De Hond van Anke

Reads: 63  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

Donkere, onbekende dreiging...

De Hond van Anke

 

door Bruno Roggen

 

 

Verwittiging:

 

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.

 

 

Primus, zo heette de hond van Anke. Het was een Labrador reu, maar hij was gecastreerd. Daardoor was Primus tamelijk vervet, en ook veel trager dan een normale Labrador. Joris, de vader van Anke, had de pup al erg vroeg laten ontmannen en hem opgeleid. Dat had Joris erg goed voor elkaar gebracht, want Primus luisterde perfect naar de orders die hij van Joris, en later van Anke kreeg.

 

Toen Anke op vierentwintig bij haar ouders in Kuringen vertrok en alleen ging wonen in de Berenbroekstraat dicht bij het kanaal in Hasselt was Primus ondertussen elf jaar oud. Van haar vader mocht Anke de Labrador meenemen. Joris vond dat een jonge vrouw die alleen ging wonen een zekere bescherming nodig had. Een echte waakhond, of een hond die je als bijter kon dresseren en er een agressieve hond van maken, zoals een pitbull of een stafford, waren daarvoor niet nodig. Als de hond maar op tijd blafte wanneer er gevaar dreigde, dat was al genoeg. Dan had zijn baas de tijd en de kans om op zijn hoede te zijn, en eventueel voorzorgsmaatregelen te nemen.

 

Anke kreeg in de nieuwe woonst in de Berenbroekstraat veel genegenheid van Primus, maar zij gaf hem die ook terug. Wel was ze streng genoeg voor hem. Ze wilde haar hond in geen geval verwennen. Haar vader had haar daarvoor gewaarschuwd: als je een hond een vinger geeft, dan neemt hij, voor je het weet, je hele arm. Verwennen was dus niet aan de orde voor de Labrador. Primus werd goed behandeld door Anke, maar hij moest naar haar luisteren, en dat deed hij ook.

 

Nu was er plots wel een grote verandering gebeurd in de verhouding tussen Anke en haar hond. Sinds ze allebei in de Berenbroekstraat woonden had Primus elke nacht in de keuken van het huis in zijn mand moeten slapen. Daar had hij niets op tegen. Als hij zag dat Anke tegen half elf de TV uitschakelde wist hij het wel. Vanzelf ging hij dan vanuit de living voor de schuifdeur naar de tuin staan. Anke deed die dan open, Primus ging zijn behoefte doen, en kwam na ongeveer vijf minuten terug voor de schuifdeur staan. Anke liet hem binnen, ze gaf de hond nog een aaitje over zijn kop en dan bracht ze hem naar de keuken. Daar ging de Labrador zonder meer in zijn mand liggen totdat Anke de volgende morgen de deur naar buiten weer open deed. Ze liet hem uit in de tuin. Daar ging Primus rondsnuffelen tot hij eindelijk het ideale plekje gevonden had om te plassen, of zijn drol neer te leggen, of allebei.

 

Nu, opeens, zonder meer, moest Primus de nacht niet meer in zijn mand in de keuken doorbrengen. Anke nam hem mee naar boven, naar haar slaapkamer. De mand van Primus bleef gewoon in de keuken staan. Die was boven ook niet nodig, want de hond mocht nu plots met zijn bazin in hetzelfde bed slapen.

 

Voor Primus maakte het eigenlijk niet veel verschil. Integendeel, de eerste avonden dat hij met Anke mee naar boven mocht was hij zenuwachtig. Dat kwam door iets dat tijdens zijn avondwandeling was gebeurd. Maar ook was Primus in de war omdat zijn bazin plots zijn slaaproutine verstoorde. Hij begreep niet wat ze met hem wou. Even maar bleef hij bij haar op het bed liggen. Dan sprong hij er vanaf en ging terug voor de deur van de slaapkamer staan. Hij jankte stilletjes, omdat hij terug naar beneden wou, naar zijn vertrouwde mand in de keuken. Dat liet Anke hem niet toe. Met een vermanende vinger wees ze naar haar bed, en zei streng “mand!”. Het duurde niet lang of Primus had begrepen wat zijn bazinnetje van hem wou. En zo sliepen ze van dan af samen, in een soort “lepeltje-lepeltje” houding, zoals sommige koppels dat ook gewend zijn.

 

Toen Kristien, de moeder van Anke, hoorde dat haar dochter en Primus in hetzelfde bed sliepen was ze niet goed gezind. Ze probeerde haar dochter ervan te overtuigen dat met een hond in haar bed slapen onrust en ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebracht. Dat had ze gelezen in een aantal artikels op het Internet, maar ook in Libelle of Flair, maar in welk van de twee damestijdschriften, dat herinnerde Kristien zich niet meer.

Volgens haar moeder kon haar hond de slaapkwaliteit van Anke verminderen, want honden zijn altijd op hun hoede, dus het zijn lichte slapers. En een hond die snurkt, en kwijlt, zoals Primus, of het bed oververhit, was zeker geen ideale slaapgenoot voor Anke. Het hondenhaar dat onvermijdelijk in het bed terechtkwam kon allergieën verergeren. En allergieën, die had Anke: ze was allergisch voor bananen, voor graspollen, voor steken van bepaalde insecten… Honden, dat wist iedereen, verzekerde haar moeder haar, want het had in Flair of Libelle gestaan, konden ziekten verspreiden. Bacteriën, parasieten en schimmels konden zich allemaal van honden en katten op mensen overzetten..

En zo ging het maar door. Anke sprak haar moeder niet tegen. Ze luisterde geduldig naar die haar waarschuwingen. Maar wat de mogelijke gevolgen ook konden zijn als ze met Primus in hetzelfde bed bleef slapen, Anke dacht er geen moment aan om de Labrador terug naar zijn mand in de keuken te sturen.

Hoe kon het toch dat Anke zo plots Primus ‘s nachts zo dicht mogelijk bij zich wou hebben? Daar was een verklaring voor, maar die vertelde ze niet aan haar moeder om die oudere vrouw niet ongerust te maken, nodeloos, of wel degelijk met een gegronde reden…

Het was gebeurd op een van die avonden toen ze tamelijk moe terug thuiskwam van haar werk. Meestal vond Anke het niet erg om de hond mee te nemen voor een wandeling in de omgeving van het Albertkanaal. Eigenlijk was een avondwandeling met haar hond maken een van de favoriete manieren van Anke om zich te ontspannen.

Maar die avond was ze te moe en hoopte zich te kunnen ontspannen op de sofa in haar living en een interessante serie op Netflix te vinden. Dat was tegen de gewoonte van Primus in. Hij had al de hele dag naar zijn avondwandeling uitgekeken. Hij kwam voor Anke staan en blafte kort. Hij keek maar steeds naar de deur, wat zijn signaal was dat ze moesten gaan wandelen. Anke probeerde Primus eerst te negeren, maar hij keek veel te schattig naar haar om nee te zeggen. Zelfs op zijn middelbare leeftijd en met zijn overgewicht sprong Primus nog als een puppy in het rond toen Anke zijn leren riem beetpakte.

Toen zij een zaklamp uit een keukenlade had gehaald en haar jas eenmaal had aangetrokken was zij klaar om met Primus op pad te gaan. Voor ze vertrok controleerde ze of de zaklamp nog fatsoenlijk werkte. Anke wist dat het er belachelijk uitzag, maar zij vond dat ze niet voorzichtig genoeg kon zijn bij een avondwandeling in haar wijk waar op dit uur nog nauwelijks beweging was.

Hoewel zij al snel zou beseffen dat dit een van die ongewisse avonden was had zij gewoon thuis moeten blijven. Zodra ze in de Berenbroekstraat in de richting van de tuikabelbrug in Godsheide liepen begon haar hond te grommen. Anke keek om zich heen. Ongerust maakte zij zich niet. Ze dacht dat het een verdwaalde kat of een konijn was die de woede van de Labrador opwekten. Ze scheen in het rond met haar zaklamp. Maar nee, er was niets. Anke bleef of haar hoede en ze was nog steeds een beetje ongerust, maar de belofte aan Primus om hem wat lichaamsbeweging te bezorgen dwong haar door te gaan.

De gebeurtenissen begonnen echter een eigenaardige wending te nemen. Zodra Anke aan de helling van de tuikabelbrug begon naar omhoog te lopen doofde haar zaklamp. Waarschijnlijk was de batterij leeg. Zij maakte daar niets uit, en ze ging voorzichtig verder. Haar buurt was nogal donker. De straatverlichting was er karig, en om de een of andere reden, misschien om energie te besparen, zetten de bewoners van de meeste huizen hun buitenverlichting niet aan. Er was wel een beetje maanlicht en zij woonde nu toch al een hele tijd in de Berenbroekstraat. Bijgevolg kende zij bijna blindelings de weg in de buurt. Waarom, dat kon Anke niet precies zeggen, maar ze besloot op haar stappen terug te keren met Primus. Dus ging ze niet verder in de richting van de tuikabelbrug.

Eens aangekomen op de hoek van de Putvennestraat kon zij het gevoel niet van zich afschudden dat er iemand naar haar keek. Primus bleef onrustig. Hij snoof en jankte, precies alsof hij bang was. Anke keek om zich heen, maar voor zover zij kon zien was er niemand anders buiten op dit late uur. Zij bleef doorgaan in de richting van haar huis, maar zij haalde haar telefoon uit haar zak en hield hem vast terwijl ze verder liep met de Labrador.

Het gevoel van beklemming werd erger naarmate zij verder ging, tot op het punt dat zij zich verscheidene keren omdraaide met de gedachte dat er iemand was die achter haar aankwam. Zij deed het lampje van haar telefoon aan, maar dat stierf na enkele minuten ook uit omdat de batterij niet op tijd was opgeladen. Maar Anke wist daar raad op. Ze bracht de dode telefoon naar haar oor en deed alsof ze met een kennis sprak, in de hoop dat dat een stalker of een andere gluiperd zou afschrikken.

Primus begon hard te trekken aan zijn leiband. Kwijl viel uit zijn mond op de weg. Het was duidelijk te merken dat de Labrador bang was en zo snel mogelijk terug thuis wou zijn. Dat zou er snel van komen. Anke was opgelucht toen ze in de verte, op nog geen tweehonderd meter, haar huis zag opduiken. Maar toen zag ze plots iets in het midden van de straat. Het moest een of ander effect van het maanlicht zijn geweest, want Anke kon zweren dat zij midden op straat iets zag gloeien en heen en weer bewegen, iets dat er uitzag als een vage verschijning. Zij geloofde niet in spoken, evenmin in de weerwolf of andere kwaadwillige geesten… Maar wat was dit? Heel even was het er maar, toen verdween de gloed met de onverklaarbare verschijning van de straat.

 

Een plotse schrik sloeg Anke om haar hart. Zij besloot dat ze meer dan genoeg gewandeld had met Primus, en ze wou zo snel mogelijk naar huis. Zij zou de volgende dag twee keer zo ver met de hond wandelen, misschien zelfs tot in Bokrijk. Primus voelde aan dat ook zijn bazin niet meer op haar gemak was en trok nog harder aan zijn leiband. Maar hoe dichter ze bij het huis kwamen, hoe meer de hond van streek raakte. Primus bleef grommen, en dan janken en jammeren voordat hij luid blafte naar iets dat op niets leek.

 

Anke was blij eindelijk in haar huis binnen te komen. De deur deed ze onmiddellijk op slot. Dat stelde haar niet helemaal gerust. Te bang na hun wandeling om nog naar iets op TV te kijken ging ze onmiddellijk naar boven. Voor de allereerste keer mocht Primus met haar mee. Ze draaide de sleutel twee keer om in het slot en sloot zo de slaapkamerdeur, iets wat ze daarvoor nog nooit had gedaan. Ze ging op haar bed zitten met haar trouwe viervoeter. Eerst wou die terug naar beneden, naar zijn eigen mand in de keuken, maar Anke sloeg haar arm om hem heen en klampte zich in het bed als het ware aan Primus vast.

 

Net toen zij op het punt stond in slaap te vallen, hoorde Anke beneden een duidelijk geklop op het raam. Waarschijnlijk kwam het geluid van de schuifdeur in de living. Wat nu? Zij dacht na, stijf van de schrik. Gaan kijken wie er aan die deur klopte? In geen geval! Zij negeerde het geklop, maar het tikken op het glas werd steeds luider. Ten slotte raapte zij haar moed bij elkaar, knipte het licht aan, trok de overgordijnen naar opzij en deed het slaapkamerraam open. Zij keek naar beneden. Maar er stond niemand aan de schuifdeur. Zij sloot het raam en de gordijnen opnieuw en ging terug naar bed.

Nog twee keer blafte Primus terwijl Anke probeerde in te slapen. Nog twee keer hoorde ze duidelijk het kloppen beneden. Tenslotte viel ze van vermoeidheid in slaap, en Primus volgde haar voorbeeld.

 

De volgende dag liep zij naar buiten, samen met Primus. Eens buiten de deur raakte de hond in paniek. Primus blafte en jankte tegelijk. Zijn haren gingen rechtop staan op zijn rug. Tijd om zijn morgenbehoeftes te doen nam hij niet. Hij stormde terug naar binnen.

De angst die de Labrador plots had gevoeld zette zich op Anke over. Zij keek naar de schuifdeur, en ze schreeuwde het bijna uit. Er stonden een paar diepe afdrukken van erg grote voeten buiten voor de deur. En dat was niet het ergste. Er was een duidelijke vettige vlek op het raam waar iemand met zijn handen en gezicht tegen het glas had gedrukt.

 

Aan haar moeder heeft Anke niet verteld waarom van dan af ze nooit meer zonder haar Labrador Primus wou slapen.

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2021

 

 

 

 


Submitted: May 18, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Horror Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Romance