De Bron in Herkenrodebos

Reads: 80  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Fantasy  |  House: Booksie Classic

Verwonderlijk wat er in Herkenrode diep in het bos kan gebeuren...

De Bron in Herkenrodebos

door Bruno Roggen

 

Flink door stapte de oude man niet meer. Slenteren deed hij ook niet. Hij wandelde aan een erg traag tempo. Zijn stappen leken onzeker. Het leek erop dat hij bij het lopen lichte evenwichtsproblemen had. Misschien kwam zijn hortende manier van lopen ook wel door zijn ouderdom. Wellicht waren de gewrichten in zijn heupen en zijn knieën verdoor versleten.

De man was vertrokken uit een huis in de Mevrouwhofstraat in Tuilt. Dat huis verlaten deed hij nog uiterst zelden. Af en toe maakte hij nog wel een wandeling om goede lucht in te ademen en om toch nog te been te blijven. Vaak gebeurde dat niet meer, zoals hij dat vroeger wel gewoon was. Meestal bleef hij thuis op de canapé zitten en staarde wezenloos naar programma’s op VTM.

Dit was een grijze dag, een dag zonder veel belang. Die dag onderscheidde zich op de kalender of in de media niet van eender welke andere grijze dag. De man ging weg van het huis waar hij woonde onder de brug over de snelweg door. Iets dreef hem in de richting van Herkenrodebos. Hij wandelde op zijn eigen tempo, en hij bleef wandelen, verder dan hij dat gewoonlijk deed, dieper en dieper het bos in. Zo belandde hij zonder het goed te beseffen in een omgeving die hem helemaal niet vertrouwd was.  

Hij was vooral met zijn eigen problemen bezig terwijl hij maar steeds verder ging. Doordat hij zich verloor in zijn gedachten besefte hij niet hoe ver hij al in het bos was totdat de begroeiing begon te veranderen. Alles om hem heen was plots groener,de struiken werden dichter en dichter en de bomen almaar hoger en knoestiger.

De oude man twijfelde. Omdat hij helemaal niets herkende in dit deel van het bos van Herkenrode dacht erover om terug naar huis te gaan. Maar dat vooruitzicht trok hem niet aan. Er waren klussen thuis waarvan zijn huisgenoten verwachtten dat hij die voor zijn rekening nam, voornamelijk het onderhoud van de tuin. Dat lieten zijn zoon, zijn schoondochter en zijn vadsige kleinzoon aan hem over.

Dus ging hij verder, dieper en dieper het bos in. Nog nooit had hij dit soort bos gezien. Het zag eruit als oud groeibos, een soort oerbos. De man dacht dat dat soort woud al lang verdwenen was in dat gebied dat hoorde bij de Abdij van Herkenrode.

Plots leken de bomen te wijken. De man kwam op een open plek in het bos. Het was een heel vreemde open plek. In het midden stond er een muur opgetrokken met oude stenen. Tegen de muur was er een natuurstenen kuip met een bron waarvan het water voorzichtig opborrelde.

Terwijl dat al vreemd genoeg was werd de oude man toch nog meer verrast: de bron was niet het enige dat vreemd leek op de open plek. Er stond een kleine oude man naast de stenen bak. Hij was klein, erg klein, amper een meter hoog. Hij was vreemd gekleed met een baard die tot aan zijn middel reikte.

"Goede dag" zei de kleine man. “Jij kijkt zo vreemd?”

“Ja, ik ben een beetje verbaasd", zei de oude man van Tuilt. “Wat is dit hier? Het lijkt op een fontein."

"Ja, zo kan je het noemen, maar eigenlijk is het een bron.”

“Wat doet die hier? Wie heeft die muur gebouwd en die stenen bak hier gezet? Misschien de vroegere nonnen van Herkenrode?" "

“Nee, dat denk ik niet. Ik geloof nooit dat de zusters zich ooit zo diep in het bos hebben gewaagd. Het lijkt erop dat de muur en de bron er gewoon al altijd zijn geweest. Tenminste, zolang als ik weet.”

"Ach zo… Wie ben jij?"

"Ik ben de wachter van de bron," zei de kleine man. “Nu ondertussen al honderdtachtig jaar."

“Niet te geloven! Waar woon jij eigenlijk? Ook in Tuilt, of misschien toch in Herkenrode zelf?”

"Nee, ik woon hier."

“Waar ergens dan?”

“Hier een beetje verder, onder de grond, samen met mijn broers. Wij zijn eigenlijk bosgeesten. En de bron is een beetje van ons."

"Een bosgeest?"

"Ja, of als je wil, een boskabouter. Zoals die afschuwelijke gipsen dingen die sommige mensen graag in hun voortuintjes zetten. Wij zijn echt, niet van gips, en we zijn nauw verwant aan de Elfjes en de Feeën."

"En waarom ben je hier?"

"Ik zei het je al. Ik bewaak de bron."

"Waarom heeft die een bewaker nodig?"

"Tja, het is een beetje een speciale bron."

“Is dat zo? Wat maakt die dan zo speciaal?"

"Neem eens een slok van dit water en ontdek het zelf."

"En waarom zou ik dat doen?"

"Zoals ik al zei is de bron speciaal. Laten we zeggen dat als je haar water drinkt het enkele jaren van je zou afnemen. Al je pijnen en kwalen zouden verdwijnen. Zou het geen veel eenvoudiger wandeling voor je zijn als je, laat ons zeggen... vijftig jaar jonger was?"

"Is dit de bron van de eeuwige jeugd dan?"

"Kan zijn. Dat weet ik niet. Niemand noemt ze zo. Mijn broers en ik noemen ze gewoon de bron. Er is er maar één hier. Het is niet nodig om ze een naam te geven om ze van andere bronnen te onderscheiden."

De gewrichten van de man voelden stijf en gekwetst aan, en zijn botten deden pijn.

"Een slok... Is één enkele slok genoeg?"

"Dat is alles wat je nodig hebt en je zult je gloednieuw voelen, als herboren."

"Wat kan het uitmaken," zei de man van Tuilt tegen zichzelf. “Hoogstens kan ik de vliegende diarree krijgen als deze bron besmet is.”

Hij doopte zijn hand in de fontein. Het water was koud en voelde aangenaam aan. Hoe dat kwam begreep de man niet, maar daar stelde hij zich verder geen vragen bij. Hij tilde zijn handen waar hij een kommetje van gemaakt had naar zijn mond.

"Wacht even. Gewoon een woord van waarschuwing," zei de bosgeest.

"Wat? Is er toch een addertje onder het gras?" vroeg de oude man.

"Niet echt,” zei de bronbewaker. Er valt wel een prijs te betalen."

"Hoeveel is het?”

"Dat weet ik zelf niet. Dus kan ik het je niet vertellen. Het kost je niets in geld. Maar iemand zal moeten betalen."

"Maar ik niet?"

"Nee, jij niet."

De man tilde zijn handen met het rare water op en dronk. Het was het beste water dat hij ooit had geproefd. Hij voelde het meteen. Zijn rug werd door een geheimzinnige kracht rechtgetrokken. Zijn knieën voelden geweldig soepel aan. Hij tuurde in de stenen waterbak. De weerspiegeling van zijn gezicht toonde dat hij er opeens weer twintig uitzag.

"Dit is geweldig," zei de man tegen de bosgeest.

"Voor jou misschien,” antwoordde de kabouter. “Het is een beetje dagelijkse kost voor mij. Nu kan je beter teruggaan vanwaar je gekomen bent. Je wilt toch niet in het donker worden gepakt door al wat er hier in het bos rondwaart.”

De wandeling terug naar huis in de Mevrouwhofstraat in Tuilt duurde voor de man maar half zo lang met zijn nieuwe lichaam. Barstend van energie ging hij enthousiast het huis in om het wonder te laten zien dat hem gebeurd was.

Zijn opwinding was kort van duur toen hij zag dat een onbekende oude man met zijn zoontje speelde.

"Hela daar!" schreeuwde de herboren man. “Wie ben jij, en waarmee ben je bezig?”

Maar de oude man hield de jongen vast en keek alleen op,

"Papa? Ben jij dat?"

En het besef stortte op de man neer. Hij keek naar zijn zoon. Die was ondertussen dertig jaar ouder ouder geworden. Hij was aan het spelen met zijn kleinkind, de gewezen oude man zijn achterkleinkind.

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2021

 

 


Submitted: May 18, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Fantasy Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance