Onderweg naar Compostella

Reads: 59  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Voor de derde keer onderneemt diaken Gerrit Duyckaerts de bedevaart naar Sint-Jacob van Compostella als boetetocht uit berouw om zijn zondig leven. Dit keer gaat hij niet alleen. Juffrouw Froimont van het bisdom vergezelt hem op zijn pelgrimstocht...

Onderweg naar Compostella
 

door Bruno Roggen

 


Verwittiging:


Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


Mensen zijn niet perfect. Hoe goed ze het ook menen, ze dwalen af van het rechte pad. Echte doortrapte zondaars zijn zeldzaam, maar zondigen doet iedereen op tijd en stond…

Van die onomstotelijke waarheid was diaken Gerrit Duyckaerts zich ten volle bewust. Hoe goed hij zijn kerkelijke taak als diaken ook ter harte nam in zijn parochie van Sint-Rochus, zonder zonde bleef hij niet. Dat had vooral te maken met de aantrekkingskracht die de prachtige meisjes en vrouwen van het vrouwenkoor van Sint-Rochus op diaken Duyckaerts uitoefenden.

Gerrit was een erg mooie man. Zo was het niet verwonderlijk dat vrouwen zich sterk tot hem aangetrokken voelden. Het vlees is zwak… Soms vonden Duyckaerts en een van zijn zangeressen elkaar in wederzijdse sympathie die uitliep in verliefdheid. Die leidde tot geheime afspraakjes, en die leidden dan weer tot de heerlijke zonde van het vlees…

Geregeld had diaken Duyckaerts berouw over zijn geheim liefdesleven waarin hij zijn vrouw en zijn vaste minnares Victorine Thonissen om de haverklap bedroog. In het begin had hij na dat besef gezworen dat hij ging ophouden met het bedrijven van de liefde met zijn vrouwelijke parochianen, en zich aan zijn gelofte van huwelijkstrouw ging houden. Maar dat was een ijdele eed gebleken.Telkens opnieuw was ofwel het meisje te mooi, en lonkte ze naar Gerrit, ofwel was de drang van zijn onstuimige natuur te groot. Keer op keer liet hij zich gaan en genoot van de zijdezachte naakte huid van een vrouw, en bedreef de zinnenverrukkende daad met haar…

En eens Titiane Seinette dirigente was geworden van het dameskoor van Sint-Rochus was hij zo in de ban geraakt van die haar enorme borsten dat hij ook voor haar gevallen was. Het dient wel gezegd dat Titiane nogal strenge voorwaarden had gesteld voordat zij de liefde wou bedrijven met Gerrit Duyckaerts. Daar was de diaken mee akkoord gegaan, en sindsdien zongen Titiane Seinette en hij ongeveer twee keer per week “Het Hooglied der Liefde”, meestal in de sacristie van de kerk van Sint-Rochus, maar ook al eens op de achterbank van de Citroën Picasso van de diaken.

Toch had Gerrit Duyckaerts in zijn zondebesef al twee keer een drastisch besluit genomen: twee keer was hij op bedevaart- en boetetocht gegaan naar Sint Jacob van Compostella. De eerste keer was hij alleen op tocht vertrokken. Dat was zwaar tegengevallen. Als diaken was Gerrit een sociaal geëngageerd man. De eenzaamheid van die lange voetreis had hij niet goed kunnen verwerken. Hij was landerig en gefrustreerd van zijn boetetocht teruggekeerd. De ontgoocheling had hem ertoe gebracht onmiddellijk opnieuw te zondigen met willige meisjes van het dameskoor, in nog hogere mate dan voordat hij eenzaam en alleen op zijn pelgrimstocht vertrok.

Daarom had hij de tweede keer een reisgezel gezocht, en ook gevonden. Jacot Patrijns, een leraar godsdienst van het Instituut van de Hemelse Voorzichtigheid in Diesberg ging met hem mee. Ook hij beging geregeld de zware doodzonde van onkuisheid met vrouwen die de zijne niet waren, nog vaker dan Duyckaerts. Dat kwam omdat Patrijns, buiten zijn opdracht als leraar godsdienst, ook nog muzikant was. Hij speelde gitaar en was de zanger in het folktrio “Bark Mellow Band”. Dat groepje had faam en bekendheid verworven in heel Vlaams Brabant, en ook in het westelijk deel van Limburg, de streek van Halen, Lummen en Herk-de-Stad.
Als muzikant had Jacot Patrijns veel aanhang bij bewonderaarsters, vooral dames van rond veertig. Sommigen zaten achter hem aan en deden hem zwoele en zondige voorstellen. Meestal zei Jacot daar niet “nee” op. Bovendien vertelde Patrijns onderweg tijdens hun voettocht aan diaken Duyckaerts dat hij op zijn school twee vaste minnaressen had. De belangrijkste was Anita Thonissen, de zuster van Victorine. Zij was een lerares Frans die later door zijn voorspraak onderdirectrice-coördinatrice was geworden. De andere was Cathy Tits, eigenlijk een lesbienne, maar die af en toe toch afwisseling zocht.

De gesprekken die de diaken en de godsdienstleraar-muzikant hadden gevoerd waren voor Gerrit Duyckaerts zeer onderhoudend, en zelfs leerzaam geweest. Dat was vooral zo als het op bepaalde liefdestechnieken aankwam die Jacot Patrijns door veel ervaring perfect beheerste. Op die manier had de lange tocht naar Compostella licht geleken.
Graag had Gerrit bijgevolg gehad dat Jacot weer met hem mee zou komen, maar dat kon Patrijns dat jaar niet. Hij had ondertussen nog een derde maîtresse, Sandrina Verlaet, een bloedmooie jonge vrouw van 22 die de public relations verzorgde voor Righto, een pas opgerichte platenmaatschappij in Kortenberg bij Brussel. Haar kon Patrijns niet zo lang alleen laten. Sandrina was erg vurig, en als Jacot haar lichaam niet op tijd en stond bood wat het nodig had zou zij binnen de kortste keren afhaken.

Alleen wou diaken Duyckaerts niet op bedevaart naar Compostella, hoewel hij die boetetocht absoluut nodig vond. Hij kwam uit een passionele affaire met Titiane Seinette, de nieuwe dirigente van het dameskoor van Sint-Rochus. Zij was een Brusselse die heel andere ideeën had over relaties tussen mannen en vrouwen dan de toch nogal conservatieve parochianen van Sint-Rochus. Haar benadering van diaken Duyckaerts was nogal stormachtig te noemen. Nadat zij hem een aantal regels had opgelegd als hij met haar de liefde wou bedrijven  geneerde zij zich voor niets of niemand meer. Op haar aandringen, maar vooral door het interesse van diaken Duyckaerts voor haar uitzonderlijk grote borsten, werden ze minnaars. Zonder aarzelen, zonder gêne toonde ze in het publiek dat zij en Duyckaerts “iets” met elkaar hadden. Zij kuste hem in het bijzijn van iedereen op zijn mond en drukte haar enorme borsten tegen hem aan. Gerrit vond dat wel vervelend, maar er was geen stoppen aan de vurigheid van Titiane.

Totdat…
Totdat een aantal oudere dames uit de Sint-Rochusparochie vonden dat die schandalige situatie niet meer langer kon blijven duren. Zij stelden samen een brief op waarin zij het laakbare gedrag van zowel hun diaken Gerrit Duyckaerts als dat van koorleidster Titiane Seinette aan de kaak stelden. Die anonieme brief werd naar het bisdom in Hasselt gestuurd.

In de bisschoppelijke administratie op het Vrijwilligersplein in Hasselt belandde dat schrijven op het bureau van juffrouw Vanessa Froimont. Alles wat parochievicariaat en diaconaat betrof viel onder haar bevoegdheid. Ook zij had een boontje voor diaken Gerrit Duyckaerts. Daarom maakte zij op het bisdom de brief die zijn liederlijk gedrag aankloeg niet wereldkundig. Zij nam persoonlijk contact op met de diaken om te horen wat zijn versie van de feiten was.
Toen Gerrit Duyckaerts tegenover haar zat op haar bureau nam juffrouw Vanessa Froimont onmiddellijk het woord:

“Ik vind dat zo weinig mogelijk mensen dienen te weten in welke hachelijke situatie je je bevindt, diaken Duyckaerts. Je geweten knaagt, en dat strekt je tot eer. Ik weet toch ook, Gerrit, dat jij de slechtste niet bent en…”

“Dank u, juffrouw Vanessa,” zei Duyckaerts enigszins opgelucht. “Jij bent een van de weinige mensen hier op het bisdom die de menselijke natuur begrijpt.”

“Ik doe mijn best, Gerrit. Er werken voor het bisdom in de parochies nog heel andere portretten dan jij. Maar telkens opnieuw werk jij je in nesten. Geloof me, ik doe al het mogelijke om je fratsen hier in de doofpot te stoppen. Maar jij denkt niet aan wat ik voor je doe, en je flatert er maar op los door je in te laten met al die hete zondige wijven. Niet te geloven! Hoe dwaas en vooral ondankbaar kan je soms toch wel zijn!”

Juffrouw Vanessa Froimont draaide haar hoofd van diaken Duyckaerts weg. Het was warempel alsof hij tranen in haar ogen zag blinken. Ze hervatte zich, snoot haar neus en schakelde over op een ander onderwerp:

“En hoe is het ondertussen met die wellustige dirigente? Zijn haar melkklieren al wat geslonken na haar speciale behandeling? Geef toe, wat zij daarvoor onbeschaamd tentoonspreidde stak de ogen uit. Dat nog in een parochiekerk op de boerenbuiten… Het ging de perken van de welvoeglijkheid te buiten! En uitgerekend met haar papte je aan en beging het onnoemelijke!”

Diaken Gerrit Duyckaerts had veel kwaliteiten. Een ervan was dat hij doodeerlijk was, soms zelfs een tikkel naïef. Hij gaf toe tegenover juffrouw Vanessa Froimont dat hij zwaar gezondigd had met Titiane Seinette, maar hij voegde eraan toe dat hij berouw had, en dat hij van plan was om op boetetocht te gaan naar Compostella.

Juffrouw Froimont zei dat wel niet tegen Gerrit Duyckaerts, maar ook zij had een en ander op haar kerfstok dat het daglicht niet mocht zien.

“Diaken Gerrit, dat is zeer zeker een inspiratie van de Heilige Geest,” zo legde Vanessa Froimont het uit. “De derde persoon van de Goddelijke Drievuldigheid moet u dat hebben ingeblazen. Voorwaar, die vorm van boetedoening paart dan nog het nuttige aan het aangename. Zo zie je toch ook weer stukken mooie natuur, je kan onderweg ongestoord bidden en je bezinnen, en je zal overal edelmoedige mensen ontmoeten. Ook ik zie zo een tocht naar Compostella wel zitten… Gerrit, zeg me eerlijk, zou je er iets op tegen hebben moest ik je vergezellen naar Compostella?”

Daar had diaken Gerrit Duyckaerts niets op tegen. Jacot Patrijns kon niet meekomen. Die had het te druk om het mooie lichaam van zijn nieuwe verovering Sandrina Verlaet tot bevrediging en extase te brengen. En dan ook, Vanessa had veel relaties in kerkelijke middens. Dat zou zeker een pluspunt zijn als ze onderweg in kloosters en abdijen een onderkomen zouden zoeken voor de nacht…

Samen vertrokken diaken Gerrit Duyckaerts en juffrouw Vanessa Froimont gepakt en gezakt, met een Sint-Jacobsschelp op hun rugzak. Eerst namen ze in Hasselt de trein naar Namen. Van daaruit begon hun voettocht langs de Maas in de richting van de Franse grens. Ze passeerden in Yvoir, zagen de prachtige site van Poilvache, het sprookjeskasteel van Freÿr in Hastière en zijn ongelooflijk kader… Kortom, ze genoten enorm van het prachtige Maaslandschap, ze bezonnen zich, ze praatten over hun zinvolle en vreugdebrengende bestaan, allebei in dienst van de Heilige Kerk, en onder impuls van Vanessa baden ze ook veel rozenhoedjes onderweg.

De tijd om heel Frankrijk te voet te doorkruisen in de richting van hun einddoel in Spanje hadden ze niet. Heen en terug zou dat maanden vergen. Vanaf Rocroi namen ze daarom treinen die hen uiteindelijk in Spanje tot in Betanzos brachten. Van daaruit, hadden ze beslist, zouden ze het laatste stuk in geforceerde dagmarsen te voet afleggen tot in Compostella.

Op een avond laat kwamen ze erg laat aan in een plaats die Vilacoba heette. Het was een dorp dat er tamelijk armoedig uitzag. Ze waren allebei moe van de lange dagmars, en daarom besliste diaken Duyckaerts dat ze in Vilacoba onderdak zouden zoeken en de nacht doorbrengen.
In het dorp was er erg weinig straatverlichting, en Vanessa Froimont voelde zich op haar ongemak. Dat had de diaken gemerkt, en hij gaf haar een hand om haar gerust te stellen. Zo stapten ze door de zo goed als onverlichte smalle straten van Vilacoba. Duyckaerts bleef de hand van Vanessa Froimont vasthouden. Hij neep wel een beetje te hard, maar hij leek te weten waar hij in Vilacoba naartoe wou. Verwonderlijk vond Vanessa dat niet, want de diaken had tenslotte de tocht naar Compostella al twee keer gemaakt...

Ze hadden de hele dag samen de Camino de Santiago gevolgd, en Vanessa Froimont was zo moe dat ze zich geen vragen stelde en aan de hand van de diaken hem automatisch volgde.

“We zijn er bijna,” fluisterde Duyckaerts in het donker. “Lekkere Spaanse landwijn, heerlijke kaas rechtstreeks van de geitenboer, zelfgebakken brood uit een houtoven, daar gaan we dadelijk van genieten.”

Op het einde van wat de hoofdstraat van Vilacoba leek draaide de diaken plots abrupt af naar links, in een veel smaller straatje met verwaarloosde afbrokkelende gevels.  Tot haar verbazing zag Vanessa Froimont een vijftig meter verder twee meisjes met erg korte rokjes.

Ongeveer in het midden van het straatje ging er plots een gammele deur open en daar gingen de kortgerokte meisjes naar binnen. Een uitbarsting van luide oorverdovende muziek sloeg Vanessa en Gerrit in het gezicht. Ook was er dronken gelach van bezatte mensen te horen. Maar eigenlijk deerde dat juffrouw Vanessa niet, want zij herkwam: zij kreeg de heerlijke geuren in haar neus van een of ander lekker vlees dat aan het bakken was, en de fruitige geur van wijn… Die dag hadden ze op de Camino de Santiago elf uur gewandeld. Het kon haar niet schelen in welk soort taverna of cantina ze waren beland. Zolang ze maar kon gaan zitten, haar vermoeide benen rusten, en iets lekkers eten.

Juffrouw Vanessa zonk neer op een houten bank aan een ruwhouten tafel dicht bij de bar. Zij kreunde bijna van verlichting omdat zij niet meer op haar voeten stond. Diaken Duyckaerts was ondertussen verdwenen. Na iets meer dan vijf minuten verscheen hij opnieuw. Hij droeg een groot houten dienblad met schellen Serranohesp, twee soorten kazen, druiven, een geurig vers gebakken brood en twee karaffen wijn, witte en rode. Als ze niet zo zedig van aard was geweest had Vanessa zijn knap gezicht uitbundig kunnen kussen, maar dat deed ze toch maar niet.

Ze hebben ook geroosterd stierenvlees en gebakken patatjes,” zei Gerrit Duyckaerts terwijl hij de wijn inschonk. “Daar waren ze nog mee bezig, maar die gaan ze ons brengen.”

Hij gaf juffrouw Vanessa een geruststellend klopje op haar schouder. Dat had ze graag. Gerrit Duyckaerts was een paar jaar jonger dan zij, en een veel zwaardere drinker, hoewel zij in de afgeslotenheid van haar appartement in de Manteliusstraat in Hasselt er ook wel mee weg kon. Maar Gerrit, die had in zijn parochie Sint-Rochus zoveel vrienden, zoveel sociale verplichtingen, zoveel te maken met allerlei verenigingen dat er periodes waren dat hij zoop als een echel. Wel beperkte hij zich hoofdzakelijk tot bier, met als favorieten Cristal Alken en Jupiler. Daardoor was hij financieel geregeld in de rats geraakt. Maar omdat hij zo doodeerlijk was durfde hij dat ook wel zeggen tegen de vrouwen met wie hij intiem was. Daar was er eentje bij, Victorine Thonissen uit Hasselt, die zowat de vaste minnares was bij wie hij regelmatig opnieuw zijn toevlucht zocht. Die was niet onbemiddeld, en al de nood aan de man was kwam zij wel over de brug met enkele honderden euros…

Onderweg was diaken Gerrit Duyckaerts wel een beetje een snob gebleken. Hij was zogezegd de “echte” pelgrim op weg naar Compostella omdat hij die tocht al twee keer had gemaakt. Fijn vond Vanessa Froimont dat niet van hem. Hij deed haar voelen als een amateur, een “valse” pelgrim, die tijdens de voettocht veel lichtere bagage met zich meedroeg dan hij. Nochtans, zijn licht superieure houding was niet het echte probleem.  

Nee, het echte probleem, zelfs het enige probleem, was dat hij als pelgrim en boetedoener niet echt op een spirituele zoektocht was. Hij zocht God niet echt. Toen ze nog in België waren en langs de Maas op wandelden had de diaken stichtende praat verteld en met Vanessa Froimont mee rozenhoedjes gebeden. Eens de Spaanse grens over was dat gedaan. Van alles wat hij onderweg zag en tegenkwam wou de diaken genieten: streekgerechten, lokaal gebrouwen bier, landwijntjes… Maar ook stak hij zijn ogen niet in zijn zak als hij een aantrekkelijk Spaans meisje zag. Vanessa Froimont, van haar kant, mompelde dan een paar schietgebedjes telkens ze merkte dat de diaken weer in de verleiding kwam om te zondigen, maar eigenlijk hielp dat geen zier...

Gerrit schonk Vanessa nog een glas wijn in. Het interieur van de zaak, rustiek, met de met littekens bedekte houten plankenvloeren en de middeleeuwse stenen open haard, stond in schril contrast met de loeiharde techno-beat die oorverdovend uit de luidsprekers kwam.
De diaken glimlachte gelukzalig voor zich heen. Hij had nu al een ganse karaf wijn van een liter helemaal alleen opgedronken. Echt handtastelijk werd hij niet, maar hij kon toch zijn handen niet weghouden van Vanessa Froimont. Even streelde hij door haar haar, daarna ging zijn hand over haar rug en hield even stil waar hij door haar T-shirt de sluiting van haar beha voelde. Zij vond dat niet echt onaangenaam, maar ze glimlachte en leunde weg van zijn aanraking. Dat had Gerrit Duyckaerts niet graag.

"Ah," zei hij. "Misschien slaap je niet met mannen."

Over het algemeen vond hij nonnen en vrouwen zoals zij die voor het bisdom werkten niet echt aantrekkelijk. Vooral waren die  moeilijk te behagen. Hij had toen hij de cursussen voor diaken volgde bij een paar tamelijk aantrekkelijke vrouwelijke medecursisten een visje uitgegooid, en bot gevangen. Sindsdien beschouwde Gerrit Duyckaerts zichzelf als een expert waar het vrouwen betrof in dienst van de Heilige Kerk.

"Ik slaap niet met priesters!" verbeterde Vanessa hem.

Gerrit was echter geen priester, alleen maar diaken, dus hij mocht trouwen. Mocht hij ook occasionele seks hebben onderweg op de Camino? Was de Katholieke Kerk zo ruimdenkend?

Ondanks het feit dat Vanessa aarzelde nu hij haar lichamelijk benaderde had zij de hele dag van zijn gezelschap genoten, evenzeer als al de andere dagen van hun pelgrimstocht. Gerrit vertelde haar gekke verhalen over rare mensen en gebeurtenissen in Stevoort en Alken, en hij weerhield haar er meer dan eens van om een verkeerde afslag te nemen. Zijn T-shirt was bedekt met bijbelverzen die hij in rode inkt er zelf had opgeschreven...  

Terwijl juffrouw Vanessa Froimont dat allemaal aan het overdenken was leunde diaken Gerrit Duyckaerts gewoon voorover en drukte zijn mond tegen de hare. Zijn huid was warm van die hele dag in de zon te lopen, en hij rook naar het bos, het gras, de wijngaarden en de wijn die ze hadden gedronken.
Juffrouw Vanessa was uit haar evenwicht. Zij twijfelde. “Misschien,” dacht zij.“Kan zijn…”

Even later arriveerde het gebraden vlees op een gloeiend hete plaat. De reden waarom Vanessa wist dat de plaat heel heet was, was dat de jonge serveerster zichzelf had verbrand. Op haar linker borst. Die was naakt. Net als de rest van haar lichaam, behalve het “strategische platform”, daar had zij een schaamlapje voor met de grootte van een “stoeferke” dat mannen vroeger pleegden te dragen in het borstzakje van hun kostuum.
Het meisje wreef even over de kleine brandwond, maar ze deed alsof ze geen pijn had.

“Ik ben de Maria Magdalena. Ik bedien u vanavond,” zei ze tegen Duyckaerts en glimlachte toen naar Vanessa. "Ik bedien u beiden. Ik heb zelf de Camino de Santiago ook gelopen. Het is een wandeling voor God, toch?"

Ze leunde achterover tegen de lege stoel, tilde een been op en gaf de twee Vlaamse pelgrims een werkelijk indrukwekkend beeld op haar... eh... spiritualiteit. Diaken Duyckaerts taxeerde zwijgend haar heiligheid en keerde zich met glinsterende ogen naar Vanessa Froimont.

"Wat denk je daarvan, juffrouw?" vroeg hij. Hij nipte kalm aan zijn glas rode landwijn. De muziek slingerde plotseling van techno naar authentieke Spaanse flamenco uit Andalusië...

"Ah, ik denk niet dat..." Vanessa kreeg haar zin niet afgemaakt. Zij slaagde erin om zich te verslikken, woedend na te denken en haar eten op te slokken. Naakte diensters! Terwijl zij rondkeek in de slecht verlichte gelagzaal, zag zij dat hun Maria Magdalena met blote kont niet de enige was. En ook dat veel andere gasten gebruik maakten van de à-la-carte diensten van de zo goed als poedelnaakte serveuses.

Vanessa dacht aan haar arme gezwollen enkels en de kleine kans dat ze dit bordeel zouden verlaten op zoek naar een echt hostel of een chambre d’hôte. Zij dacht aan haar bagage, en waar die zou kunnen zijn. Nog altijd achter de bar? Tenminste als niemand van de geile gasten ermee aan de haal was gegaan, aangezien deze plek zeker niet tot de allerveiligste op hun reisschema behoorde.
De moed zonk Vanessa Froimont plots in de schoenen. Zij dacht aan haar lege telefoonbatterij, haar laatste propere onderbroek, allebei ergens in haar rugzak op de bodem gepropt.

Diaken Duyckaerts had wel veel gedronken, maar toch zag hij de misnoegde uitdrukking over het gezicht van Vanessa razen. Hij kwam in zekere mate tot inkeer.

“Laten we een rustig plekje voor onszelf zoeken, Vanessa,” zei hij, terwijl hij achter de bar hun rugzakken oppakte.

Vanessa Froimont liep achter hem aan, haar benen nu stijf en pijnlijk bij elke stap. Zij was niet bang, hoewel zij dat had moeten zijn. Zij wist niet eens precies waar ze was, behalve dat het dorp Vilacoba heette. Zij wist dat het niet veilig was om in dit godvergeten oord midden in de nacht te verdwalen.

Buiten hoorde zij een onweer lorsbarsten toen de wolken eindelijk een stortbui ontketenden. Waar bij dit rotweer nog naartoe? De diaken en de juffrouw bekeken elkaar. Hun blikken kruisten elkaar, en zonder iets te zeggen werd de beslissing om te blijven genomen. Diaken Gerrit Duyckaerts ging praten met de dienster met de verbrande borst en de blote billen. Zij gesticuleerde druk, totdat Gerrit haar een briefje van twintig euro toestopte dat zij in haar hand moest houden, want ze kon het nergens wegsteken…

De deur van kamer 02 was schreeuwerig oranje geverfd en zelfs in haar angstige toestand vond Vanessa dat grappig.

“Achter de oranje deur, inderdaad, daar gaat het gebeuren…” zei Vanessa Froimont zachtjes.

Diaken Gerrit Duyckaerts duwde haar naar binnen, beslist, maar niet onvriendelijk. Een van de delletjes met blote kont kwam achter hen aan, maar Gerrit zei zachtjes iets tegen haar in het Spaans, gaf haar tien euro, en ze liep achteruit de gang uit.

“Cierra la puerta por la noche, por favor” zei Gerrit tegen haar, en Vanessa hoorde de sleutel van buitenaf in het slot omdraaien.

Er stonden twee bedden op de kamer.

“Welk wil jij?” vroeg Gerrit aan Vanessa.

Zij keek eens rond.

“Dat het verste van de deur, en het dichtst bij de badkamer.” zei ze.

Vanessa pakte haar rugzak en rende naar wat zij dacht de badkamer te zijn, omdat zij vond dat ze in ieder geval een warm bad verdiende. Maar er was geen badkamer achter die deur, alleen maar een niet erg zuiver toilet met daarnaast een kleine wasbak. Van allebei maakte ze gebruik. Toen ze klaar was deed ze haar rugzak open en was even bezig om iets klaar te krijgen waarvan ze dacht dat ze dat wel nodig zou hebben.

Toen ze terugkwam in de kamer lag Duyckaerts op het bed dat zij uitgekozen had met zijn witte onderbroek aan, maar verder niets. Zijn mannelijkheid maakte daar aan de voorkant een fameuze bobbel in. Waartoe dat kon leiden, dat wist zelfs de bisschoppelijke verantwoordelijke voor Parochiewerking en Diaconaat…

Tot verwondering van diaken Duyckaerts diepte juffrouw Vanessa uit haar rugzak nog een halfvolle fles Courvoisier cognac op die zij in Frankrijk had gekocht, twee plastic bekers en lauwwarm Spaans spuitwater Liviana Aqua Deus dat nog overgebleven was van onderweg en dat ze overvloedig dronken.

"Gaan we nog iets drinken?" vroeg Vanessa.

“Nog eentje, een slaapmutsje.” beaamde Gerrit, terwijl hij naar de fles Courvoisier greep.

"Goed, ik doe mee," zei Vanessa. "Een slaapmutsje, zoals je zegt. Dat zal me een beetje ontspannen."

De diaken kreunde van dankbaarheid, want dat had hij niet verwacht. Hij schonk zich een plastic bekertje vol met cognac. Dat dronk hij in één teug leeg, schonk er zich nog een, en ook dat ging in één gulp door zijn keelgat. Hij rolde zich om op het bed en keek naar Vanessa Froimont.

“Verdorie, dat spul smaakte raar,” mompelde hij met zijn hoofd in het kussen. “Drink jij er zelf niet van?”

“Nee, dank je, diaken, ik heb me bedacht. Ik doe niet mee. Het smaakt wat raar, ik weet het,” zei juffrouw Vanessa opgewekt. "Ik kon niet beslissen of vier verpulverde pillen Xanax genoeg zouden zijn, of dat ik je ze allemaal zou moeten geven, de hele strip. Twaalf zouden je fataal kunnen zijn. Weet je wat ik bedoel?"

Diaken Gerrit Duyckaerts probeerde zijn hoofd op te tillen.

"Watterfph?"

"Dat heb je met een kalmeermiddel in de alcohol," legde Vanessa uit. "Je hebt veel gedronken, maar je bent een behoorlijk grote jongen. Je hebt duidelijk een bovengemiddelde tolerantie. Ik ben geen apotheker of chemicus, maar ik denk dat vier een goed compromis was. "

"Blarghhh," ratelde Duyckaerts. "Bleurffff!"

"Ik weet het," knikte Vanessa. "Blarghhh, en Bleurffff!, inderdaad. Er zijn veel variabelen! En, lieve Gerrit, laten we eerlijk zijn: ik ben niet de meest veeleisende persoon, maar van mijn lijf moet je afblijven zolang ik je zelf niet inviteer om bepaalde initiatieven met mij te nemen. Prent je goed in je hoofd dat ik Titiane Seinette niet ben of een van die loopse meisjes uit je koor in Sint-Rochus!”

Bij zichzelf vond Vanessa Froimont het wel spijtig dat het zo moest gaan. Had de mooie diaken haar toch maar het hof gemaakt in Hasselt! Bijna zeker zou ze hem dan op haar appartement in de Manteliusstraat hebben uitgenodigd voor een lekker etentje, en daarna zouden ze wel zien waar de boot strandde... Jammer genoeg had de diaken het toen te druk met het bevredigen van de lusten van wulpse jonge koorleden en die van dirigente Titiane Seinette, en die van hem natuurlijk ook. Hier, in dit bordeel toegeven aan zijn avances? Nooit vanzeleven. Als dat al gebeurde zou dat in haar eigen bed moeten zijn in de Manteliusstraat, toch zeker de eerste keer dat zij met diaken Gerrit Duyckaerts het prachtig Hooglied van de Liefde zou zingen...

Diaken Gerrit Duyckaerts kronkelde daar in dat bordeel in Vilacoba nog een paar minuten rond, maar zijn reisgezellin streelde zijn haar en praatte onzin tegen hem alsof hij een kind was.

Eindelijk viel hij in een diepe slaap. Ademen deed hij nog wel, maar bewegen niet. Vanessa was gerustgesteld. Haar deugd zou niet op de proef worden gesteld, tenminste niet die avond…
Zij controleerde eerst nog de oranje deur, maar zoals zij al wist was die van buitenaf op slot. Zij legde voor ‘s anderendaags haar laatste schone onderbroekje klaar en klopte tegen de muur van de kamer haar stoffige wandelshort uit. Ze zou het er nog een dag mee moeten doen voordat ze op de Camino de Santiago ergens onderweg haar vuile ondergoed en andere kleren kon wassen in een wasserette...

Zij lag languit op het andere bed, onrustig dommelend, bang om in een volle slaap weg te zakken. Diaken Gerrit Duyckaerts moest maar eens uit zijn lethargie ontwaken en zijn natuurlijk instinct volgen…


© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: June 06, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Boosted Content from Premium Members

Short Story / Religion and Spirituality

Short Story / Humor

Short Story / Fantasy

Book / Science Fiction

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Romance