Iers Goud

Reads: 81  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Fantasy  |  House: Booksie Classic

Brandaan Sigilis krijgt van de Staatsveiligheid een nieuwe opdracht die dit keer helemaal niets met vampieren te maken heeft...

Iers Goud

 

door Bruno Roggen

 

Op de Koning Albert II-laan aan Brussel in de kantoren van de Staatsveiligheid wachtte Brandaan Sigilis al een kwartier op zijn directe overste, kolonel Edouard Cassecou. Dat het Cassecou zijn echte naam niet was, dat stond voor Sigilis als een paal boven water. Maar dat was bij de Staatsveiligheid bij veel personeelsleden het geval, vooral in het hoger kader.

Kolonel Cassecou kwam haastig aangestapt in de gang. Sigilis ging stram in de houding staan en bracht het militair saluut. Zijn overste deed hem binnenkomen in zijn kantoor waar het tamelijk duister was omdat alle antracietkleurige overgordijnen dichtgetrokken waren.

Ga zitten, Sigilis,” zei de kolonel. “Voordat we beginnen, nog eens gefeliciteerd hoe je die zaak met de vrouwelijke vampier in Bokrijk afgehandeld hebt.”

Zonder dank, kolonel,” zei Sigilis. “Het is tenslotte mijn opdracht die ik heb uitgevoerd.”

Juist, je opdracht,” zei de kolonel. “Wel, ik heb er weer een voor jou. Je zal weer op café moeten gaan, net als toen in Het Oude Beerenbroek, of hoe heette die zaak ook weer? Enfin, dat doet er nu niet meer toe. Dit keer ga je naar de O'Shaughnessy Irish Pub & Restaurant op de Botermarkt in Hasselt. Er is iets aan het broeien in die pub, en misschien in andere Ierse drank-en eetgelegen ook. Het heeft te maken met goud, Iers goud, maar wat precies? Daar hebben we tot nu toe geen enkel idee over. Jij gaat eerst naar de O'Shaughnessy om proberen uit te vissen wat er aan de hand is.”

Kolonel verschoof een schilderij en deed daarachter de in de muur ingebouwde brandkast open.

Ik heb hier een dossier op een gecodeerde USB-stick met een aantal summiere gegevens. Veel is het niet, maar het wijst toch in een bepaalde richting die ons de oren deed spitsen. Jij maakt je die gegevens maar eigen, en dan vernietig je de stick, zoals dat in de voorschriften staat. Daarna ga je naar Hasselt, naar die pub. Vrijdagavond, zoals in Het Oude Beerenbroek, lijkt me daar het best voor aangewezen. En hier heb je een oud Iers goudstuk. Misschien kan je dat in die pub eens tonen en zien wat de reactie is.”

En wat met de jacht op vampieren in Limburg? Dat was tot nu toe toch mijn belangrijkste opdracht?”

Onze grote baas Felix Franctireur heeft beslist daar voorlopig iemand anders op te zetten. Jij houdt je bezig met dat Iers goud. A propos, voor die opdracht staat er je een budget van 25.000 euro ter beschikking, dat heeft Franctireur beslist. Moest dat niet voldoende zijn, dan kan je mij contacteren, en dan vraag ik aan Franctireur of je meer mag uitgeven.”

Dank u, kolonel, maar ik zal zuinig zijn.”

Felix Franctireur heette natuurlijk ook anders in het echt. Hij was de mythische baas van de Staatsveiligheid. De gewone agenten, zoals Brandaan Sigilis, hadden hem nog nooit in levenden lijve gezien. Het gerucht ging dat Franctireur in feite een dubbelleven leidde. Aan de ene kant was hij chef van de Staatsveiligheid, van de andere kant zou hij “officieel” een van de belangrijkste ambassadeurs zijn van het koninkrijk, een van de grote geesten van de diplomatie in het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Plots onderbrak de kolonel de gedachtegang van Sigilis toen hij zei:

Misschien is het voordat je naar die pub gaat niet slecht dat je je kennis over Ierland, zijn geschiedenis en vooral zijn Keltische tradities wat bijspijkert. Gaelic zal je niet moeten spreken, maar het zou natuurlijk een plus zijn als je die taal zou verstaan, moesten sommige klanten zich in het Gaelic onderhouden in die pub…”

Voor Brandaan was wat hij op die stick te weten kwam maar gedeeltelijk nieuw. Het was hem in het laatste jaar al opgevallen dat er tamelijk veel Ieren, vooral uit Ulster, in het land binnengesijpeld waren. Had dat te maken met de Brexit? Het zou kunnen, maar erg waarschijnlijk was dat niet. Ook een aanzienlijk aantal Ieren uit de Ierse Republiek hadden zich in Limburg gevestigd, en ook in de streek van Diest en in het Hageland. Was dat omdat Limburg de groene provincie bij uitstek was, en groen de nationale kleur van Ierland?

Maar ook kwam Sigilis een en ander aan de weet dat hij niet wist. Dat had voornamelijk te maken met wat spionnen van de Staatsveiligheid aan kolonel Cassecou hadden overgebriefd over plotse recente ontwikkelingen in Ierland zelf en tussen de uitgeweken Ieren. Die inlichtingen noopten Brandaan Sigilis ertoe om zichzelf drie dagen lang op te sluiten. In die tijd gaf hij zichzelf een stoomcursus over de Ierse geschiedenis, de belangrijkste Ieren in het buitenland en hun bezigheden. Tenslotte besteedde Brandaan ook heel wat tijd aan de Keltische geschiedenis en mythologie, want daarzonder was de onderstroom van het Ier-zijn onmogelijk te verstaan.

Om half acht de volgende vrijdagavond stapte Brandaan Sigilis op de Botermarkt in de O’Shaughnessy Irish Pub & Restaurant naar binnen. In de pub was het tamelijk donker, maar de muziek die er gespeeld werd was goed, vond Brandaan.

Hij had honger. Op de kaart koos hij voor een moot gegrilde wilde Ierse zalm met fijngehakte peterselie, fijngesneden bieslook, gemengde sla en gekookte aardappelen.

Hij kreeg een ruime portie. Het eten was niet slecht, maar toch niet echt denderend. Voor Brandaan was de zalm wel goed van smaak, maar niet genoeg gebakken, en de donkere Guinness die hij bij het eten had besteld was nu niet bepaald de beste keuze als drank bij de vis...

Toen een kellner na de maaltijd alles afgeruimd had bestelde Sigilis maar weer een Guinness. Daarmee viel hij niet uit de toon in de zaak, want de meeste klanten dronken die van de ton.

Voor Sigilis was het zoals altijd zaak om zo onopvallend mogelijk te blijven en toch zijn ogen goed de kost te geven. Hij zat achterin naar iedereen in de overvolle bar te kijken. Naar mensen kijken, ze taxeren, ze gewoon door observatie te doorgronden, dat was zeker een grote vaardigheid van Brandaan Sigilis. Bij de Staatsveiligheid stond hij om die reden hoog in aanzien, omdat er maar erg weinig geheime agenten die gave hadden. In het begin was zijn aandacht sterk gericht op gezichten en hun mimiek. Dan lette hij op de klanten hun lichaamstaal. Na een tijdje kreeg hij dan een idee waar hij zeker op moest letten. Schouders iets te strak opgetrokken. Onhandige handen waar iemand geen blijf mee wist. Misschien een keer te vaak over hun schouder kijken. Voortdurend de ene knie over de andere leggen. Met de voeten op de grond trappelen of ermee heen en weer schuifelen…

Er stond een oudere man te zingen op het kleine podium voor een bandje van drie man. Zijn Iers accent klonk door in zijn stem. Hij zong volksliederen, zowel in het Engels als in het Gaelic. Het was een diep, doorvoeld geluid. Je kon de glooiende groene heuvels van zijn vaderland in zijn stem horen. De klassiekers waren er allemaal, 'Nil Na La', 'Whiskey in the Jar', 'Song For Ireland', en zelfs het door “Nonkel Bob” Davidse in Vlaanderen populair gemaakte ‘If you ever come across the sea to Ireland…’.

De meeste mensen in de bar zouden het niet gemerkt hebben, maar als je goed luisterde, hoorde je de zanger soms improviseren. Als hij in het Engels zong leek het Brandaan dat hij spreuken in de liedjes weefde. Of geëncrypteerde boodschappen zoals die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Radio Londen uitgezonden waren om het Verzet op het vasteland in te lichten? Misschien deed de zanger dat ook wel in het Gaelic, maar dat kon Sigilis niet beoordelen omdat hij geen Keltisch verstond.

En toen zong de man plots een weemoedig lied over de tijd ervoor, toen het schone volk regeerde, voordat ze zich moesten verstoppen. Hij zong over een magische tijd en voorbije dagen. Wat hij daarmee bedoelde, daar had Brandaan Sigilis een vaag benul van. Het ging over een toestand van eeuwen geleden in Ierland, een tijd van magie, koningen, helden, avontuur en strijd. Meer wist Sigilis er niet over. Wel was hij nieuwsgierig, en hij wou uitzoeken wat de achtergrond van dit lied was.

Hij wachtte op een pauze tijdens het zingen en liep naar de bar.

"Kan ik nog een Guinness krijgen?" vroeg hij aan de barman. Dat leek passend in deze pub.

Tuurlijk baas,” zei de man. “Er staat er al een voor u klaar.”

Nadat hij Brandaan het glas overhandigd had schoof die de Saint Cataldus gouden munt die kolonel Cassecou hem had gegeven over de toonbank naar de barman toe. Die man kon zijn ogen niet geloven: “Een Saint Cataldus?” vroeg hij ongelovig. “Is dat een echte, of misschien namaak, goudkleurig, maar niet meer?”

Tja, test dat geldstuk maar eens,” antwoordde Sigilis. “Bijt er eens op, dan weet je onmiddellijk of het namaak is.”

De barman zijn ogen werden groot toen hij het geprobeerd had: “Nee, hij is echt. En meen je het? Is die voor mij?”

Nee, die kan ik je jammer genoeg niet geven. Hij is ook niet van mij.”

Het was voor Brandaan een schot in de roos. Er waren niet veel mensen die toegang hadden tot dit legendarisch sprookjesgoud, of er zelfs weet van hadden. Toch herkende de barman het onmiddellijk

"Weet je waar ik daar nog meer van kan krijgen?" vroeg Sigilis.

De barman knikte naar een vrouw met goudkleurig haar aan het eind van de bar. Zij werkte in de pub om bestellingen op te nemen.

Dank je voor de inlichting,” zei Sigilis tegen de barman. “Je hebt me een groot plezier gedaan.” Daarbij schoof Brandaan de barman een biljet van vijftig euro toe.

Hij nam zijn glas Guinness terwijl hij dacht dat ze misschien wel goud begeerden, maar dat de Ieren, zowel als alle anderen, elk wettig betaalmiddel aannamen. Niemand lijkt kieskeurig in dit soort zaken.

Brandaan Sigilis schoof voorzichtig in de richting van de jonge vrouw. Zij stond met haar rug naar de bar met haar orderboekje en een pen in haar handen. Terwijl ze naar de muziek luisterde leunde ze achterover op haar elleboog.

"Ben jij degene met wie iemand over een financiële transactie moet praten?" vroeg Brandaan haar.

Ze draaide zich om, haar blauwe ogen gloeiden bijna in het donker: "Zo vroeg op de avond voor zulke zaken," zei ze, en er lag achterdocht in haar stem. “Zo een dingen bespreken we normaal pas nadat de zaak gesloten is.”

"Ik heb een beetje haast." reageerde Sigilis.

Haast? Hebben we dat niet allemaal? Deirdre,” zei ze en stak haar hand uit. “Deirdre O’Shaughnessy.”

"Brandaan." zijn familienaam zei hij niet terwijl hij haar hand drukte. Haar huid voelde koud aan. Alsof je je hand in een bergstroom dompelde.

"Brandaan? Ken ik niet,” zei Deirdre. “Ik ben bang dat ik geen zaken doe met vreemden."

Het was duidelijk voor Brandaan dat ze meende wat ze zei. Net toen hij zich omdraaide om weg te lopen, begon de band een langzaam nummer te spelen.

"Dans je?" vroeg Deirdre.

"Niet echt goed." lachte Brandaan.

"Niet erg, kom, laat ons maar een dansje wagen. Er is geen betere manier om iemand te leren kennen.”

Ze wiegden op de trage muziek.

Je hebt een gezicht dat me bekend voorkomt.” zei ze.

"Ik krijg die reactie veel." lachte Brandaan. “Dat komt omdat ik eruit zie zoals ontelbaar veel andere mannen. Dertien in een dozijn, weet je wel…”

"Ik weet niet of ik me beschermd of in gevaar moet voelen." zei Deirdre, maar dat meende ze niet echt, dat kon Sigilis van haar gezicht aflezen.

"Het hangt er allemaal vanaf af hoe onze vergadering verloopt.," zei Sigilis. “Hopelijk gaat het vlot en verlies ik mijn tijd niet.”

"Je bent altijd enkel ergens voor zaken, nietwaar?" vroeg Deirdre. “Je echt ontspannen, dat is er niet bij voor jou. Jij moet altijd iets kunnen regelen.”

"Meestal wel, ja."

"Meestal?"

"Laat ons zeggen, voor 90 procent."

We zullen moeten praten over hoe je de andere tien besteedt.”

"Ik weet zeker dat jij daarover wel een idee hebt!” lachte Brandaan."

Misschien heb ik dat wel,” zei ze. Haar Ierse accent werd bij elke zin die ze uitsprak sterker.

"Waarom gaan we niet zitten?" vroeg Brandaan. “Je ziet toch zelf dat ik niet de ideale danser ben."

Je wordt nogal snel zwak in je knieën, hè?"

"Zoiets."

Ze vonden een hokje in de uiterste hoek van de pub. Deirdre leunde naar voren en vroeg:

Vertel me eens wat je zakelijke behoeften zijn?”

"Ik heb een vraag over goud, Iers goud.”

Wel, je bent bij de juiste persoon terechtgekomen."

"Ik dacht het al. Nu zou ik graag willen weten waarom sprookjesgoud overal in de stad opduikt, en niet alleen in Hasselt.”

"W-wat? Wat bedoel je eigenlijk?"

"Ieren ruilen goud in voor valuta, voornamelijk voor euro’s, maar ook voor Amerikaanse dollars. Het lijkt erop dat we hier overspoeld worden met gouden munten, vooral de Saint Cataldus en de Golden Shamrock.”

Deirdre herstelde van haar verbazing en leunde achterover in haar stoel, terwijl haar gouden krullen haar gezicht omlijstten.

"En waarom is dit jouw zorg?"

Omdat zoveel goud laten zien de aandacht gaat trekken van bepaalde mensen die niets goeds in de zin hebben. Wat bezielt de Shamrock King om plots die geldtransacties massaal te doen gebeuren?”

"En hoe zou ik dat moeten weten?"

Omdat jij zijn dochter bent, daarom.” zei Sigilis droogjes.

Wel meneer Brandaan, ik ben onder de indruk,” zei de prinses. "Dus je weet wie ik ben?"

Dat heb je net gehoord, prinses Deirdre.”

"Ik dacht het nog… Eigenlijk wist ik het zodra je binnenkwam. Ik bedoel, ik kon bijna ruiken dat je geen gewone klant was, en dat je naar de pub kwam met een welbepaald doel.”

"Dus wat is je vader van plan?"

Hij voelt zich verplicht om ons veilig te stellen. Waarom zou hij dat niet doen? Finn Mac Cumhaill, onze volksheld, is dood en de Vampieren liggen op apegapen. De weerwolven zijn lang niet zo sterk als vroeger. Waarom zou het Ierse Volk de heerschappij niet op zich nemen?”

"Je hebt het al een keer geprobeerd, maar het liep niet goed af."

"Wel, dingen veranderen, meneer Brandaan."

Brandaan Sigilis hield niet van de toon waarop Deirdre dat zei.

"Je hebt iets in petto, maar je wil me precies niet zeggen wat."

En daarmee nam Brandaan Sigilis afscheid van prinses Deirdre.

O Brandaan,” zei ze, terwijl hij al van haar wegliep.

"Ja?"

Mijn vader had wel een boodschap voor je, en voor alle anderen hier.”

"Laat maar horen?"

Er komt een oorlog. Het zal niet lang meer duren. En al snel zul je partij moeten kiezen."

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


 


Submitted: June 02, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Romance