Meisje onder een brug

Reads: 181  | Likes: 1  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Fantasy  |  House: Booksie Classic

Een vreemde ontmoeting met een meisje in het midden van de nacht...

Meisje onder een brug

door Bruno Roggen


Op Pinkstermaandag, zo'n vijftig jaar geleden, ging ik op paling vissen in Mot Kumpel. Dat was een brede meander van de Demer in Diepenbeek. Je kon daar alleen maar geraken als je van de Miezerik langs de oever van de rivier opliep. Dat was geen sinecure, want Mot Kumpel lag zowat een halve kilometer van de weg, als ik me goed herinner. Ook was het terrein erg ongelijk langs de Demer, en er groeiden allerlei struiken, en ook netels en bramen die je hinderden bij het vooruitkomen. Om nog maar te zwijgen dat je soms met je viskorf op je nek en je visstokken in de hand onder of over de prikkeldraad moest kruipen waar boeren hun weides hadden mee afgespannen.

Het op paling vissen gebeurde zonder succes die Pinkstermaandag. Voor paling was het te vroeg in het seizoen. Wel ving ik enkele dikke katvissen en een lauw van ongeveer een kilo. Voor die grote katvissen was Mot Kumpel in die tijd onder vissers wel bekend. Ondertussen is dat allemaal volmaakt verleden tijd. Toen meanderde de Demer prachtig door het Limburgs landschap en was erg visrijk. Een of andere idiote landschapsplanner heeft in de jaren ’50 of ‘60 van vorige eeuw besloten dat zoiets niet langer kon. Ze hebben de Demer rechtgetrokken en zodoende het landschap onherstelbaar verminkt…

Dus met mijn vangst moest ik toch niet met lege handen naar huis. Om thuis te komen moest ik op de Miezerik mijn Fiat 1100 met zelfmoorddeuren gaan halen. Die kon ik niet op de brug over de weg aan de Demer parkeren. Daarvoor was in die tijd de Miezerik veel te smal. De auto stond op ongeveer tweehonderd meter van de brug, voor het huis van een hereboer die (als ik me goed herinner) Mesotten heette en die met een Jaguar Mk2 reed, een beige van 2,4 liter.

Omdat palingen het beste bijten als het donker is, bleef ik tot heel laat voordat ik aan Mot Kumpel inpakte. Hoe laat ik daar precies vertrok kan ik me niet herinneren. Het kan best om twee uur 's nachts zijn geweest. Met veel gesukkel liep ik terug naar de Miezerik over het kleine pad langs de Demer dat ik in de late namiddag zelf had gebaand.

De nachtlucht was koel en de struiken aan beide oevers van de Demer begonnen plots te zwaaien en te schudden door een zeer harde wind. Tegelijkertijd deed zich een vreemd fenomeen voor: ik zag allerlei verschillende tinten zowel op het pad als op de Demer terwijl mijn zaklamp naar de grond scheen. Wie indertijd dat gebied gekend heeft weet dat dit niet het soort plek was met straatverlichting.

Ik had nog een paar honderd meter te gaan voordat ik de asfaltweg van de Miezerik bereikte. Hoewel dat wat er aan de hand was me raar voorkwam stelde ik me geen vragen en maakte ik me ook geen zorgen.

Plots ging de wind liggen, de lichteffecten verdwenen en weer was het pikdonker. Gelukkig had ik mijn zaklamp altijd bij me, anders was het nog een hele moeilijke wandeling geworden om terug op de weg van de Miezerik te geraken. Zonder mijn zaklamp kon ik amper vijf meter voor me zien, terwijl donkere wolken die een onweersbui aankondigden de lucht totaal verduisterden.

Precies op dat moment begon ik me toch zorgen te maken. Ik neuriede terwijl ik liep, in de hoop door niets in de struiken verrast te worden. Soms liepen er daar vossen in het wild, maar ik maakte me geen zorgen. Af en toe hoorde ik iets in de bosjes. Er was toch geen reden om bang te zijn: ik herinnerde mezelf dat er hier niets gevaarlijks was. Misschien zaten er wel waterratten, of muskusratten, en in het uiterste geval een bever. En dan nog, in feite houden echte roofdieren zich veel te stil om opgemerkt te worden. Dit is een van hun jachttactieken.

Dus ik bleef lopen, neuriën en zwaaien met mijn sleutels om mijn vinger, in de hoop dat het gerinkel ook de dieren attent zou houden op mijn aanwezigheid. Eindelijk kon ik een open plek in de lucht zien. Ik kon mijn zaklamp uitdoen toen ik onder de brug van de Miezerik kwam en nog maar iets meer dan vijf minuten van mijn auto weg was.

Toen ik eenmaal van onder de brug op de berm naar omhoog wou kruipen om op de straat te geraken kwamen de sterren ook te voorschijn en was er een uitbarsting van een paarsachtig maanlicht. Door dat maanlicht kon ik vaag zien dat er onder de brug iets aan de kant stond, een donkere vorm die leek te bewegen. Ik deed mijn zaklamp weer aan en zag dat het een meisje was, of een vrouw, want in het maanlicht was niet duidelijk te zien hoe oud ze zou kunnen zijn.

Dat was vreemd, dacht ik. Het was al heel erg laat. De mensen lagen allemaal in bed en sliepen. Het was helemaal niet gebruikelijk om een meisje moederziel alleen langs de Demer te zien, laat staan verstopt onder een brug.

Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de vrouw tegen de oever van de rivier in het water stond te staren.

"Alles in orde?" vroeg ik haar.

Ze keerde zich naar me toe, staarde me aan en zei: “Ik wist niet dat er hier nog iemand anders was.”

Excuseer me als ik u stoor, maar ik moest hier gewoon langs komen. Ik wilde u niet bang maken."

Ik herhaalde mijn vraag: "Gaat het? Kan ik u met iets van dienst zijn?"

Toen ik dichterbij kwam, realiseerde ik me dat ze alleen een kort hesje en een soort balletrokje droeg en geen schoenen.

"Weet u zeker dat alles in orde is?" vroeg ik voor de derde keer.

"Ja, ja! Ik heb net ruzie gehad met mijn vriend."

"Oh..." Ik wist niet goed wat ik tegen haar moest zeggen. In die tijd had ik het tamelijk moeilijk om goed met mensen te communiceren. Naarmate ik ouder word gaat dat beter, maar in die tijd was ik veel beter met dieren dan met mensen.

"Wel," waarschuwde ik haar, "U zou hier niet alleen mogen zijn."

Het is hier niet de grootstad,” antwoordde ze. 'Ik denk niet dat ik me zorgen hoef te maken om hier 's nachts rond te lopen. Wat als we vriendschap met elkaar sluiten, en “jij” en “jou” tegen elkaar zeggen?"

Mij goed, daar heb ik niets op tegen. Ik bedoelde dat je hier best niet alleen ‘s nachts rondloopt vanwege het risico om in het donker te struikelen en in de Demer te vallen.”

"Oh, dat? Maak je geen zorgen!"

Mijn auto staat niet ver weg. Ik kan je ergens met de auto naartoe brengen,” bood ik aan. "Heb je een plek om te overnachten?"

"Niet echt."

Of je kunt hier gewoon wachten. Ik haal mijn auto en kom je ophalen. In principe is het gevaarlijk om op de brug stil te staan omdat de weg zo smal is, maar voor één keer... Nu in de nacht is er toch zo goed als geen verkeer, en zo lang zal ik er niet staan.”

En dan?” wou ze weten.

Ik kan je naar de stad brengen, naar Hasselt. Sommige hotels zijn daar altijd open."

"Nee, dank je wel.” wimpelde zij me af. “Waarom blijf je niet hier bij mij?"

"Eh.. dat toch liever niet..." zei ik zonder te weten wat ik nog meer moest zeggen.

Ze draaide zich om, met haar ogen op zoek naar de Demer.

"Maar kom, blijf toch bij mij! Kijk naar het water, het is zo vredig"

Ja, zo ziet het er wel uit, maar laat je niet misleiden! Ik ken de Demer hier: hij is verraderlijk, vooral zo dicht bij de brug. Hier is hij diep, bijna drie meter, en daar zijn altijd gevaarlijke draaikolken.”

Kijk toch maar naar het water.”

Goed dan..." Ik keek toe en het water was inderdaad heel kalm.

Je houdt er niet van om van de oever te springen, hè?” vroeg ze lachend.

Nee, daar heb je gelijk in. Waarom vraag je dat?”

Omdat je onder een brug staat waar geen mens in een straal van een kilometer te zien is. We zouden allebei zonder kleren in het water kunnen springen.”

Wel, dat is een gek idee. Ik denk er niet eens aan om zoiets te doen. De nachtlucht is kil, en ik voel me goed met al mijn kleren aan. En jij, heb je het niet koud?"

Niet echt, zelfs niet met alleen dit hesje en het tule rokje… Maar ik had niet veel keus om iets anders aan te trekken. Ik had ruzie met mijn man. Ik ben zonder meer ons huis uitgelopen."

En waar is je huis?”

Eh ... best ver hier vandaan. Niet ver van de Tuiltermolen in Kuringen…”

Ik dacht na. Moest ik haar geloven? Ik had mijn twijfels:

En hoe ben je hier terechtgekomen? Kuringen… Ik schat dat dat ongeveer acht kilometer hier vandaan is, niet?”

"Mogelijk, maar dat is toch geen afstand. Rennen en zwemmen, dat heb ik gedaan."

"Wat zeg je, zwemmen? Tegen de stroming van de Demer in?”

Voor mij, met of tegen de stroom in, mij maakt het niet uit. Je moet weten hoe je de juiste technieken moet toepassen. En dan nog, hier heb ik een zak met varkensblazen. Die doen me drijven en maken me het zwemmen een stuk gemakkelijker..."

Dat zal dan wel...Ik dacht dat je zei dat je ruzie had met je vriendje? Nu is het opeens je man?”

Ja, tuurlijk, ja, mijn vriend, dat bedoelde ik. Ik bedoel, we zijn samen, alsof we getrouwd zijn."

Ik begon me plots erg ongemakkelijk te voelen. Ik deed een stap achteruit en begon aan de berm op te kruipen met de bedoeling naar mijn auto te gaan.

"Waar ga je heen?" vroeg zij.

Ik ben zo terug. Ik haal gewoon mijn auto. Dan breng ik je naar Hasselt.”

Ik beloofde het haar, ook al voelde ik me steeds raarder en dacht ik niet echt dat ik terug zou komen.

Dus, ik heb geen geluk? Dat je hier bij mij blijft, daar is geen sprake van?”

"Nee, ik denk dat ik nu echt moet gaan."

Ze begon boos te worden.

"Blijf bij mij!"

Het klonk als een bevel. Ik deed nog een paar stappen in de richting van de straat.

Wil je echt niet met mij het water in?” vroeg zij.

Nee, nee. Ik word liever niet nat. Bovendien is het te gevaarlijk. Ik kan niet goed zwemmen.”

Je mag mijn varkensblazen gebruiken,” stelde ze me voor. “Dan loop je geen enkel gevaar.”

Ik zei niets meer, trok mijn schouders op en zette nog een paar stappen naar omhoog op de berm. Tot mijn verstomming trok ze haar hesje en haar rokje uit. Ondergoed had ze niet aan.

"En nu?"

Om eerlijk te zijn, naakt zag ze er prachtig uit. Als ik twintig of dertig jaar ouder was geweest, zou het voor mij moeilijker zijn geweest om die keer nee tegen haar te zeggen. Maar toen woonde ik in Hasselt, en de hoge morele normen en waarden van de Hasselaren in de jaren ‘50 en ‘60 hadden mij beïnvloed. Zoals enkele vooraanstaande voorbeelden in de stad wiens namen ik niet zal noemen, werd ik in die tijd geleidelijk een van de vroomste, godvruchtigste en meest deugdzame mannen in Hasselt. Mijn geboortestad was toen nog zo mooi, onbedorven en niet verminkt, en ze was een bolwerk van de CVP en alle mogelijke verenigingen van de christelijke zuil.

Maar dat zei ik niet tegen die prachtige blote vrouw. Ik wendde mijn blik af van haar verblindende naaktheid en maakte dat ik weg was.

"Ik heb je gezegd hier te blijven!" riep ze. Ze werd steeds bozer.

Kom gewoon het water in. Het zal je goed doen, dat beloof ik je."

Ik deed nog een stap vooruit, maar ze volgde me de hele tijd met haar doordringende blik. Ze bleef maar eisen dat ik samen met haar het water in zou gaan. Toen ik eindelijk boven op de brug was en naar beneden keek veranderde haar gezicht in een boze grijns en werden haar ogen gitzwart.

Kom terug, ga met mij mee het water in,” zei ze met steeds dieper wordende stem. “Anders ga je het je beklagen, dat beloof ik je!”

Op dat moment besefte ik dat ze geen normale vrouw was, en niet weg kon komen van de Demer. Ze was aan de rivier geketend als met een onzichtbare ketting.

Ze stond daar nog de hele tijd te schreeuwen. Ik rende naar het huis van Mesotten, laadde snel mijn visgerei in de koffer van de Fiat en deed langs binnen de deuren op slot voordat ik vertrok.

Ik ben 's nachts nooit meer in de buurt van de brug in Miezerik geweest. Eens, ongeveer drie maanden later, ging ik op de Demer vissen met mijn vrienden Paul Souren en Herman Eersels. Dat was overdag, aan de Meukes in Godsheide, net voor de verroeste ijzeren bakken over de Demer die vroeger voor een deel van de watervoorziening van Hasselt hadden gezorgd.

Op een bepaald moment liet ik mijn visgezellen even alleen om mijn stramme benen te strekken. Ik schrok erg en raakte bijna in paniek toen ik de vrouw zag die ik bij de brug in Miezerik had ontmoet. Ze was naakt, en kwam van onder de ijzeren bakken gedreven, een halve meter onder water, en ze keek me dreigend aan.

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


 


Submitted: May 22, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Fantasy Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance