Alleen maar Koffie

Reads: 222  | Likes: 3  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Een ontmoeting in een theesalon...

Alleen maar Koffie

 


 

Verwittiging:

 

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


 


 

Kijk daar, Anja, eentje met water in zijn kelder!”

Zo kondigde dienster Inge aan haar collega een oudere man aan die in hun verbruiksalon naar binnen kwam. Inderdaad, zijn afgewassen jeansbroek was zeker tien centimeter te kort, misschien nog wel meer. Daardoor kregen de twee vrouwen zijn sokken te zien. Geassorteerd met zijn broek of zijn schoenen waren die wel niet. Heel speciaal en opvallend wel, veelkleurige bollen op een zwarte achtergrond…

Hij liep op een mistige vrijdagochtend in april het eethuis binnen en glipte in een hokje. Stoppels bedekten zijn oude gezicht, zijn dun grijs haar stak recht omhoog. Of dat van het vuil was omdat hij had al in eeuwen niet gewassen had of van de wind die hard blies buiten, dat wist Anja niet. Hij droeg donzige zwarte lange sokken bedekt met cirkels in alle kleuren en bruine leren sandalen. Het was een vreemde mengeling, maar de sokken trokken Anja’s aandacht. Zij liep naar zijn tafel en glimlachte:

"Goedemorgen, mijnheer. Ik heet Anja. Hier is onze kaart. Zou u iets willen drinken?"

De man keek haar aan met humeurige ogen die de wereld weerspiegelden in hun grijsgroene diepte.

Geen “u”, asjeblieft,” zei de oude man. “Je kan me rustig tutoyeren. Dat zal ik bij jou ook doen. Tenzij je daar iets op tegen hebt, Anja. Een koffie. Zwart."

Iets erbij? Een gebakje? Ze komen vers van de bakker.”

Nee, alleen maar koffie. Zwart, geen melk of suiker. Een grote kop. En geen espresso, niets dat uit die ellendige koffiemachines komt.”

Wat wil je dan?”

Koffie zoals die vroeger werd gezet, gewoon koffie uit een kan. Begrijp je wat ik bedoel? Dat andere spul, dat is veel te sterk. Daar blijf ik de hele dag zenuwachtig van.”

Koffie uit de kan alleen dan… Dat hebben we. Er zijn meer klanten die dat vragen. Ik ben zo terug."

Anja haastte zich naar het tafeltje achter de koffiemachine waar twee chroomstalen koffiekannen stonden te wachten.

"Je lijkt een interessant geval te hebben aan die tafel," zei Inge, haar vriendin en collega-serveerster. “Eerlijk gezegd, hij ziet er mij wat vreemd uit. Een beetje akelig ook. Geen scherpe gebruiksvoorwerpen voor die."

Hmm... misschien,” zei Anja. “Maar hij ziet er ongevaarlijk uit, vind ik. We kunnen onze klanten niet kiezen. Ze nemen zoals ze komen, je kan niets anders doen. Zolang ze niet baldadig worden, andere klanten lastigvallen of de boel kort en klein slaan..."

Anja grijnsde en liep naar zijn tafel. Zij zette de kop koffie voor hem neer.

Zo weinig koffie?” vroeg hij. “Zijn er geen grotere koppen, of misschien mokken?"

Nee, dit is de standaard bij ons. Groter hebben we niet. Ben je klaar om te bestellen?"

"Bestellen? Nee, ik wil niets eten. Alleen koffie." Zijn stem kraakte als een roestig hek.

"Oke. Als je van gedachten verandert, roep me dan maar."

Hij grommelde iets dat Anja niet begreep terwijl zijn blik strak uit het raam naar buiten gericht was. Na ongeveer een half uur trok hij aan Anja haar mouw toen zij langsliep.

"Ik ben klaar." Met zijn vooruitgestoken wijsvinger gaf hij aan dat de dienster hem voor moest gaan naar de kassa.

"Ik moet je rekening afdrukken." zei ze toen ze zag dat de oude man ongeduldig werd.

Ik heb alleen koffie gedronken,” zei hij. “Laten we de dingen niet te ingewikkeld maken. Ik betaal contant, in het zwart.”

Hij gooide een briefje van tien euro op de toonbank.

"Houd het wisselgeld maar."

Hij vertrok op magere, spataderige benen ingepakt in donzige sokken met veelkleurige bollen.

Niet echt een prater,” zei Inge tegen Anja. “Nogal nors, vind je niet?”

"Misschien wel, maar hij is wel royaal met zijn fooien." Anja zwaaide met het briefje van tien euro in de lucht. "Die heer weet dat ik het geld nodig heb. Mijn huisbaas heeft begin dit jaar de huur weer opgeslagen, meer dan de index. Maar ik woon daar graag, en dat weet die kerel..."

Een week later kwam de oude man terug en ging in hetzelfde hokje zitten. Anja keek naar zijn voeten en onderdrukte een grinnik. Hij droeg weer dezelfde donzige sokken met bollen. Misschien waren dat nog dezelfde van de week daarvoor? Dat moeten zijn vrijdagsokken zijn, dacht Anja, terwijl zij aan haar wit schortje broodkruimels van haar handen afveegde en zijn kant op liep.

"Ik ben blij dat je terug bent gekomen,” zei ze vriendelijk. “Ik wilde je bedanken voor de royale fooi, maar dat hoefde niet."

Hij staarde haar aan met zijn diepe, grijsgroene ogen, maar hij zei niets.

"Ik meen het. Het was te veel." Hij knipperde twee keer met zijn ogen en wees toen naar de koffiepotten achter de toonbank.

"Koffie? Natuurlijk wil je koffie. Zwart, toch?"

Met één blik herleidde hij de dienster tot een stamelende idiote.

"Ik ben zo terug."

Anja draaide zich om en haastte zich naar de veilige zone achter de toonbank.

"Ik zie dat meneer Dikke Fooi is teruggekomen." lachte Inge. Maar plots kreeg ze een bezorgde uitdrukking op haar gezicht:.

"Lieverd, gaat het? Je gezicht is opeens zo bleek. Wat zei hij? Heeft hij iets schunnigs tegen je gezegd? Of je misschien beledigd of vernederd?"

"Niets heeft hij gezegd. Geen woord. Ik ben meestal moeilijk in de war te brengen, maar deze man…”

Anja bedwong haar zenuwen en concentreerde zich op het zetten van een verse kan koffie.

"Het komt wel goed," zei ze. “Precies of ik even een dipje had. Mijn maandstonden komen eraan. Misschien is het dat.”

Zij schoof langs Inge heen en liep naar zijn tafel.

"Alsjeblieft." Zij zette de dampende kop neer. Hij wuifde haar weg en zijn blik keerde terug naar het landschap buiten, of wat er daar ook te zien was. Anja liet hem alleen, want andere klanten riepen haar.

Toen zij even later voorbij kwam was zijn tafeltje leeg. Hij had tien euro op de tafel laten liggen. Dus printte Anja zijn rekening dit keer wel uit, stak het biljet in de kassa en het wisselgeld in haar zak. Raar, maar zij kon de man niet uit haar hoofd zetten. Wat dreef hem toch? Dat vroeg ze zich af...

De volgende vrijdag kwam zij met een bestelling uit de keuken. Ze keek op en zag hem ontspannen in zijn favoriete hokje zitten. Anja gluurde naar zijn voeten. Ja, hij droeg nog steeds zijn gekke sokken. Zonder een woord te zeggen zette zij een kop zwarte koffie voor hem neer. Aromatische dampen dansten naar omhoog en de man zijn neus trilde. Hij gromde zijn dank, en klopte lichtjes op Anja’s hand toen zij zich omdraaide om weg te gaan. Zij glimlachte flauwtjes op hem en liet hem alleen met zijn gedachten.

Een tijdje later wenkte hij haar en vroeg om nog een kop. Daar had hij tot dan toe nog nooit om gevraagd. Zij bracht hem zijn tweede koffie. Het gebeurde zonder dat zij een woord wisselden. Toen hij vertrok liet hij een blauw briefje van twintig euro op tafel liggen.

Dit werd de rare oude man zijn koffieroutine op vrijdag. Soms dronk hij maar één kopje, soms twee en altijd betaalde hij tien euro per kopje. Anja probeerde nog twee keer om hem ervan te overtuigen dat hij moest stoppen met het achterlaten van zo grote fooien, maar hij sloot zich van haar af met een scherpe blik of schudde zijn hoofd.

Elke vrijdag kwam de man terug voor zijn koffie. Zonder mankeren waren zijn voeten versierd met de bonte sokken met het kleurrijk bollenmotief. Op een vrijdag vroeg Anja hem in een opwelling:

"Wil je dat ik je een ontbijt breng dat bij de koffie past?"

"Nee. Alleen maar koffie."

"Weet je, onze kokkin maakt heel lekkere omelettes."

"Alleen maar koffie. Koffie is prima."

Hij pakte de kop met lange, magere vingers op. Anja zag sporen van verf onder zijn verzorgde, keurig geknipte vingernagels. De kleuren kwamen overeen met de bollen op zijn sokken. Die gedachte deed haar glimlachen.

"Is er iets grappig?" vroeg hij. Zijn stem kreeg een scherpere toon en zijn gezicht verhardde onder de baardstoppels.

"Nee, ik ben nieuwsgierig... Ben jij een schilder?"

Zijn gezichtsuitdrukking werd verward, maar die onzekerheid die Anja ervan kon aflezen maakte dat hij er goed uitzag. Het verzachtte zijn gelaatstrekken en deed zijn ogen glinsteren.

"Verf. Onder je nagels." Zij wees naar zijn handen. Hij wierp een blik op zijn vingers alsof hij ze nog nooit eerder had gezien en zette de koffie met een tik neer. Hij stopte zijn handen onder de tafel, uit het zicht.

"Nee, verberg ze niet. Je hebt mooie handen, met elegante lange vingers. Trouwens, als je schilder bent, dan zijn ze creatief. Het is geen schande om creatief te zijn, integendeel."

Hij aarzelde even voordat hij zijn handen weer op het tafelblad legde.

"Ik verf."

Je verft? Je bent toch geen huisschilder?”

Nee, dat wel niet. Ik ben schilder, zoals jij het zei, ik probeer schilderijen te maken.“

Dat verklaart de vage terpentijngeur die je hier mee naar binnen brengt. Wat schilder je?"

"Vooral landschappen en marines."

Marines?”

Ja, zo noemen ze schilderijen die de zee voorstellen. Soms maak ik die ook, als in in de zomer naar zee op vakantie ga. Maar zichten op meren of rivieren maak ik ook wel.”

Hij nam een slok.

"De wilde, verraderlijke elementen, die probeer ik uit te beelden. Zoetsappige, idyllische landschappen of zeegezichten met een kalme zee en lieflijke bootjes moet je van mij niet verwachten."

"Ben je beroemd? Hoe heet je eigenlijk? Als ik je vaste serveerster wil zijn, zou ik moeten weten hoe ik je moet noemen."

Dit keer was het aan de man om te grinniken:

Nee, nee, ik ben niet beroemd. Ik beschouw mezelf eigenlijk als een handwerker. Mijn naam is Francis Joris. Die naam is doodgewoon en heeft totaal geen artistieke klank. Ik had beter Francis Bacon geheten… Sorry, mijn goede manieren zijn een beetje verroest. Goede omgangsvormen, daar ben ik nooit sterk in geweest. Ik had mezelf weken geleden moeten voorstellen."

Anja stak haar hand uit. "Het is fijn je officieel te ontmoeten, Francis Joris."

Hij drukte ook haar hand, en hij hield ze een fractie langer vast dan nodig. Zijn eeltige handpalmen waren een bewijs van zijn tijd die hij doorbracht met zijn handwerk, alleen, in de natuur of in zijn atelier…

Een paar vrijdagen later wees Anja naar enkele kunstwerken die aan de muur hingen in het eethuis.

"Francis, wist jij dat we werken van plaatselijke kunstenaars tentoonstellen en verkopen? Ik weet zeker dat onze baas je schilderijen graag aan de andere wil toevoegen. Niemand schildert woeste landschappen en stormachtige zeeën."

"Ik kom hier alleen voor koffie." Francis nam een slok. "En om je te zien lachen."

Anja voelde de blos over haar huid kruipen en verborg haar gezicht half achter haar opgeheven handen.

"Nee, Anja." Hij tikte op de rug van haar handen. "Als ik mijn handen niet kan wegstoppen, kan jij je glimlach ook niet verbergen."

Anja lachte: "Dat is waar. Eerlijk is eerlijk."

Zij kon de grijns die volgde niet verbergen, en hij beloonde haar in ruil daarvoor met een glimlach en een aaitje over haar linkerhand. In een oogwenk veranderde zijn hele gezicht van grillig naar intrigerend. Hij wou iets zeggen. Zijn mond ging open, maar Anja was een beetje bang voor wat hij zou zeggen, of haar vragen. Daarom gooide zij het roer om:

Laat me mijn baas halen. Die heet Renaat Borgers, en hij is echt een kunstminnaar. Hij zit nu zijn papierwerk te doen in zijn bureau op de eerste verdieping. Hij kan je zorgen over het tentoonstellen van je kunstwerken wegnemen."

"Nee!" Hij trok een grimas. “Ik bedoel nee, dank je. Dat is voor mij helemaal geen zorg. Ik schilder voor mezelf, niet om met anderen te delen."

"Het spijt me. Ik wilde je niet van streek maken, maar je helpen."

"Dat hoef je niet." Hij stootte zijn lege kop aan:

"Kan ik nog een koffie krijgen voor ik vertrek?"

"Zeker."

Anja haastte zich weg en moest even op adem komen. Toen zij terugkwam met zijn koffie, maar ook met het visitekaartje van Renaat Borgers was het hokje leeg, afgezien van het gebruikelijke bankbiljet op tafel...

Het duurde twee weken voordat Francis terugkwam. Anja was erg blij toen ze hem in de zaak naar binnen zag komen met zijn te korte broek en zijn smakeloze sokken. Ze ging onmiddellijk naar hem toe toen hij in zijn hokje zat.

Ik heb je vrijdag gemist,” zei ze. “Waar ga je nog anders heen voor koffie? Ga je ook kletsen met serveersters in andere cafés in de stad?"

Het gezicht van Francis stond heel ernstig toen hij zei:

"Nee. Alleen jij. Alleen met jou praat ik.” Zijn donzige wenkbrauwen fronsten.

Waarom alleen met mij?"

Je doet me denken aan een jonge vrouw die ik lang geleden heb gekend. Zij heette Christine." Hij plukte aan zijn servet. Wat aarzelend zei Francis:

Ik kom één keer per week naar de stad om boodschappen te doen en kunstenaarsbenodigdheden aan te vullen. Anders drink ik thuis koffie. Op de veranda. Helemaal alleen."

"Dat klinkt eenzaam."

"Niet echt. Ik heb de eenzaamheid nodig om te schilderen. En om terug te denken aan Christine."

"Mag ik je wat vragen?" vroeg Anja.

"Je mag vragen. Misschien antwoord ik niet, 'antwoordde hij.

Ik heb meer dan één vraag voor je, Francis.”

Doe maar. Je weet dat als je vraag me niet bevalt ik je niet ga antwoorden.”

Christine…. Wat is er van haar geworden?”

Nu? Dat weet ik niet. Ze heeft ongeveer tien jaar geleden alle contact met me verbroken. Je mag gerust weten, Anja, dat zij nog vijf jaar eerder de vrouw van mijn leven was. Twee ongelooflijk prachtige jaren heeft ze me geschonken. Toen heeft ze voor een andere man gekozen….”

Er stonden tranen in de grijsgroene ogen van de schilder. Anja stelde haar andere vraag:

Je draagt altijd sokken met kleurrijke cirkels. Waarom?"

De ogen van Francis vonden die van Anja. De zweem van kwetsbaarheid in hun diepten verraste haar.

Mijn geliefde gaf me twee pakjes van die sokken toen ik verjaarde, een klein half jaar voordat zij me verliet. Christine zei dat ze haar deden denken aan mijn schilderspalet, kleurrijke punten, cirkels en bollen op een zwarte achtergrond."

Het klonk alles behalve bemoedigend. Anja wist niet goed wat ze daarop moest antwoorden.

"Wel, dat was heel lief van haar," zei ze terwijl zij zijn koffie bijvulde en ging tegenover hem staan in het hokje met een nadenkende blik op haar gezicht.

"Weet zij dat je die sokken nog elke dag draagt?"

Het hoofd van Francis zakte even diep weg.

"Dat zal wel niet. Ze is nu al tien jaar weg uit mijn leven. Voor haar ben ik dood en begraven, al lang. Zoals ik je zei, ze acht me geen woord meer waardig, al sinds jaren niet meer.”

"Oh mijn god!" Anja was echt geroerd. Zij reikte over de tafel en pakte zijn hand vast. "Dat is vreselijk. Ik vind het onmenselijk hoe ze jou behandeld heeft."

 

Francis kneep even in haar hand.

 

Och, trek het je niet aan. Het is allemaal lang geleden gebeurd. De waarheid is dat toen we nog innig van elkaar hielden, Christine en ik, ik die sokken haatte. Ik dacht dat ze een dom cadeau waren en gooide ze achteloos in een la. Nu draag ik ze om me mijn prachtige lief te herinneren. Ze herinneren me eraan dat van duisternis licht komt, van licht kleur en van kleur schoonheid. Christine zou dat leuk hebben gevonden als ik dat toen tegen haar had gezegd."

 

Anja’s ogen werden mistig.

 

"Ze zou het geweldig gevonden hebben, daar ben ik zeker van." zei ze, en ze meende het. Zij verliet het hokje en pakte de koffiekaraf.

 

"Ze zou het ook geweldig vinden als je hier een paar van je schilderijen zou laten zien om die schoonheid met de wereld te delen."

 

Francis gromde als antwoord, maar op zijn lippen dwaalde een zweem van een weemoedige glimlach.

 

Weer op een vrijdagochtend zag Anja Francis terwijl hij zijn gebruikelijke hokje binnen glipte. Hij ving haar blik op en knikte. Zij gebaarde dat ze zo meteen naar hem toe zou komen. Hij gaf haar een 'geen haast'-zwaai met zijn hand en wierp een blik uit het raam, zijn kaaklijn strak in profiel.

 

Een paar minuten later kwam Anja naar zijn tafeltje.

 

"Alsjeblieft." Zij schonk zijn koffie in en liet wat servetten achter.

 

"Bedankt." Hij raakte haar arm aan toen ze zich omdraaide om weg te gaan.

 

"Ik heb iets voor je." Zijn handen trilden toen hij een schilderij uit zijn canvas tas haalde en dat aan Anja overhandigde. "Voor jouw kunstmuur."

 

Zij streek met haar vingers over de kleine bultjes in de verf die van een afstand bekeken een wonderbaarlijk beeld vormden. Dit keer was het geen landschap, en ook geen marine. Francis Joris had het eethuis geschilderd tijdens de ontbijtdienst. Toch sprak er uit het schilderij chaos, woestheid, een hopeloosheid die niet onder woorden was te brengen. De wazige muren omlijstten mensen die in elk hokje waren gepropt - een kolkende, hectische, wazige puinhoop. Gecentreerd en in perfecte focus stond een serveerster. Haar blonde haar was tot een knot gedraaid, met ontsnapte slierten die rond haar gezicht zweefden. Ze had vlammende ogen en zag er een beetje uit als de Medusa, een van de Griekse schrikgodinnen.

Dat was Anja’s eerste indruk. Maar nee, bij nader inzicht glansde haar gezicht en haar ogen straalden concentratie en genegenheid uit.

 

Francis, zeg, dit is prachtig! Maar hoe heb je...?"

 

"Anja, ik heb ook een smartphone, met een camera... Die is geweldig voor heimelijke actiefoto's."

 

Zijn gezicht ontspande zich in een grijns.

 

"Het is gewoon verbazingwekkend! Je hebt deze plek perfect vastgelegd. Mag ik het aan mijn baas laten zien?"

 

Francis haalde zijn schouders op.

 

Eigenlijk heb ik dat liever niet. Het schilderij is voor jou.”

 

Voor mij? Dat meen je niet, Francis!”

 

Hij knikte vastberaden: “Heel zeker meen ik dat. En als je wil, zal ik het ook bij jou thuis komen ophangen.”

 

Er viel een stilte. Francis keek niet meer naar Anja, maar naar zijn kleurrijke sokken en zijn sandalen. Dat hij zenuwachtig was zag Anja aan zijn lange vingers die op tafel lagen en lichtjes beefden.

 

Goed, kom het dan maar ophangen vanavond,” zei ze, een beetje gespannen. “Als het je past, rond acht uur. Ik zal iets voor ons klaarmaken om te eten. We kunnen dan ook samen een flesje wijn kraken. En daarna zien we nog wel waar het schip strandt…”

 

Francis streelde Anja lichtjes over haar arm, maar hij zei niets. Hij legde tien euro op de tafel en ging weg.

 

Tot vanavond,” zei hij toen hij al aan de deur stond.

 

Eens hij weg was draaide Anja zich om en schreeuwde over het lawaai heen:

 

Inge, vind maar iemand om me te vervangen! Morgen kom ik niet. Zeg dat ook maar tegen Renaat!”

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2021

 


Submitted: May 14, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Romance