De Zware Steen

Reads: 145  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

De onafscheidbare steen, een metgezel voor het leven...

De Zware Steen

door Bruno Roggen

 

De steen kwam van Yvoir. Toen ze pas getrouwd waren hadden Juliaan en Laura weinig geld. Hun huwelijksreis was dan ook goedkoop, en kort. Ze huurden voor drie dagen een kamer in de gîte “Repos de l’Île”. Dat was schuin tegenover het eiland in de Maas in Yvoir.

Het was mooi weer die drie dagen. Juliaan en Laura waren veel op hun kamer om te genieten van elkaar. Toch kwamen ze ook wel buiten. Laura lag na de liefde graag enkele uren in de zon om uit te rusten. Dat zo luilekker op een badhanddoek liggen bakken, dat was niets voor Juliaan. Een half uur hield hij dat wel vol, maar dan ging hij op zijn eentje langs de Maas kuieren.

Het was de tweede dag van hun verblijf in Yvoir dat Juliaan op die zware steen stootte. Het was een Maaskei die erg in het zicht lag daar waar de rivier de Bocq in de Maas stroomt. Die steen intrigeerde Juliaan. Hij besloot die mee terug naar Limburg te nemen, als een soort bezegeling van hun pas voltrokken huwelijk.

Eenvoudig was dat wel niet. Alleen al die steen optillen en hem dan nog dragen tot aan hun Ford Fiesta vergde heel wat kracht. Maar Juliaan was verbeten, en hij lukte in zijn opzet. Achteraf, toen ze terug thuis waren, woog hij de steen. Achtendertig kilo wees de weegschaal aan…

Twee jaar daarvoor had hij Laura ontmoet. Hij vond haar een geweldige vrouw, en ze besloten te trouwen. Ze hadden een bescheiden, maar toch mooi huwelijksfeest in het Krekelhof in Kuringen en iedereen proostte op hun blijvende geluk.

De komende jaren deelden ze alles, hoop en wanhoop, succes en mislukking, vreugde en verdriet, alle momenten waaruit een leven bestaat. Ze waren samen sterk, en in hun leven was er geen uitdaging die te groot was voor ze om die het hoofd te bieden. Ze bouwden een mooi huisje in Spalbeek waarin ze allebei werk en energie staken.

De eerste jaren voelden ze zich goed in hun nieuw huis. Na verloop van tijd begonnen Laura en Juliaan echter hun eigen paden te volgen. Ze maakten keuzes die prioriteit gaven aan nieuwe en afzonderlijke interesses, en ook kwamen er in ieders leven nieuwe mensen.

Het bleef niet duren. Op een dag herkenden ze elkaar niet meer. Ze besloten om het leven dat ze samen opgebouwd hadden los te laten. Op de laatste dag dat ze samen waren haalde Laura met de kruiwagen de zware maar erg mooie steen en bracht die naar Juliaan. Hij was verbijsterd, en hij vroeg zich af hoe de toch nogal tengere Laura de steen in de kruiwagen had kunnen tillen...

"Een afscheidscadeau?" vroeg hij hatelijk. “De steen van onze trouw…” Laura zei niets, raakte zijn wang even aan en toen was ze weg.

Hoewel Juliaan bedroefd was over het einde van zijn huwelijk met Laura leerde hij langzaamaan zijn weg weer te vinden. Het huis in Spalbeek moest verkocht worden. Hij besloot te verhuizen van hun eens zo gelukkige thuis naar een appartement aan de Maastrichtersteenweg in Hasselt, dicht bij het Catharinaplein...

Terwijl hij zijn spullen In Spalbeek aan het inpakken was kwam hij de steen tegen die hij op zijn werkbank in de garage had gezet. “Waarom zou ik die zware steen inpakken en meenemen?” vroeg hij zich af. Die had geen waarde meer voor hem nadat Laura weggegaan was uit zijn leven. Hij liet de steen gewoon op de werkbank liggen en ging door met het inpakken van zijn nuttigere bezittingen.

Toen Juliaan bijna klaar was en het huis minder rommelig uitzag werd hij zich steeds meer bewust van de aanwezigheid van die zware steen. Hij vroeg zich af wat hij ermee moest doen. Hij twijfelde eraan of hij die steen mee kon nemen naar zijn appartement in Hasselt. Hij overwoog de Maaskei in de garage te laten staan of hem terug ergens op het gazon te zetten, Maar dan dacht Juliaan aan de nieuwe mensen die later in dit huis zouden komen wonen… Hij moest hen niet opzadelen met de nutteloze dingen die hij had achtergelaten. Waarom zou hij ze met die zware steen belasten? Voor die mensen had de steen uit Yvoir geen enkele sentimentele of symbolische betekenis…

Juliaan dacht dat hij de steen misschien toch maar moest meenemen en ergens anders weggooien. Hij wikkelde de zware kei in een zwarte plastic vuilniszak en stopte hem dan in een bananendoos van Fyffes. Die verzegelde hij met zwarte plastic plakband. Daarna gebruikte hij, net als bij alle andere dozen, een grote rode viltstift om de inhoud van de doos later te kunnen herkennen.

Die week verhuisde hij naar Hasselt. Hij begon met het uitpakken van zijn spullen en met het vinden van een plek voor ze in zijn nieuwe omgeving. Hoewel de hoogst noodzakelijke dingen onmiddellijk werden uitgepakt duurde het enkele weken om de rest van de dozen te sorteren.

Na twee weken in zijn appartement in Hasselt, op een zondag, ploegde Juliaan door de laatste stapel dozen. Hij kwam uit op de bananendoos met het rode opschrift 'STEEN'.

Lieve hemel!” dacht hij, “Wat ga ik hiermee doen? Ik moet er vanaf komen.”

Hij pakte de steen uit de vuilniszak en zette hem vroeg op de morgen van de vuilnisophaling op de stoeprand, naast de vuilnisbakken van het appartementsgebouw. Toen hij die avond thuiskwam van zijn werk in Diest lag tot zijn verbazing de steen er nog steeds. Er zat een voorgedrukt briefje onder waarop stond: "Wij nemen geen zware materialen mee. Ga naar het containerpark in de Crutzenstraat."

Juliaan staarde even naar de steen, en toen voelde hij zich plots verlegen. Hij keek in de straat op en neer om te zien of er iemand keek naar de nieuwe buurman die probeerde zich tegen het Hasselts stadsreglement in van een zware steen te ontdoen. Met wat moeite raapte hij de steen terug op en nam hem mee zijn appartement in. Daar zette hij hem op een plank van een ingebouwd rek op de badkamer waar alleen hij de steen zou zien, Tegen zichzelf zei hij dat hij de zaak later wel zou afhandelen.

Het leven van Juliaan ging door. Na een tijdje ontmoette hij in Herkenrode tijdens een geleide wandeling een vrouw. Annette was gescheiden, net als Juliaan. Zij woonde ook alleen, maar wel in een bungalow in het Lummense Schalbroek. Het klikte tussen hun twee. Ze lachten veel samen en hadden het goed met elkaar. Op hun tedere momenten lieten ze aan elkaar de dingen zien die ze bij zichzelf wel de moeite waard vonden. De rest was handig weggestopt achter een soort gordijn dat ze geen van beiden ooit voor de andere zou opentrekken.

Het maakte niet uit, ze waren blij en tevreden met wat ze samen hadden. Annette trok eerst in bij Juliaan in Hasselt. Zij bracht van Lummen heel wat spullen met zich mee naar het appartement op de Maastrichtersteenweg. Daarom moest Juliaan in zijn badkamer ruimte maken voor het toiletgerei, de make up en de persoonlijke zeepjes en crèmes van Annette. Daarbij viel hem de steen weer op. Die was er de hele tijd geweest, in het volle zicht, maar op de een of andere manier had hij nooit gedacht er zich vanaf te maken. Nu Annette een gedeelte van de badkamerruimte nodig had besloot hij de kei in zijn auto te laden en die de volgende dag naar het containerpark in de Crutzenstraat te brengen als bouwafval. Toen hij met de zware steen in zijn armen vanuit de badkamer naar de voordeur liep zei zijn nieuw lief:

Oh zeg! Wat een mooie steen. Waar heb je die gehaald?"

Juliaan antwoordde Annette niet. Hij wachtte even om zelf nog eens naar de zware steen in zijn armen te kijken. Die zag er best goed uit, dacht hij, voor een steen.

Je mag die steen niet weggooien, Juliaan,” zei Annette. “Daar is hij veel te mooi voor.”

Na een paar maanden voelde Annette zich niet meer echt in haar sas in het appartement op de Maastrichtersteenweg. Zij praatte erover met Juliaan. “Ce que femme veut, Dieu veut” zegt een oud Frans spreekwoord. Samen zouden ze dan maar in het huis van Annette in Schalbroek gaan wonen.

Annette wou absoluut dat Juliaan de steen mee naar Lummen zou nemen. Eens ze goed en wel ingehuisd waren in de bungalow zei ze: “Waarom zet je de steen niet in de tuin, bij een bloembed? Het zal een mooi natuurlijk accent zijn.”

Juliaan voldeed aan Annette's wens en de steen werd opnieuw niet weggegooid. In de jaren die volgden hadden ze de tuin regelmatig onderhouden, bloemen geplant, onkruid gewied en waar nodig gesnoeid. Ze hadden die tuin echt aantrekkelijk gemaakt, en de buren leken er jaloers op, vooral op hun mooie gazon...

Na verloop van tijd kwam de klad erin. Zowel Juliaan als Annette begonnen hun steeds weerkerende alledaagse taken te negeren. Ze maakten keuzes die de voorrang gaven aan nieuwe en afzonderlijke interesses. Het onkruid overwoekerde de bloembedden en werd zo groot en wild dat het de steen verborg. Uiteindelijk kwam het zover dat hun verwaarloosde bungalow voor geen van beiden nog herkenbaar was. Ze praatten ernstig met elkaar, en besloten elkaar maar los te laten.

Hoewel Juliaan opnieuw triest was over de weeral mislukte liefdesaffaire leerde hij langzaam aan zijn weg weer te vinden. Hij besloot maar weer te verhuizen. Terwijl hij de tuin aan het opruimen was kwam hij de steen tegen. Met al de problemen die hij nu had met Annette was hij de zware Maaskei helemaal vergeten, maar zodra hij die zag tussen onkruid en lang gras besefte hij dat die er de hele tijd was geweest. Hij was onveranderd gebleven, net als alle andere stenen, gedurende de elkaar opvolgende seizoenen, in weer en wind…

Juliaan herinnerde zich hoe hij de steen als een huwelijksgeschenk had beschouwd toen hij die vond op de samenvloeiing van Maas en Bocq. Hoe gelukkig was hij als jonggetrouwde in die tijd toch geweest! Zijn huidige verdriet door het vertrek van Annette deed hem verlangen naar ooit gelukkiger tijden. Hij dacht terug aan Laura, zijn eerste vrouw, en hoe dicht ze in hun vroege huwelijksjaren naar elkaar toe waren gegroeid. Hij vroeg zich af hoe hun leven er nu zou uitzien als ze waren blijven groeien met elkaar in plaats van los van elkaar.

Juliaan ging op zijn knieën naast de steen zitten en bekeek hem nauwkeuriger dan ooit tevoren. De Maaskei die aan een grote silex deed denken was inderdaad op zijn eigen manier mooi. Verloren in zijn nostalgie besloot Juliaan dat de steen, waar hijzelf ook nog zou belanden, overal met hem mee zou gaan.

Toen hij zich in Stokrooie in de Olmenbosstraat in een huurhuis vestigde plaatste hij de steen langs zijn voordeur, als een ornament, zodat iedereen die in de straat voorbijkwam de zware steen kon zien en bewonderen. Zelf ging Juliaan er elke dag langs staan, soms zelfs meer dan één keer per dag. Zonder het volledig aan zichzelf of iemand anders toe te geven ging hij meer en meer van de steen genieten. Het kwam zelfs zover dat hij in feite afhankelijk werd van de steen zijn aanwezigheid. Die was zo zwaar, zo solide, zo duidelijk onverwoestbaar dat hij hem niet weggooide, maar in zijn leven opnam. De zware steen wachtte elke dag op hem en werd een betrouwbare bevestiging van zijn bestaan. Juliaan wist dat het vreemd was om op die manier aan een steen te denken, maar het gaf hem op de een of andere manier troost, en ook zelfzekerheid.

Terwijl hij in Stokrooie woonde en in Diest werkte ontmoette en maakte hij nieuwe vrienden en vriendinnen. Sommige van die vrouwen vond hij zo aantrekkelijk dat ze geliefden van hem werden. Die relaties waren maar vluchtig, en er was geen enkele die lang duurde. Elke keer dat er voor het eerst een speciaal iemand bij Juliaan thuis kwam leken ze de steen altijd op te merken en erop te reageren, maar nadat ze dat één keer hadden gedaan, besteedden ze er nooit veel aandacht meer aan. Alleen Juliaan zelf leek de steen de aandacht te geven die hij verdiende.

Soms merkte hij dat hij ongewild aan zijn mooie steen moest denken… Hoe, waar en wanneer hij hem had gevonden, zijn oorsprong, zijn geschiedenis, hoe hij er uitzag met zijn putjes en oneffenheden, zijn kleine scheurtjes, maar ook enkele glad gepolijste oppervlakken en een paar vlijmscherpe randen. Het gebeurde dat Juliaan zich afvroeg hoe oud die zware Maaskei wel was en hoe oud hij zou kunnen worden. Soms, als hij vrouwelijk gezelschap had, dacht hij er zo over na. Als hij dan te lang met de steen in zijn gedachten zat zag hij een boze, teleurgestelde vrouw naar hem zag staren.

"Wat? Mijn excuses. Wat zei je ook weer?"

Hij zou elke keer zijn excuses aanbieden, maar vrouwen namen niet hoe hij ze niet in het middelpunt van zijn belangstelling plaatste. Terwijl die gefrustreerde vrouwen zichzelf een voor een van Juliaans gezelschap bevrijdden werd hij steeds meer aan zijn gedachten overgelaten. Hij dacht veel na, en besloot dat niemand hem begreep. Misschien was het beter om alleen te zijn. Zijn steen zou hem nooit verlaten.

Alleen blijven in het huis in Stokrooie kwam er niet van… Het duurde niet lang voordat Juliaan in een winkel in Kermt een erg lieve vrouw ontmoette. Die heette Sanne, en voor haar had Juliaan geen enkele vrouw gekend met zo een lief gezicht als zij, en een betoverende glimlach. Als zij op hem lachte was Juliaan op slag goed gezind. Sanne zei dat ze Juliaans genegenheid voor de steen begreep. Niet alleen dat, zij verzekerde hem dat zijn toewijding aan de zware steen haar helemaal niet zou storen.

Ze begonnen samen uit te gaan, en even later kwam Sanne vaak het weekend doorbrengen met Juliaan in Stokrooie. Hoewel het redelijk goed ging tussen hun twee had Juliaan er moeite mee om Sanne volledig te vertrouwen. Sanne was zo lief en teder en gaf zich volledig aan hem over. Als ze praatten luisterde zij altijd naar Juliaan en als hij haar mening vroeg gaf Sanne hem altijd gelijk. Dat was Juliaan met geen enkele van zijn vorige geliefden gewoon geweest. Daardoor was hij op zijn hoede. Hij merkte dat hij alleen maar het tegenovergestelde voelde van wat Sanne hem voorspiegelde. Zo begon hij te twijfelen aan haar schijnbaar snel aanvaarden van hem en zijn steen. Dus testte hij haar op veel manieren, in de hoop haar leugen bloot te leggen voordat ze hem kon verraden. Het bleek dat een voormalige kennis haar ooit een steen had gegeven die uit de Samarakloof in Kreta kwam, maar na een tijdje had ze die hinderlijk gevonden. Ze wou hem niet langer in haar woning in Kermt en had hem op een dag in Viversel in het Albertkanaal gegooid.

Maar nu was Sanne tot een ander inzicht gekomen. Ze bood Juliaan aan te helpen met zijn steen, hem af te wassen en hem van algen te ontdoen. In ruil daarvoor kon hij haar de genegenheid geven die ze nodig had en zouden ze allebei beter af zijn door die uitwisseling. Juliaan zag wel de duidelijke voordelen van haar voorstel, maar hij was er niet klaar voor om zijn trouwe metgezel door Sanne te laten wassen, en zeker niet de natuurlijke algengroei te laten verwijderen. Omdat hij van de vrouw uit Kermt hield, bood hij haar nog steeds wat ze nodig had, maar het vuur van zijn liefde voor haar doofde stilaan. Op een dag zei Juliaan eerlijk tegen Sanne dat hij het beter vond dat ze hem voorgoed verliet. Dat het was omwille van de steen, dat zei hij niet. Sanne was van streek, maar ze ging weg…

Toen hij weer, voor de zoveelste keer, alleen was, en droef over het einde van de affaire met Sanne begon Juliaan te beseffen dat zijn steen hem misschien meer kwaad dan goed deed. Hij vroeg raad aan ongeïnteresseerde vrienden. Die lieten hem een hele tijd praten, of ze ook wel echt naar hem luisterden? Op een bepaald moment zeiden ze altijd:

'Wat? Mijn excuses. Wat zei je?"

Daarna betaalde hij beroepsmensen, psychotherapeuten en zogenaamde goeroes die zich voordeden als “zielsverzorgers” om naar zijn verhaal te luisteren, maar ze stelden alleen vragen over zijn jeugd, zijn ouders en zijn relaties uit het verleden. Ze vertelden Juliaan dat hij leed aan een of ander onopgelost probleem, of rondliep met een diep trauma. Maar dat was allemaal zo vaag, en het hielp Juliaan geen zier. Daarom antwoordde hij vaak:

Wat? Mijn excuses. Wat zei u?"

Hij ging terug naar de kerk van zijn jeugd in Godsheide hoewel hij niet langer geloofde. Daar was hij ooit gedoopt en had er zijn plechtige communie gedaan. In de biechtstoel deed hij zijn verhaal. De biechtvader begreep niet wat Juliaan bij hem kwam zoeken. Zonden biechtte hij immers niet op... Daarop zei de priester dat de steen inderdaad een belangrijk onderdeel van zijn leven was. Maar of dat echt zo positief was? Net zoals er een steen werd gebruikt om Jezus zijn graf dicht te maken was ook Juliaan onder zijn steen begraven. Hij verzekerde Juliaan dat geloof in de Heer Jezus hem zou toestaan om zijn steen opzij te rollen en te herrijzen. Ook zou zijn innerlijke onrust verdwijnen als hij maar het Licht wou zien en zich snel van die steen ontdoen..

De priester had eigenlijk geen redelijk antwoord voor Juliaan, dus hij verliet de parochiekerk van Godsheide en keerde naar Stokrooie terug.

Jarenlang woonde Juliaan daar op de Olmenbosstraat in hetzelfde huis, het huis met de prachtige steen aan de voordeur. Zijn vrienden en zijn familie waren bezorgd en zegden hem dat hij te teruggetrokken begon te leven, en eenzaam en ongenietbaar aan het worden was. Juliaan zag het niet zo en maakte er een punt van om wie hem dat aanwreef in de toekomst minder te zien.

Na een tijdje begon hij zich opnieuw alleen te voelen. Zo graag had hij weer een speciaal iemand leren kennen, iemand als Sanne… Maar hij vulde de leegte met andere afleidingen: hij ging vissen op het Albertkanaal, hij begon met een schelpencollectie, hij werd supporter van STVV en ging naar alle thuismatchen op Stayen kijken. Ook begon hij voor de eerste keer in zijn leven verdere reizen te maken, naar Thailand, Zuid-Afrika, Brazilië, Mexico, Chili…

Allemaal werkte dat niet zo goed om hem beter te laten voelen, zoals hij dat had gehoopt. Juliaan ontdekte wel dat enkele glazen wijn per dag alles wat lichter en rooskleuriger deden lijken.

Maar ook onder invloed van de warme gloed die de wijn hem bezorgde wist Juliaan dat hij koud, ongezellig en ongelukkig was. Toen hij na een lange vlucht terug thuisgekomen was uit Uruguay zag hij plots de zin van zijn leven niet meer in.

Net toen hij op het punt stond het op te geven, ontmoette hij bij zijn beste vriend Leander een vrouw die belangstelling voor hem had. Christine keek door de verharde schaal heen die Juliaan zo zorgvuldig rondom zich had opgebouwd. Zonder er uitdrukkelijk over te spreken vroeg Christine hem zijn hart te openen. Hij dacht er meteen aan haar over zijn steen te vertellen, en de problemen die die had veroorzaakt, want hem kennen was zijn steen kennen... Maar Juliaan zweeg over de steen. In plaats daarvan, om de een of andere reden die hij niet kon uitleggen, deed hij gewoon wat Christine vroeg. Deze keer was hij het die in haar huis in Helshoven kwam wonen. Het was een mooie oude boerderij die zij van haar grootvader had geërfd. Hoewel Juliaan zijn steen meebracht verstopte hij die in een donkere uitsparing van een vervallen schuurtje in een verre hoek van de tuin. Nooit had Juliaan aan Christine verteld over het bestaan van die zware steen. Misschien had ze wel opgemerkt dat die er was, of ook niet. In elk geval, Christine zei er nooit een woord over. Zij had besloten om van Juliaan te houden, en dat was het enige dat belangrijk voor haar was. Hij dacht nog vaak aan de steen, maar hij liet hem waar hij was, in de donkerte van het oude schuurtje. Hij dacht er niet eens aan om voor de zware steen een prominente plaats te vinden in het huis van Christine.

Ze leefden in Helshoven een aantal jaren min of meer gelukkig, totdat, totaal onverwacht, een massief hartinfarct een einde maakte aan Christine’s leven.

Juliaan bleef in het huis wonen, maar uiteindelijk werd hij te zwak door ouderdom en eenzaamheid. Zijn familie besloot dat het voor hem het beste was om naar een woonzorgcentrum te gaan. Morren deed Juliaan niet, en hij sprak zijn familie ook niet tegen. Wel zei hij bij zichzelf dat “woonzorgcentrum” een flatterende benaming was voor het oude mannekesgesticht, en een handige manier is om die oudjes naar hun dood toe te helpen...

Maar Juliaan legde zich bij de situatie neer. Dus voor de laatste keer pakte hij enkele van zijn spullen in. Terwijl zijn erfgenamen in het huis in Helshoven kwamen scharrelen en in stilte de dingen die hij niet meenam taxeerden, zag hij plots de zoon van een van zijn broers een grote steen naar de straat toe dragen. Juliaan vroeg hem of hij die zware steen mooi vond. Met een heimelijke blik op zijn gezicht zei die neef tegen Juliaan dat hij er niet slecht uitzag, voor een steen. Bij hem thuis in Herk-de-Stad zou hij wel een plaats vinden om die steen te leggen. En anders zou hij hem wel naar het containerpark op de Industrieweg brengen. Dat was voor Juliaan een brug te ver. Hij zei tegen zijn neef dat die geen moeite moest doen. De steen zou met hem meegaan naar zijn laatste thuis...

Juliaan heeft in het ouderlingengesticht zijn laatste jaren in relatieve rust geleefd. Zijn steen was nog steeds bij hem, op zijn nachtkastje langs zijn bed, maar zijn eigenaar had eindelijk een geschikte balans gevonden tussen gehechtheid eraan en onthechting ervan. Terwijl Juliaan de film van zijn leven opnieuw ontrolde, zoals iemand op oudere leeftijd die nog bij zinnen is telkens opnieuw doet, was zoveel verweven met die steen: elk huis, elke relatie, elke beweging, zijn vele komen en gaan. Die steen en Juliaan deelden alle momenten waaruit een leven bestaat. Hij kon het nu allemaal duidelijker zien.

Hoe ironisch,” dacht hij. “Hier ben ik, na zoveel jaren, zoveel wijzer, maar ik draag nog steeds deze zware steen. Het had een geschenk moeten zijn, maar hij heeft alleen pijn en lijden veroorzaakt. Ik heb zoveel keuzes in mijn leven door deze steen laten beïnvloeden.”

En toen besefte Juliaan dat zijn steen helemaal geen geschenk was omdat hij nooit aan hem was gegeven, zomaar, uit het niets. Hij was de hele tijd voor hem voorbestemd geweest. Zijn eerste liefde, Laura, had die ontiegelijk zware steen voor hem opgetild, hem in een kruiwagen gelegd... Toen zij in Spalbeek wegging gaf ze Juliaan gewoon mee wat van hem was… Hij ruilde haar liefde in voor die steen, en die steen werd het gewicht van zijn schaamte, en die schaamte had hem nooit meer de ware liefde laten voelen. Door de jaren heen had hij geprobeerd het weg te gommen, te verdragen, te negeren, te verbergen en de verantwoordelijkheid voor zijn gebrek aan warmte en diepgaande gevoelens op anderen af te wentelen.

En nu, eindelijk, terwijl zijn ziel wegdrijft van de mensen die bloemen en handenvol aarde op zijn kist gooien, realiseert Juliaan zich dat zijn lichaam voor altijd zal rusten onder de koude, zware steen die zijn vluchtige bestaan gekenmerkt heeft. Terwijl zijn werelds bestaan plaats maakt voor het opgaan in een etherisch inzicht ziet hij dat iedereen van wie hij houdt, inderdaad alle mensen, hun eigen stenen dragen, van steentjes tot gigantische rotsblokken. Hij wou dat, voordat hij in het Grote Niets verdwijnt, hij deze kennis aan hen kon overbrengen door te roepen:

"Zet hem neer! Gooi hem weg!"

Maar helaas, Juliaan is al te ver heen.


 


 

 

 


Submitted: May 15, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance