Tussenkomst in Thiewinkel

Reads: 60  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Fantasy  |  House: Booksie Classic

Weer is Brandaan Sigilis op pad. Dit keer komt hij tussen in de streek van Lummen nadat er daar enkele onrustwekkkende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden...

Tussenkomst in Thiewinkel

door Bruno Roggen

 

Verwittiging:

 

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


 

Er kwamen steeds meer geruchten dat de jagers in de streek van Lummen, Linkhout en Bolderberg het heft in eigen handen gingen nemen. Natuurbescherming, allemaal goed en wel, maar de ravages die de wolven aanrichtten in de veestapel van de boeren, die konden niet meer door de beugel.

Nochtans, leden van Natuurpunt wisten het, zoals gewoonlijk, beter. Die hadden een aantal kadavers van runderen nauwkeurig van nabij bekeken. Zij beweerden dat wolven met hun dood niets te maken hadden. Er was geen enkel dier verscheurd…

Het kwam ter ore van Brandaan Sigilis. Op de hoofdzetel van de Staatsveiligheid in Brussel sprak die erover met zijn rechtstreekse overste, kolonel Edouard Cassecou.

Jij denkt dat het de moeite waard is om die zaak van naderbij te bekijken, Sigilis?” vroeg de kolonel.

Misschien wel,” antwoordde Brandaan. “Zeker ben ik niet, maar er is toch een raar luchtje aan wat er daar aan de gang is.”

Een mogelijke opstand van de jagers, boze kerels die met vuurwapens in de natuur rondlopen en gelijk gekken schieten op alles wat beweegt, dat kan de Staatsveiligheid missen als de pest. De mensen morren nu al, maar gelukkig heeft Laurette Onkelinx het klootjesvolk tijdig ontwapend. Ga ter plaatse maar eens poolshoogte nemen, Sigilis. En doe een tussenkomst, moest je dat nodig vinden. Daarvoor krijg je carte blanche.”

Zoals altijd ging Brandaan Sigilis dan weer op café. Daar luisterde hij naar wat er verteld werd, en zo pikte hij erg vaak nuttige inlichtingen op. Eerst ging hij naar de drankgelegenheid ‘De Getrapte Gans’ van Mullens in Viversel. Daar zat hij een hele avond, maar hij werd niets wijzer van de gesprekken die hij afluisterde. Er zaten daar bijna niets dan wielertoeristen die het uitentreuren hadden over hoeveel kilometers ze wel hadden afgelegd op korte tijd, wat ze geroepen hadden naar automobilisten en wandelaars die hen uitscholden voor “wielerterroristen”, en waarom hun merk van fiets het allerbeste was… Ten einde geduld sprak Sigilis de cafébaas aan en vroeg of die iets gehoord had van dodelijke aanvallen op koeien door wolven die in de streek rondzwierven.

Nee, hier in Viversel is dat niet gebeurd,” zei Mullens. “Wel heeft een klant me verteld dat er zo iets moet geweest zijn in de omgeving van het natuurgebied in Thiewinkel. Maar hoe of wat? Meer heb ik er ook niet van gehoord.”

Enkele dagen later zat Brandaan Sigilis in het een beetje louche cafeetje ‘Perte Totale’ in de Claeshoekstraat in Thiewinkel. De bazin Rosette wist alles van de zaak. Boer Clement Roosen had twee koeien verloren in één week tijd. Met een tussenpauze van vijf dagen had hij ze dood teruggevonden in een van zijn weides dicht bij het Kasteel Lagendal. Een derde dier was nog niet dood toen hij het weer vijf dagen later terugvond, zieltogend op zijn zij. Hij had het met zijn tractor terug naar de stal gebracht. Of het nu nog leefde, of het ondertussen dood was gegaan, dat wist Rosette niet. Wel vertelde ze Sigilis nog enkele smeuïge details over ‘feiten’ die recent in Thiewinkel gebeurd waren met een paar gezonde boerendochters. Die feiten hadden niets met de koeien te maken, maar ook die knoopte Brandaan goed in zijn oren.

Er diende niet geaarzeld. Nog dezelfde dag zocht Brandaan Sigilis boer Clement Roosen op in zijn hoeve in de Watermolenstraat. Van de landbouwer hoorde hij dat de verloren gewaande koe nog leefde, maar nog erg zwak was. Op haar poten kon ze nog niet staan.

Samen gingen ze naar het dier kijken. Sigilis had geen vijf minuten nodig om te weten dat er geen sprake was van een wolvenaanval.

Dit is duidelijk het werk van een vampier,” zei hij tegen Clement Roosen. “Kijk maar eens naar die twee rode plekken in de hals. Daar heeft hij bloed gezogen.”

Dat deed Roosen, en hij was verbluft:"Dus je denkt dat het ding dat mijn koeien heeft aangevallen een… is?”

Een vampier, ja,” zei Brandaan terwijl hij de verbaasde boer aankeek. “Er is er hier een aan het werk die wel erg veel bloed nodig heeft.”

Clement Roosen was een goede man, een beetje ruig, maar een man uit één stuk, telg van een oude Thiewinkelse familie. Zijn voorouders hadden generaties geleden de boerderij in het moerassige gebied van wat nu het Natuurgebied Thiewinkel is uit de grond gestampt. Iemand zomaar op zijn woord geloven, dat deed hij niet. Daarvoor was hij als boer te achterdochtig.

"Jij weet het zeker?" vroeg Roosen.

"Vrij zeker," antwoordde Sigilis. “Voor 80% zeker."

Hoe weet je dat?"

"Ik ben op dat gebied een beetje een expert."

Een vampierexpert?”

"Ja."

"Hoe wist je dat mijn dieren werden aangevallen?"

Ik zit veel in cafés. Daar hoor je wel een en ander. Mensen praten."

De boer was een stuk ouder dan Sigilis, maar ook niet onder een dode hen uitgebroed. Hij was, zoals veel boeren, door de wol geverfd en sluw. Hij leunde naar voren:

"Iets zegt me dat je niet alleen hier bent omdat er een paar koeien zijn aangevallen."

"Nee, ik ben ook hier omdat de dochters van je buurman Daniëls steeds verdwijnen in het midden van de nacht, de bol ferm trullen, en pas tegen de morgen terug naar huis komen, bleek en uitgemergeld. Zo heb ik toch gehoord."

"En je wilt zeker weten dat mijn Germaine dat niet doet?"

"Precies."

Hoe weet je dat hij achter mijn dochter aan zit?”

Omdat hij het aanlegt met de dochters van Daniëls. Aan jouw dochter Germaine kan hij evenmin weerstaan. Ik ben er vrij zeker van dat hij nu in jouw omgeving rondwaart. Zeker wacht hij op zijn kans om van Germaine zijn volgende slachtoffer te maken.”

"Verdomme! Germaine? Dat kind is nog maar vierentwintig! Ze heeft nog niet eens een vast lief! Wat wil je dat ik doe om te beletten dat hij haar ook verleidt?"

Het is vrij eenvoudig. Ik hoef alleen maar je schuur te lenen en…”

"En wat nog?"

"Jouw dochter Germaine."

Later die avond sloop een bloedmooie jonge blonde vrouw het huis uit bij Roosen. Ze had geen zaklamp nodig, de maan scheen volop. Bovendien had ze honderden keren de afstand van het huis naar de schuur gelopen. Ze kon het zelfs geblinddoekt doen.

Het wezen dat haar in de schaduw volgde had het pad nog geen honderden keren gelopen, maar hij was gewoon thuis in het donker. Het licht van de maan had hij daarvoor zelfs niet nodig. Hij kon de vrouwelijkheid van de mooie Germaine van op een kilometer afstand ruiken. Hij hoorde haar hart kloppen en het jonge onstuimige meisjesbloed door haar aderen stromen.

Hij was het perfecte roofdier, aangepast aan het jagen op mensen, al duizenden jaren lang... Het meest lollige was voor de vampier dat mensen zichzelf aan de top van de voedselketen waanden. Ze waren al lang geleden de jagers in de nacht vergeten, omdat zijn soort leerde voorzichtiger te zijn. Nu liep hij naar de achterkant van de schuur omdat hij wist dat daar ook een deurtje was.

De vampier zag de jonge vrouw niet langs de dubbele poort de schuur binnenkomen, maar hoorde dat het deurtje in die poort al piepend openging. Dat sloot Germaine zorgvuldig achter zich dicht.

De vampier stond klaar aan het deurtje aan de achterkant van de schuur. Hij had de prachtige Germaine elk moment kunnen pakken, maar de schuur bood dekking en hij kon zijn tijd nemen. Hij hield ervan om van zijn festijnen met jonge vrouwen te genieten. De deur kraakte een beetje toen hij het oude gebouw binnenging. Voorzichtig duwde hij de deur terug dicht. Hij liep door de schuur en toen hij het midden van het gebouw bereikte, zag hij zijn prooi opnieuw door de andere deur naar buiten glippen. Zou hij haar hebben doen schrikken?”

Hallo Cazimir,” zei een stem achter hem. “Cazimir Zweers, is het niet?”

Niet helemaal,” antwoordde de vampier. “Cazimir Zwijns, om precies te zijn. En jij, Brandaan Sigilis, als ik me niet vergis?” Hij spuwde Brandaan zijn naam in woede uit.

Brandaan zag dat de vampier teleurgesteld was om hem plots in Thiewinkel te ontmoeten, maar nog meer teleurgesteld toen hij zich realiseerde dat hij vanavond niet zou eten.

"Dat mooie meisje… Ze zou zo'n heerlijke maaltijd hebben betekend." zuchtte Cazimir.

Ik dacht dat je vol zou zitten. Je hebt al zo vaak gegeten, van koeien en van meisjes hier uit de buurt.”

"Wat kan ik daarop zeggen? Het was gewoon te verleidelijk, Sigilis.”

Je kon je niet zomaar aan de afspraak houden die jij en je soortgenoten met de Staatsveiligheid overeengekomen zijn?”

"Je probeert koeienbloed te drinken, maar je wil ook wel eens iets anders als er zoveel betere opties zijn."

"Je begrijpt wel, Cazimir… Ik kan dit niet laten gebeuren."

"Goed, goed. Bel mijn broer Mickael in Helshoven. Hij ligt daar in de crypte onder de kapel. Mijn verhuis uit deze streek zal hij wel regelen. Daarna zal je niets meer van me horen, wees maar gerust."

Ik ben bang, Cazimir, dat dat geen optie is. Je hebt te veel kansen gehad."

"Wat bedoel je, Sigilis?"

Ik bedoel, het is voorbij, Cazimir.”

Twijfelachtig,” zei de vampier, “Dat zullen we dan nog wel eens zien!”

Maar zodra hij een stap naar Brandaan toe deed met zijn lippen uit elkaar, zijn hoektanden klaar om die in Sigilis zijn keel te planten, drukte die op de afstandsbediening in zijn zak. Tientallen halogeenlampen klikten aan in de schuur. Die had Sigilis in de loop van de dag daar geïnstalleerd, met de hulp van Clement Roosen.

Licht doodt misschien geen vampieren, maar het verzwakt ze zeker. En Cazimir kon nog nauwelijks zien waar hij heen ging. Hij strompelde en struikelde blindelings naar voren. Brandaan liet hem voorbij rennen en sloeg toen met de achterkant van een bijl op zijn hoofd. Cazimir Zwijns ging neer als een zandzak, ook al was hij een vampier.

Na iets meer dan een kwartier werd het wezen opnieuw wakker.

"Wat is er gebeurd?" vroeg het.

Je kwam achter me aan, Cazimir,” antwoordde Brandaan. “Je wou me uitschakelen, vermoed ik.”

De vampier worstelde tegen de touwen die elk van zijn ledematen van zijn romp weg hielden omdat ze vast zaten aan puntige paaltjes die Brandaan in de lemen vloer van de schuur had geslagen.

Alsjeblieft, Brandaan. Doe dit niet. Ik kan veranderen."

"Dat risico kan ik niet nemen, Cazimir."

Jij waardeloze idioot, je zult hiervoor boeten,” siste de vampier. Maar dat sissen ging niet zo vlot. Hij merkte dat er iets ontbrak:

"Waar... waar zijn mijn hoektanden?"

Sigilis hield een kleine plastic zak omhoog: "Hier zijn ze. Ik zal ze wel bewaren."

Uit zijn rugzak haalde Brandaan Sigilis een lookpers met een dikke lookteen erin, en ook een doorschijnend plastic beeldje van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, gevuld met wijwater.

"Jij, monster.” riep de vampier. “Wat ga je over me uitgieten?'

"Gewijd water van Lourdes, met uitgeperst looksap erin."

Je zult er spijt van krijgen, Sigilis!” krijste Cazimir. “Mijn broer zal je wel weten te vinden."

"Oh, ik reken erop," zei Brandaan Sigilis rustig, terwijl hij wijwater over de vampier zijn kop goot en daarna de lookpers voor alle zekerheid nog eens aan het werk zette.

Brandaan wou weglopen toen de vampier in uiterste doodsnood schreeuwde, gilde en krijste. Maar toen ging het deurtje in de schuurpoort plots open en de verbluffend mooie Germaine kwam terug naar binnen. Ze keek niet naar de tot asse verschrompelende vampier, maar ze toonde haar liefste lach aan Brandaan.

Ze liep aan hem voorbij en besteeg de ladder die in de schuur naar een hooizolder leidde. Toen ze op de bovenste sporten was zag Brandaan dat Germaine een heel frivool kanten slipje aan had.

Op de bovenste sport bleef ze staan. Weer lachte ze verleidelijk op Brandaan, en knikte uitnodigend met haar blonde hoofd. Even overliep Sigilis in zijn geheugen de gedragscode die de Staatsveiligheid aan de agenten voorschreef. Daarin was niets te vinden dat verbood om op hooizolders te klimmen. En vermits Brandaan Sigilis het reglement niet zou overtreden klom hij ook maar aan de ladder op. Toen hij op de bovenste sport was stak Germaine Roosen haar hand uit en hielp hem vaste voet te krijgen op de hooizolder. En het dient gezegd: het hooi rook goed, maar de blonde Germaine rook nog heerlijker.

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


 


Submitted: June 03, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance