De Wens van Henri Vaes

Reads: 159  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Een oudere man heeft eigenlijk een saai leven. Hij voelt zich erg eenzaam, en daardoor dagdroomt hij. Of zijn wensen ooit zullen uitkomen?

De Wens van Henri Vaes

 

door Bruno Roggen

 

Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.

 

Het was iets over vijf toen Henri Vaes op zijn werk bij het schoonmaakbedrijf Het Propere Huis vertrok. De hele dag had hij gebruikte dienstencheques geteld, en ze met elastiekjes in pakjes samengebracht per medewerker van het schoonmaakpersoneel. Interessant was dat werk niet echt, maar voor Vaes was het een dagtaak als eender welke andere. Voor hem was het pure routine, en echt moe werd hij er niet van.

Toen Vaes die dag het kantoor verliet knikte hij twee keer naar Leontine Eckelman, het grote meisje bij de deur, het manusje-van-alles. Leontine was bijna 1m90, erg slank, zelfs te mager voor haar grootte. In het bedrijf was zij tegelijk receptioniste, deed boodschappen voor de directrice Mevrouw Machtelinck als die iets nodig had, en ze ving de klachten op van klanten van het schoonmaakbedrijf als die niet tevreden waren.

Leontine Eckelman keek niet op toen Henri Vaes haar groette. Dat deed ze nooit. Vaes kon zich niet herinneren dat ze ooit opkeek, althans niet naar hem.

Op weg naar het Roosevelt Perron B1 van de tramlijn blies de wind Vaes zijn hoed van zijn hoofd. Hij waaide weg, en Henri maakte een gecompliceerde beweging om hem te vangen, bijna een danspas. “Leek ik even op Fred Astaire? Of misschien op iemand van de Antwerpse breakdancers van Battle Droids?” dacht hij, waardoor hij moest glimlachen.

Maar het belangrijkste was dat op zijn leeftijd Henri nog reflex genoeg had om die hoed onmiddellijk te pakken te krijgen. Had die mooie lange meid aan de deur dat maar kunnen zien…

Plots hoorde Vaes een agressieve stem die hem aansprak:

Hela, man, dat is mijn hoed! Geef me die onmiddellijk terug!”

Henri draaide zich om zo snel hij kon. De dikke man die achter hem aankwam zag er behoorlijk getikt uit. Zijn ogen rolden wild in de oogkassen, hij was moddervet, met een rood gezicht. Zijn adem rook naar iets dat Henri Vaes meende te herkennen: wodka gestookt uit aardappelen of bieten. Dat goedkope spul had Vaes, tegen alle goede raad in, ook eens gedronken in Hongarije, en hij was er zo ziek en misselijk van geweest dat hij in het kuuroord Heviz drie dagen in zijn bed had gestoken.

Vaes reageerde niet op wat de dronken of de getikte man zei. Veiligheidshalve stak hij zijn slappe hoed in zijn boekentas. De dikke man drong ook niet meer aan. Hij waggelde weg, met zijn benen uit elkaar terwijl hij mompelde in zichzelf.

Vaes stond nu op het trottoir op de tram te wachten. en dacht aan Leontine en hoe hij wenste dat ze hem het had zien doen, zowel zijn wegwaaiende hoed pakken als het afwimpelen van de agressieve dronkaard. Maar Leontine was er niet. Die nam nooit de tram. Zij kwam per fiets naar Het Propere Huis van haar studio in de Kattenstraat.

Op de tram door de stad zocht Henri Vaes naar gezichten die hij misschien herkende. Succes had hij daarbij niet. Mensen keken naar de straat door het tramraam of lazen of keken star met hun gezicht naar voren. De boekentas op zijn schoot, daar zat eigenlijk niets in. Hij bracht die dagelijks mee met de gedachte dat hij beter niet met lege handen langs Leontine kon lopen. Dat zou lijken alsof hij een leeghoofd was en zonder ideeën naar het werk kwam. Een genie was Henri Vaes wel niet, dat wist hij wel degelijk van zichzelf. Maar de wens dat Leontine hem zou opmerken en hem zou toelaten haar beter te leren kennen, die hield hem 's nachts wakker.

Dus, om op haar toch een goede indruk te maken bracht hij de bruine boekentas met de koperen sluiting mee. Die bevatte een maagdelijk notitieblok, wat balpennen en de Sheaffer Snorkel vulpen die Henri lang geleden bij zijn plechtige communie van zijn peter had gekregen. De Sheaffer zat nog altijd in het originele harde etui, maar de balpennen lagen los in de boekentas.

Aan de halte Hestputteke stapte Henri Vaes uit de tram. Van daar liep hij te voet naar zijn rijhuisje in de Karel Oomsstraat. Thuis groette Azraël hem altijd. Zijn kat had hij genoemd naar de huiskat van de tovenaar Gargamel in de verhalen van de Smurfen. Zijn kat was erg tam en aanhankelijk. Erg blij was ze ook als Henri terug thuiskwam. Ze spinde dan en wreef met haar kop over zijn kuit totdat hij haar eten gaf.

Veel richtte Henri Vaes ‘s avonds niet meer uit. Hij keek vanuit het raam van zijn kleine zitkamer naar de wereld buiten: het belbusje van de Lijn dat voorbijkwam, de regen die op de luifel van de Turkse groenten- en fruitwinkel viel, de patrouillewagen van de Antwerpse politie die de straat in kwam rijden en even stopte bij de kruising om te zien of daar geen drugs werden gedeald.

De bel van zijn microgolfoven liet hem weten dat zijn maaltijd klaar was. De geur was elke avond ongeveer hetzelfde. Henri Vaes haalde in de Aldi, de Lidl, en soms in de Carrefour kant-en-klare maaltijden die hij maar hoefde op te warmen.

Om te eten zat hij aan de tafel die zijn moeder uit zijn kamer had gehaald toen hij tien jaar oud was. Hij keek toen toe hoe ze erop recht stond en in het achterste trappenhuis de muren schilderde. Ze rookte, en ging met een brede kwast over de vele stickers die in de loop van de jaren op de muren waren geplakt: bloemen, een astronaut die op Armstrong leek, een konijn, dansende ballerina’s... Henri zag ze verdwijnen. Ze waren nu in reliëf, weggeschilderd onder dezelfde laag olijfkleurige verf. Geesten waren het geworden, net zoals hij voor Leontine een geest was.

De wensdroom van Henri Vaes kwam dan laat op de avond weer op. De vormen van de dingen rondom hem vervaagden. Hij dacht aan een plek waar het warm was het ganse jaar rond, en er praktisch nooit wolken in de azuurblauwe lucht waren. Of toch met misschien maar een paar kleine wolken als contrast. Hij dacht eraan dat Leontine misschien bij hem zou zijn, helemaal niet in een appartementstoren in bakstenen, maar misschien iets gelijkvloers en gemaakt van hout, helemaal van warm tropisch hout eigenlijk. Hij had de wens dat het geluid van hydraulische remmen van bussen en zware vrachtwagens zou wisselen voor misschien een bulderende oceaan of veelkleurige spechten die bezig waren in een nabijgelegen bos met hun massieve bekken gaten in de bomen te boren.

Vooral wenste Henri Vaes dat er een dag zou komen die niet voorspelbaar was. Weer zou hij als hij wegging bij Het Propere Huis twee keer knikken bij de deur. Plots, voor de allereerste keer, zou Leontine opkijken en vriendelijk naar hem lachen...

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


 


Submitted: June 24, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Romance