Bleke Dreiging

Reads: 186  | Likes: 1  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

Een agent van de Staatsveiligheid is op pad...

Bleke Dreiging

 

 

Verwittiging:

 

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.

 

Het werk dat Brandaan Sigilis deed voor de Staatsveiligheid was goed betaald, dat wel. Toch waren er momenten dat hij wat doelloos rondreed in Limburg, van de ene gemeente naar de andere. Meestal gebeurde er dan niet veel, of althans niets dat iets te maken had met de opdracht die hij van zijn superieuren had gekregen. Wel was het vanuit Brussel erg goed geregeld. Het wekelijks parcours dat Sigilis moest afleggen, van gemeente tot gemeente, was precies voor hem uitgestippeld. Elke avond wachtte er op hem een erg gerieflijk huis, meestal zelfs een villa met tal van luxueuze voorzieningen, waar hij de nacht kon doorbrengen.

Misschien moeilijk te geloven, maar een van de deelopdrachten van Brandaan Sigilis was op café gaan. Daar moest hij zijn ogen goed opendoen, en bepaalde speciale dingen die hij er opmerkte rapporteren aan de bevoegde instanties in een geheim en gecodeerd rapport.

Die vrijdagavond was hij in café “Oud Beerenbroek” op de Genkersteenweg in Hasselt, tegenover het restaurant Ernesto. Na het werk en in het vooruitzicht van het weekend was het café druk en luidruchtig.

Sigilis had een lange en nogal vervelende week achter de rug. Café Oud Beerenbroek was echt wel de laatste plaats waar hij wilde zijn. Hij bracht het grootste deel van zijn tijd door op de weg van de ene Limburgse gemeente naar de andere, van de kleinste tot de steden, zoals de Staatsveiligheid hem dat voorschreef. Daardoor was hij in elk klein boerengehucht van de provincie geweest.

Graag had Brandaan die vrijdagavond rechtstreeks naar het huis in Bokrijk gegaan dat voor hem voorzien was. Helaas, hij had zijn opdracht uit te voeren, dus moest hij zich mengen onder de arbeiders, de technici en kantoorbediendes die hun wekelijks ritueel in Oud Beerenbroek opvoerden voordat ze naar huis gingen. De enkele uren die ze doorbrachten met pinten Cristal Alken, Leffe van het vat of een duurder drankje, dienden als plengoffers voor de goden die heersten over machines, werkgerei en computers waarmee ze de hele week te maken hadden....

In het café waren alle zitplaatsen bezet en stonden de mensen twee rijen dik aan de toog. Met meer dan tien probeerden ze de aandacht van de cafébaas Roger en zijn barman Giovanni te trekken om iets te drinken of te knabbelen vast te krijgen.

Brandaan wou het gewoel zoveel mogelijk ontlopen. Hij was op weg naar de andere kant van de toog toen hij per ongeluk in de drukte een jonge vrouw tegen het lijf liep.

"Het spijt me mevrouw," zei hij. “Heb ik u pijn gedaan?"

“Nee, helemaal niet,” antwoordde ze. “Ik ben oké, en ik kan tegen een stootje.”

Terwijl ze zich omdraaide, vroeg ze aan Sigilis: "Ken ik je?"

"Ik denk het niet."

Dat was een standaardantwoord dat Brandaan gaf als die vraag hem werd gesteld, en dat gebeurde toch wel regelmatig. Hij moest zich door zijn delicate opdracht gedeisd houden, en iemand tegenkomen die hem kende kon slecht zijn voor de afloop van de taken waarmee hij belast was.

“Ken ik jou?” vroeg hij. “Ik herinner me niet dat ik je ooit ontmoet heb.”

“Daar vraag je me iets,” antwoordde ze. “Ik zou het niet weten. Het zou kunnen. In elk geval, ik heet Thana.”

Brandaan kreeg inwendig een schok, maar dat liet hij niet aan Thana merken. Toch deed haar naam bij hem een lichtje branden. Hij bekeek haar onopvallend, en probeerde bevestiging te krijgen voor het vage vermoeden dat bij hem opkwam.

De jonge vrouw viel op door haar lijkbleke gezicht. Dat deed in Sigilis zijn geest enkele alarmlichtjes branden….

Zij drong aan: "Je ziet er echt bekend uit."

"Ik krijg dat veel te horen,” reageerde Brandaan. “Dat is waarschijnlijk de prijs die ik betaal voor een banaal en doorsnee uiterlijk."

"Je ziet er niet doorsnee uit," zei ze met een flauwe, veelbetekenende glimlach. “En ik ben bijna zeker dat ik je ergens van ken.”

"Wel, ik denk van niet. En ik verbleek in vergelijking met jouw gezelschap." zei Brandaan.

Dat was waar. Ze was opvallend bleek, maar ook meer dan een meter tachtig groot, met licht golvend ros haar dat tot op haar schouders viel, en bloedloze lippen. Maar het waren haar ogen die het meest opvielen. Ze waren puur groen als een klaverveld op het platteland na een regenbui.

“Mooie ogen heb je,” zei Brandaan. “Speciaal zijn die, dat mag ik wel zeggen.”

"Haha, iemand hier is een charmeur." lachte ze.

"Zo had ik het niet bedoeld,” zei Brandaan. “Ik zei alleen wat waar is. Betekent dit dat het werkt, wat ik zei, in de zin die jij bedoelde?"

"Misschien wel," fleemde ze, en haar glimlach werd een beetje breder. "Ik neem dat compliment graag van je aan.”

“Nog een fijne avond.” zei Brandaan, en hij begon weg te lopen naar de hoek van de toog.

Thana zag er een beetje verbijsterd uit, maar ze herstelde zich.

"Jij ook." zei ze, en het klonk een beetje ontgoocheld.

Brandaan ging even op de hoek van de toog staan, maar niet lang meer. Voordat hij uit Oud Beerenbroek vertrok dwaalde nog wat langer door het café om met een paar mensen te praten in de hoop iets uit te vinden dat hij kon gebruiken voor zijn huidige opdracht. Terwijl hij tussen de mensen slenterde zag hij de jonge vrouw met wie hij eerder had gesproken. Ze maakte oogcontact met hem en wenkte hem naar de uitgang van het café waar ze de muur geleund stond.

"Je gaat weg voordat we elkaar beter leren kennen." zei ze. “Je zou dat beter niet doen.”

Er lag nu geen ontgoocheling meer in haar stem, eerder een lichte dreiging.

"Geloof me, ik ben het niet waard ben om meer over me te weten." beweerde Sigilis.

“Oh, dat betwijfel ik, Brandaan" zei ze. "Brandaan, dat is een ongebruikelijke naam."

"Ik ben een ongebruikelijke jongen."

"Werkelijk? Hoezo?"

"Ik kan niet meteen al mijn geheimen prijsgeven, Thana. Dat zou verkeerd voor me kunnen uitdraaien."

"Oh, je bent een man vol mysterie."

“Je kan het noemen zoals je wil. Meer een man op zoek naar privacy, zo zou ik mezelf noemen.

“Ik zal ons wat te drinken bestellen." zei Thana.

Roger nam de bestelling op. Een dienster bracht ook een bord met nootjes en kleine stukjes salami. Thana at iets van het bordje. Ze huiverde en spuugde het bijna uit:

"Te veel knoflook." zei ze met een vertrokken gezicht. 'Ik haat het als dat smerige ingrediënt in voeding zit. Heb jij een overgevoeligheid voor zoiets?”

"Dat zou je kunnen zeggen. Wel niet voor knoflook. Daar ben ik dol op, want dat is goed voor mijn gezondheid." antwoordde Brandaan.  “Wel walg ik van bloedworst, en als ik een steak saignant zie sta ik op het punt om over te geven.”

Een dienster kwam eraan met de drankjes die Thana besteld had. Zij ging het meisje tegemoet en nam het dienblad van haar over. Dat presenteerde ze aan Sigilis.

"Gezondheid," zei Brandaan en nam zijn glas spuitwater. “Spijtig, maar ik moet gaan."

“Ga je weer weg?" vroeg Thana.

"Ja, dit keer echt wel. Maar dat is beter zo. Ik ben het beste in kleine dosissen, dat verzeker ik je ten stelligste."

Terwijl hij wegliep naar de uitgang van het café zette Sigilis het drankje op een tafel terwijl het paar dat daar zat niet keek. Hij had niet kunnen zien hoe het werd ingeschonken en wat er gebeurd was toen Thana het dienblad in handen had. Een van zijn fundamentele principes als agent in dienst van de Staatsveiligheid was dat hij geen enkel risico mocht nemen.

Net voordat Brandaan uit het café naar buiten ging sprak een klant hem aan:

"Ga je dat mooie meisje de hele avond alleen aan de bar laten zitten? Ze had het nochtans op jou gemunt."

"Mogelijk," zei Brandaan. “Maar vanavond heb ik nog andere dingen te doen."

“Dat is niet fijn voor haar," zei de man die Brandaan had aangesproken zachtjes terwijl hij hem op zijn arm sloeg. Brandaan bekeek hem nauwkeuriger. Het was iemand die opviel in Oud Beerenbroek. Hij was erg speciaal gekleed, in glanzend zwart, en zijn ogen glansden met een oranje schijn.

"Er zijn hier genoeg andere mannen. Dat die hun kans maar wagen." lachte Brandaan. “Ik moet naar huis. Morgen is het weer vroeg dag."

Brandaan Sigilis reed om half twaalf naar de villa in de Craenevenne in Bokrijk die hem voor die nacht toegewezen was. Het was een mooie nacht en de maan en de sterren stonden aan een wolkenloze hemel.  

Eens de onpersoonlijk grijze Ford Escort op de oprit van de villa stond nam Sigilis twee bussen met elk tien liter vloeistof uit de koffer. Daarmee liep hij naar het grote tuinhok achter het grasveld. Aan de zijkant stond de kast met de sprinklerinstallatie. Hij bukte zich om de timer te regelen die de sproeiers bediende en goot de inhoud van de twee bussen in het reservoir.  Normaal zouden de sprinklers pas in de morgen rond tien uur mogen beginnen te sproeien, maar daar wou Brandaan nu verandering in brengen.

Het werkje duurde niet lang, en hij ging naar binnen in de villa. Hij keek eens rond in de royaal met dure antiek bemeubelde woonkamer. Daar bleef hij maar even. Hij wou onmiddellijk naar boven voor de nacht.

Amper had hij zijn voet op de onderste traptrede gezet toen hij op de deur hoorde kloppen. Hij was er redelijk zeker van dat hij wist wie het was.

"Hallo Thana," zei hij, terwijl hij de deur opendeed. “Eigenlijk had ik je halvelings verwacht.”

"Wat is er met jou aan de hand?" vroeg zij.

 "Ik weet niet waar je het over hebt."

"Ik ben niet iemand waar mensen “nee” tegen zeggen."

"Oh nee? Waarom kom je me dat hier zeggen?”

"Omdat jij me een blauwtje liet lopen, en me voor schut zette in het bijzijn van al die mensen in het café.”

"Het was niet opzettelijk. Het was dat ik gewoon nog enkele dingen moest doen."

Thana bleef even besluiteloos staan:

"Ga je me niet vragen om naar binnen te komen?” vroeg ze tenslotte.  

"Absoluut niet. Ik denk er niet aan."

"En waarom niet?" zei ze terwijl ze een van de bretellen van haar bloes over haar schouder begon te schuiven om de ronding van haar perfecte borsten goed te laten zien.

“Omdat ik weet wat je bent, Thana. En ik weet dat Vampieren toestemming nodig hebben om een huis binnen te gaan."

Thana leek stomverbaasd. Echt verbijsterd.

"Voel je alsjeblieft niet beledigd, liefje, je bent echt heel charmant,” zei Brandaan. “Maar de contactlenzen die ik aanheb kijken niet alleen door je heen, ze houden ook je verleidelijke krachten op afstand."

Thana was nu boos en haar spitse hoektanden waren te zien.

"Hoe? Hoe wist je dat?"

"In je haast voor je volgende slachtoffer heb je nooit naar mijn achternaam gevraagd."

"Welke is je achternaam dan?"

"Sigilis."

“Sigilis? Zoals Bruce Sigilis? Hij is... hij is dood."

"Ik verzeker je dat ik dat niet ben."

Voor het eerst zag Brandaan angst in Thana’s ogen. Ze stond natuurlijk voor de meest beruchte jager van haar soortgenoten. Brandaan Sigilis was de man die in Limburg het Volk der Vampieren meedogenloos achtervolgde en, waar mogelijk, verdelgde. Niet voor niets betaalde de Staatsveiligheid zoveel aan Sigilis. In alle Belgische provincies was hij het die met de ontdekking en de bestrijding van de Vampieren het meest succesvol was. Natuurlijk, het zou wel kunnen dat Limburg, een provincie die rijk is aan groen en natuur, per capita gezien meer Vampieren huisvest dan, bijvoorbeeld, het verstedelijkte Vlaams Brabant.

Toen kwam de woede op bij Thana. Zij sperde haar mond wijd open. In haar bleke gezicht flikkerden haar holle hoektanden dreigend als dolken.

"Jij smerige Sigilis... jij monster, ik zal je uit elkaar scheuren. Net zoals ik dat gedaan heb met je voorvader Bruce!"

"Oh, dat betwijfel ik ten zeerste. Je moet op een gegeven moment hier vertrekken. Je kunt daar niet voor altijd veilig blijven staan en met je hand tegen die berk leunen."

"Oh nee? Ik maak me echt geen zorgen. Waarom zou ik hier niet veilig kunnen blijven, je bloed uitzuigen tot de laatste druppel, en je dan in stukken rijten?"

Brandaan keek op zijn horloge:

"Omdat de sproeiers nu elk moment kunnen aanslaan."

"Zo? En dan?"

"Ze zijn gevuld met wijwater, speciaal uit Lourdes. En daar heb ik met geconcentreerd sap van knoflook een lekkere cocktail mee gemaakt.”

Voor de Vampier Thana was de situatie erg benard, om niet te zeggen uitzichtloos, Het behandelde water was een van de weinige dingen die haar bestaan dat nu al een paar eeuwen duurde kon beëindigen. Ze zei niets.

Haar mond viel open in de wetenschap dat haar lot was bezegeld.

“Fijne avond nog, Thana,” zei Brandaan Sigilis terwijl hij de deur sloot.

De sprinklers begonnen te spuiten. Er steeg toen in de Craenevenne in Bokrijk een bloedstollend geschreeuw op dat tot in het centrum van Hasselt en Genk te horen was.

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2021

 


Submitted: May 11, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Horror Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance