kwam van Groen,  milieubewuste organisaties en groeperingen ter verdediging van de natuur liep het toekennen van de nodige vergunningen vertraging op.

Nu waren de Eggermonts het wachten beu, en ze waren zonder toelating toch begonnen met het omhakken van de bomen. Zelf deed het transportbedrijf Eggermont & Zonen dat niet. Om hun eigendom te ontbossen hadden ze de firma Starohak B.V. uit het Nederlandse Valkenswaard die opdracht gegeven .

Daniel Prinsen was uit Hasselt vroeg in de morgen vertrokken, bij mistig weer. Hij hoopte dat hij de opdracht die hij had gekregen snel zou kunnen afwerken, om dan alsnog met Josiane naar zee te vertrekken.

Net toen hij aankwam werd de mist bij Bosland dikker en dikker. Nevelslierten kronkelden met hun spookachtige ranken door de takken van de bomen. Prinsen was blij met de mist. Het kan later voor een aantal goede foto's zorgen, vooral als de nevel een beetje optrok.

Maar eerst moest Daniel het bos in. Hij stapte uit zijn auto en wou zijn laarzen aantrekken. Er kwam een man op hem af in werkkledij en met een witte veiligheidshelm op zijn hoofd.

“Wat kom jij hier doen?” vroeg hij met een Hollands accent aan Daniel.

“Wie ben jij?” vroeg de reporter. “Waarom vraag je me dat?”

“Ik ben bosbouwingenieur bij Starohak B.V. “We zijn hier aan het werk, in opdracht. Voor je veiligheid is het beter dat je niet het bos ingaat.”

“Ik ben reporter,” zei Prinsen. Hij haalde zijn perskaart uit zijn zak om die aan de ingenieur te laten zien. “Mijn krant heeft me opgedragen om uit te zoeken wat hier aan de hand is. Zijn er hier problemen opgedaagd?”

Even aarzelde het personeelslid van Starohak B.V. Hij bekeek nog eens nauwkeurig de perskaart die de reporter hem had getoond.

“Tja, een probleem…” zei hij tenslotte. “Zo kan je haar wel noemen, ja. We hebben ongeveer een week geleden voor de eerste keer een ongewone vriendin van de natuur te zien gekregen.”

“Wie was dat?“ vroeg Prinsen nieuwsgierig. “Een militante van Groen? Of een strijdbare verdedigster van de natuur?”

“Dat wist ik eerst niet. Een paar dagen geleden ben ik hier naar het bos gekomen om te weten hoe onze medewerkers het best de houtkap zouden aanpakken. Het was iets voor het middaguur toen ik in Kattenbos aankwam. Ik was niet opgezet met de gedachte om met een lege maag in het bos rond te wandelen, dus ging ik Frituur Patattenbos in de Bergstraat naar binnen. Ik ging zitten toen ik me realiseerde dat de frituur veel drukker was dan normaal. Ze zat vol met werklui die feloranje en gele uniformen droegen. Ze zagen eruit als houthakkers of bouwvakkers. '

“Dat is gek, Sooi,” zei de frituuruitbater van achter de toonbank tegen een van die mannen. "Ik zweer het je. We hebben het allemaal gezien."

"En een vrouw heeft dat allemaal gedaan?" Dat intrigeerde me. Ik kende geen vrouw die problemen kon veroorzaken voor een groep onverschrokken houthakkers zoals ons personeel.”

"Wat is er dan gebeurd?" vroeg Prinsen, terwijl hij zijn perskaart terug in zijn zak stak. “Ik ben een verslaggever. Vertel het me maar."

"Wel, al de eerste dag, toen we nog maar pas begonnen waren met het verwijderen van de ondergroei… Een gekke vrouw viel ons aan in het bos."

"Wat? Hoe heeft ze jullie allemaal uit het bos gejaagd?"

“Het was waanzinnig. Een jonge vrouw in een groene jurk kwam aangelopen op onze werkplek. We stopten de machines en probeerden haar weg te jagen. Toen we haar uit het bos probeerden weg te krijgen begonnen er dingen te gebeuren, echt rare, onverklaarbare dingen."

"Zoals?"

'Uit het niets kwam er een regenbui op ons neer. Het ene moment was het zonnig, het andere moment was het windkracht 10, een echt orkaan. Het regende zo hard dat onze machines in de modder begonnen weg te zinken."

"Mij klinkt dat meer als een toeval." zei Daniel Prinsen kritisch.

“Je begrijpt het niet. Ze is een heks."

"Omdat ze een goede timing heeft, en precies verschijnt als het begint te regenen en te waaien?"

"Het was niet alleen de regen. Haar ogen gloeiden en haar stem weergalmde door het bos. Het was spookachtig. Toen we terug naar onze twee vrachtwagens gingen waren die bedolven onder planten.”

“Welke planten? Klimop of zo?"

“Nee, gras, braamstruiken, brem, heide en wilde bloemen. Ze had haar hand op de vrachtwagens gelegd. Het zag er naar uit dat de twee voertuigen zouden worden verteerd en opgeslokt door de bosbodem."

"Wat is er daarna gebeurd?"

“Ze zei dat we weg moesten gaan en nooit meer terug mochten komen. Dat het bos van haar was."

"En heb je geluisterd?"

“Eerst niet. We probeerden de Lommelse politie te bellen. Die wilden niet komen. Ze wilden de eigenaars van Eggermont & Zonen niet in de weg leggen, maar de milieuactivisten voor het hoofd stoten wilden ze evenmin. Ondertussen werd die vrouw in het groen alleen maar gekker. Ze krijste met haar hoofd naar de hemel gekeerd. Ook riep ze van alles in een taal die ik niet verstond. Er was wel iemand van onze werklui die van Duitse afkomst is. Hij beweerde dat de taal die ze sprak Oud-Duits was.  

Toen kwamen er plots wolven aangerend. Niet de wolven die al in Limburg gesignaleerd waren. Deze waren groter en zagen er veel gevaarlijker uit. Tientallen wolven bedreigden ons en joegen ons het bos uit, terug naar Kattenbos.”

“Wel een ongelooflijk verhaal dat je me nu vertelt! Mijn excuses, maar had je niet gedronken of een of andere drug genomen?”

“Helemaal niet! Vandaag is het weer zo’n dag, dat voel ik aan. Nu komt deze mist in het bos naar binnen. Ik wed dat ze zich klaarmaakt om weer aan te vallen.”

"Besef je hoe bizar dit allemaal klinkt?"

"Ik weet. Maar we zijn in deze groep houthakkers met twaalf. We hebben het allemaal gezien."

"Heb je foto's of video’s ervan gemaakt?"

“Nee, maar de vrachtwagens staan er allebei, nog onder de planten en de bloemen. Je zal me wel niet geloven als ik dat zeg."

“Tja, eerst zien en dan geloven…” zei Prinsen. "Ik ga even kijken."

"Ik zou daar niet heen gaan." raadde de ingenieur de verslaggever af. “Ik moet het je zelfs ten stelligste verbieden. Dit is privédomein. Alleen gemachtigden hebben hier toegang. En dan nog, het zou stom zijn als er je iets overkwam.”

"Maak je geen zorgen… Als ik een vrouw met stralende ogen zie zal ik wegrennen."

Er kwam een oude man die met een stok ging en een pet met oorkleppen op zijn hoofd naar ze toe.

“Heb je die met het groene kleed nog gezien?” vroeg hij aan de bosbouwingenieur.

“Nee, voorlopig niet, Casimir,” antwoordde die. “Maar vandaag… Ik heb zo een voorgevoel dat ze weer plots gaat opdagen.”

“Wie bent u, meneer?” vroeg Daniel Prinsen aan de oude man.

"Casimir Lamar. Ik woon hier een beetje verder, in de Bezemstraat.”

“Casimir, heb jij die vrouw ook al gezien?” vroeg Prinsen. “Ik kan echt niet geloven dat ze in echt iedereen die in het bos iets mispeutert kwaad wil.”

“Tja, het is misschien niet zo gek als het klinkt," zei Casimir. "Er is al jaren een vrouw die in het bos ronddwaalt. Van dichtbij heb ik ze nog niet gezien, wel van verre, met altijd hetzelfde groene kleed aan. Ze zeggen dat ze een soort geest of bosheks is."

“Oké, allemaal goed,” zei de reporter. “Dit is duidelijk een grap. Het is waarschijnlijk een fanatieke activiste van de Groenen, of van een of andere milieugroep. Ik betwijfel of de houtkap legaal is. Op mijn briefing bij het Belang van Limburg heb ik te horen gekregen dat Eggermont & Zonen daarvoor nog steeds geen vergunning hebben"

De ingenieur van het houthakkersbedrijf Starohak B.V. zweeg en keek van Daniel Prinsen weg..

"Dat het allemaal overdreven is, dat is wat ik denk. Ik ga het zelf zien."

In werkelijkheid wist Daniel Prinsen dat deze mensen toch wel geen idioten waren. Wat ze zeiden moest toch wel gedeeltelijk waar zijn.

“Ik verbied u nog eens uitdrukkelijk van het bos in te gaan, meneer Prinsen,” waarschuwde de ingenieur de reporter. “U kan nog tien keer een perskaart hebben, dit is privé-eigendom, en aan onbevoegden is alle toegang verboden.”

De reporter van Het Belang van Limburg droop onverrichterzake af. De oude Casimir keek hem na toen Prinsen naar zijn auto liep.

Toen de ingenieur van Starohak B.V. goed en wel vertrokken was ging Casimir Lamar zo snel hij met zijn stok pikkelen kon achter de reporter van het Belang van Limburg aan. Die was nog niet vertrokken, en Daniel was verbaasd toen Casimir op zijn autoruit kwam kloppen.

“Wil je de waarheid kennen?” vroeg  Lamar aan Prinsen.

“Jazeker,” antwoordde die. “Ik ben er echt nieuwsgierig naar.”

“Beloof je me op je erewoord dat je er dan geen enkel woord over in de krant zal schrijven?”

“Dat valt me moeilijk, meneer Lamar. Verslag uitbrengen over zoiets vreemds, dat is tenslotte mijn werk.”

“Dan maar niet,” zei Casimir Lamar. “Wel kan ik je bij voorbaat zeggen dat als je de waarheid in de krant zou schrijven niemand je gaat geloven. Ze gaan zelfs zeggen dat je niet goed snik bent, of aan de drugs.”

Lamar draaide zich om en mankte weg van de auto, in de richting van het Bosland. Even bleef Daniel Prinsen nog in de auto zitten nadenken. Hij wist intuïtief dat de waarheid nog door niemand anders ooit achterhaald werd… Of misschien toch wel door Casimir Lamar?

Hij aarzelde niet meer. Hij sprong uit de auto en ging Casimir achterna. Die had hij dadelijk ingehaald.

“Goed, Casimir,” stelde hij Lamar gerust. “Ik kom met je mee, en ik beloof dat ik geen woord zal publiceren van wat jij me gaat tonen, op mijn eer.”.

“Ik geloof je,” zei Casimir. “Ik heb een beetje mensenkennis, en ik vind dat jij een eerlijk gezicht hebt.”

“Dank je,” zei Daniel. “Is er iets dat je me bij voorbaat moet vertellen voordat we samen het bos in gaan?”

“Ja, dat is zo,” antwoordde Casimir. “Er dwaalt inderdaad een vrouw in het bos rond, behalve dat het geen heks was die de houthakkers van Starohak B.V. kwaad maakten, maar de oeroude Germaanse bosgodin Irmina die de gedaante aannam van een mooie jonge vrouw. Als ze wilde, had ze die bosverwoesters allemaal in de Lommelse Zandgroeven van Somers N.V. kunnen in het water gooien en ze doen verdrinken…”

Daniel Prinsen was stomverbaasd. Hij wist niet of hij de oude man mocht geloven. Misschien was die zijn fantasie op hol geslagen? Of vertoonde hij tekenen van dementie door zijn ouderdom?

Casimir, eens in het bos, legde precies zijn leeftijd van zich af. Hij had zijn stok niet meer nodig en jogde langs de bospaden. Het kostte Daniel zelfs af en toe enige moeite om de oude man te volgen.

Casimir Lamar wist na even het verborgen pad naar de verblijfplaats van Irmina terug te vinden. Hij en Daniel troffen de mooie bosgeest met het groene kleed huilend aan in het onderhout..

"Casimir?" vroeg Irmina klagend toen ze voelde dat hij dichterbij kwam. “Wie heb je meegebracht? Je weet toch dat…”

“Wees niet ongerust, Irmina. Deze man is een vriend. Hij heeft me gezworen dat hij je bestaan geheim zal houden.”

"Irmina, wat is er gebeurd?" vroeg de reporter nieuwsgierig. “Wat maakt je zo triest?”

“Het was vreselijk dat ze in het bos aan het kappen waren. Ze hadden daar niet mogen aan beginnen!”

"Dus, je viel ze aan?"

“Ik moest ze tegenhouden. Ik had ze allemaal moeten laten door de wolven verscheuren. Ze zouden eraan moeten denken dat ik hier heers in het bos, en dat ik het er kan laten spoken."

“Ja, Irmina, goed en wel,” wierp Daniel op, “Maar het houthakkersbedrijf zou het laten onderzoeken als er met iemand van hun personeel iets gebeurt, of als er iemand op een onverklaarbare manier verdwijnt. En er zijn overal opsporings- en reddingsacties. Die operaties zijn nu enorm grondig.”

"Ik kon ze niet zomaar door laten gaan met bomen om te hakken."

“We hadden een andere manier kunnen vinden om ze te doen stoppen. Je hoefde jezelf niet bloot aan ze te stellen.” zei Casimir, een beetje verwijtend.

Er flitste woede over Irmina’s gezicht:

"Veronderstel je dat je me moet vertellen wat ik als sterveling moet doen? Denk eraan, ik ben een godin!"

Casimir deed een stap achteruit, een beetje bevreesd. Soms vergat hij dat Irmina een machtige godheid was. Daar was Daniel Prinsen zich niet van bewust.

"Het spijt me,” verontschuldigde Casimir zich. “Ik probeer alleen maar te helpen."

Irmina’s gezicht werd zachter: “Het spijt me. Ik weet het. Ik heb mezelf geopenbaard, me aan de houthakkers laten zien. Ze komen nu achter me aan, dat is duidelijk."

“We kunnen het stoppen. Ik kan verdoezelen hoe het in werkelijkheid is. Mijn vriend hier is reporter bij de krant Het Belang van Limburg. Misschien kan hij de waarheid een beetje verdraaien.”

Casimir Lamar keek een beetje hoopvol naar Daniel Prinsen.

“Dat zou ik kunnen,” zei Daniel. “Ik kan de lezers van het Belang iets op de mouw spelden. Dat gebeurt om de haverklap in kranten, niet alleen in het Belang, maar in alle anderen evenzeer. Ik kan net doen alsof ik een verhaal vertel over een eco-terroristische groepering die illegale houtkappers aanvalt. Dan kom jij niet in het vizier, Irmina.”

"Oh, ik maak me geen zorgen om de houtkappers of andere mensen. Als ze mijn domein weer binnendringen, blaas ik ze weg en verstrooi ik ze in de vier windstreken."

"Waarom huilde je dan, Irmina? Over wie maak je je dan zorgen?"

“Ik ben niet bang dat mensen me komen zoeken om me kwaad te doen. Ik ben bang dat andere goden dat zullen doen als ik mijn taak om het bos te bewaken niet tot een goed einde breng."

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2021

 

 

 

 

 

 


Submitted: May 06, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Fantasy Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance