Omtrent Katten

Reads: 115  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Science Fiction  |  House: Booksie Classic

Er is iets vreemd aan de hand. Het lijkt alsof de kat van Stan en Kaat zwanger is, hoewel ze bijna onmogelijk met een kater in contact kan zijn gekomen. De situatie leidt tot een stekelige discussie tussen man en vrouw...

Omtrent Katten

door Bruno Roggen

Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


 

Op een morgen in augustus had Kaat Willekens een onaangenaam voorgevoel toen ze naar hun kat Cara keek.

Je hebt Cara voor drie maanden toch binnengebracht bij dierenarts Vanlaer om gesteriliseerd te worden, of niet?”

Kaat haar ogen vernauwden. Haar adem stokte, alsof ze dit gesprek buiten in het holst van de winter voerden. Ze klemde haar kaken op elkaar. Stan Formentier huiverde. Een koude rilling vulde hun huis.

Natuurlijk heb ik dat gedaan. Je hebt me toen toch geholpen om haar in de kattenkooi te krijgen.”

Dat herinner ik me, Stan,” snauwde Kaat. “Maar wat ik je vraag is dit: toen je Cara binnenbracht voor die algemene controle, heb je de dierenarts toen gezegd dat hij haar moest steriliseren? Je bent het toch niet vergeten of, erger nog, heb je de dierenarts misschien verteld dat we met haar wilden fokken?”

"Ik … Waarom pak je mij opeens zo hard aan, Kaat?”

"Omdat je iets hebt gedaan, Stan, of het niet gedaan. Of je bent vergeten wat ik je gevraagd had, of je hebt achter mijn rug om je eigen zin gevolgd.”

"Wat bedoel je eigenlijk?" Stan durfde Kaat niet in haar ogen kijken. Hij wreef in zijn handen, vormde er een kom mee, bracht ze naar zijn lippen en blies er zijn warme adem in. Kaat stroopte haar mouwen op, net alsof zij hem te lijf wou gaan. Dat wou ze wel, maar dan met woorden.

Cara drukte haar muisgrijze poten steviger tegen het tafelblad aan. Ze krulde haar staart onder zich. Eén oog was half gesloten, het andere oog bleef open. Haar blik hield haar in een half slapende, half toezichthoudende toestand. Ze zag er groter uit dan normaal, alsof ze net een muis had opgegeten of...

Cara is zwanger, daar kan je gif om nemen,” zei Kaat tamelijk venijnig. “Maar dat is meneer geen zorg, dat merk ik wel.”

Stan schudde zijn hoofd en stopte zijn handen in zijn zakken. Misschien hielp dat om ze op te warmen, of om zijn verlegenheid te verbergen… Het kostte hem een paar tellen om Kaat haar woorden te registreren.

Dat kan ze niet zijn. Ze is…."

Gesteriliseerd? Nee. Dat zei de dierenarts vanmiddag niet toen ik haar binnenbracht voor haar vlooienbehandeling. Dat is niet wat haar echografie laat zien. Dat is niet wat haar bloedonderzoek onthult. Onze kat is erg drachtig en over minder dan een maand krijgen we jonge katten.”

Denk je dat echt, Kaat?”

Dat moet ik niet denken. Het is zeker. Dierenarts Vanlaer heeft me de echografie laten zien. Welke kater is de vader? Cara kan normaal niet drachtig worden omdat ze een binnenkat is.”

Wat verwijt je mij eigenlijk?” vroeg Stan benepen.

"Niet alleen heb je de kat niet laten steriliseren, maar ergens in het recente verleden vergat je de voordeur te sluiten, en de kater van een buurman sloop naar binnen en bevruchtte onze kat."

Kaat bracht haar hand naar haar mond: “Of erger nog, een wilde kater deed het. Nee, nee, nee, ik wil in geen geval jonge verwilderde katjes in huis.”

Stan pijnigde zijn geheugen. Hij liet de deur wel een paar minuten open staan ??als hij iets uit zijn auto ging halen, of iets naar het tuinhok bracht. Cara liep hem nooit achterna. Zij was een echte huiskat en bleef zoveel mogelijk binnen in het huis. De deur bleef soms even open, maar er was niet genoeg tijd voor de kat van een buurman om naar binnen te komen, Cara te vinden, seks met haar te hebben en dan weg te gaan voordat Stan terug de deur sloot

Ik heb geen kat binnengelaten, Kaat. Ik ben er zeker van."

En voor zover hij wist was de enige buurman met een kat in hun buurt in Stevoort de rare Godfried Poelaert die in het oude herenhuis achter hen woonde. Het was ooit een prachtig huis geweest. In de voorgevel was er een arduinen steen ingemetseld die toonde dat het gebouwd was in 1912, dus even voor de Eerste Wereldoorlog. Het huis was dus meer dan een eeuw oud, en verweerd en geteisterd door zon, regen en wind. Eigenlijk beschouwden veel mensen in deze Stevoortse wijk van standing het oude, wat vervallen huis als een vuistslag in het oog van hun buurt met verzorgde fermettes en villa’s in allerlei stijlen. Met zijn kleine ramen waarvoor de overgordijnen constant dicht getrokken bleven vulde bijna eeuwige duisternis het eens protserige huis. Vaak flikkerden ‘s avonds kaarsen achter de grijze overgordijnen, maar er was nooit elektrisch licht. Ongeveer één keer per maand zagen Kaat en Stan hun bejaarde buur naar buiten komen en zijn oude Mercedes Heckflosse uit de garage rijden om boodschappen te gaan doen in de Aldi op de Hendrik Vanveldekesingel, maar afgezien daarvan bleef Godfried Poelaert altijd binnen.

Hij was een magere man, lang opgeschoten, met een grijze baard die groot genoeg was om een vogel er zijn nest in laten te bouwen, dikke, grijze wenkbrauwen en bijpassend lang grijs haar. Ook de buren van Kaat en Stan hadden nooit contact met Poelaert. Godfried was een favoriet gespreksonderwerp op barbecues en wijkfeesten, hoewel niemand iets over hem wist en alles wat de buren zeiden pure veronderstelling was. Godfried Poelaert zijn kater had een rare kleur, iets tussen geel en oranje. Overdag zat of sliep die op de vensterbank met de donkere overgordijnen in zijn rug, maar net als zijn baas waagde hij zich nooit naar buiten…

Stan keek naar Kaat. Een blauwachtige tint lippenstift kleurde haar lippen. Dan ging zijn blik naar Cara. Die haar buik leek in de laatste minuut te zijn uitgezet, als een opgeblazen ballon. De verrassing dat hun kat zwanger was en de stress van de verwijten en de onzin die Kaat uitkraamde brachten Stan zijn geest in de war.

Wat gaan we eraan doen?” vroeg Kaat bits.

Stan wreef met zijn sokken over het tapijt. De ruimte tussen zijn sokken en tapijt vonkte even blauw en groen van statische elektriciteit. Die warmde de kilte die over Stan hing echter niet op. Hij bleef zich ongemakkelijk voelen, want Kaat bleef doordrammen:

Ik wil dat we samen uitzoeken wat we aan dit probleem moeten doen, en ik wil weten waarom je haar niet hebt laten steriliseren.”

Stan huiverde. Een grommend geluid van Cara leidde zijn aandacht af. Hij had haar nog nooit horen grommen. Vreemd genoeg gromde ze zonder haar muil te openen. Maakten de poesjes die zij verwachtte dat geluid? Konden foetale katjes dat? En zelfs als ze geluid maakten, zouden die geluiden dan buiten de baarmoeder hoorbaar zijn?

Stan knipperde hard met zijn oogleden om zijn ogen schoon te maken en schudde zijn hoofd om zijn oren te openen en scherper te horen. Het gegrom ging door, dit keer luider, vanuit de kat.

"Heb je dat gehoord?" vroeg hij aan Kaat.

Wat gehoord? Wat ik niet heb gehoord, is een verklaring of een verontschuldiging,” antwoordde Kaat. “Op de echo van de dierenarts zijn vijf jongen te zien. Vijf, Stan! We kunnen hier niet al die jonge poezen rond laten rennen.”

Kaat stampte boos met haar voet op het tapijt. Cara's buik golfde alsof de katjes binnen op de trillingen reageerden.

"We kunnen ze weggeven," probeerde Stan zijn vrouw te kalmeren. “Cara is een mooie kat. Haar jongen zullen dat ook wel zijn. Kandidaten vinden voor een jong van haar kan geen probleem zijn.”

Maar zijn tanden klapperden een beetje, waardoor zijn woorden klonken alsof het onsamenhangende zinnen waren. Stan hield van poesjes. Hij herinnerde zich de tijd toen Cara nog maar enkele weken oud was en hoe ze toen in de palm van zijn hand paste, een zachte bal van schattig, spinnend bont. Hij was verliefd op haar en zij op hem. Ze volgde hem overal, behalve naar buiten. Ze sliep naast hem en klom via zijn been naar zijn schouder, waar ze bleef zitten terwijl hij door het huis liep.

Naarmate Cara van poesje tot kat uitgroeide verdiepte hun wederzijdse aanhankelijkheid. De speeltijd met de kat na zijn werk was Stan zijn favoriete moment van de dag. En nu was ze op de een of andere manier zwanger geraakt... Zouden het muisgrijze poesjes worden zoals Cara zelf, of zouden haar genen gecombineerd worden met wie de vader ook was en veelkleurige katjes creëren? Stan vond het spannend om erover na te denken en nog spannender om uiteindelijk de jonge poesjes te zien.

Maar zijn hart brak. Kaat had gelijk: ze konden geen vijf katjes houden, plus daarbij nog Cara. Of zouden ze dat wel kunnen? Waarom niet?

"Wel? Waarom zeg je niets? Je vindt het weer allemaal goed zoals het is, zeker?" Kaat plaatste haar handen op haar heupen en vormde twee boze driehoeken met haar uitstekende ellebogen. Ze tikte met haar voet op de grond.

Ik weet het,” zie Stan zwakjes. “Ik heb haar niet laten steriliseren. Met haar fokken, dat is nooit bij mij opgekomen. Ik weet ook dat ik niet degene was die haar met een kater in contact bracht.”

Cara roerde zich en gromde weer, met beide ogen wijd open. Haar buik rolde alsof er donder in zat. Haar oren wapperden naar voren en naar achteren. Dat vond Stan om een of andere reden de meest mensachtige beweging was die ze ooit had gemaakt. Cara tikte ze met haar voorpoot op haar buik. Ze wist dat ze zwanger was. Dan hikte de kat. Dat was weer iets anders dat ze nog nooit eerder had gedaan.

"Heb je Cara’s hik gehoord?" vroeg Stan bedeesd.

"De hik? Wat zeg je nu? We hebben het over het probleem met onze kat."

Dat is wat ik net zei. Kijk naar haar, schat. Ze is zwanger. Dat ontken ik niet. Hoewel ik niet veel weet over kattenzwangerschappen lijkt dit me niet normaal."

Kaat keek haar man boos aan. Hij probeerde haar te kalmeren, reikte naar haar arm en maakte een van haar driehoeken los. Daardoor draaide haar hoofd naar Cara toe, die nu van op de tafel op de canapé was gaan liggen. Een duidelijk gegrom echode vanuit Cara's buik. Plots slaakte de kat een lange, treurige kreet.

"Oh! Dit lijkt me niet normaal,” zei Kaat. “Wat zou er nu met haar schelen?”

Stan liep naar Cara toe en aaide haar over haar hoofd. Ze wreef met haar kop tegen zijn hand.

"Er is iets mis met onze kat." zei hij, meer voor zichzelf dan tegen Kaat. Hij knielde zodat zijn ogen op dezelfde hoogte waren als die van Cara.

"Gaat het, poes?" vroeg hij bezorgd.

Haar onderkaak hing naar omlaag en haar tong trilde. Cara's snorharen wezen naar voren, de punten waren als dolken op Stan gericht, en het haar van haar vacht stond rechtop. Cara huilde en een veelheid van gejammer vergezelde haar gehuil van binnenuit.

Dan gilde Cara zo hard dat Stan de indruk had dat de ramen trilden. De staanlamp in de hoek van de woonkamer flikkerde enkele seconden voordat het donker werd. Kaats gezicht was wit, zo was ze geschrokken. Het bloed was uit haar gezicht weggetrokken.

Dan schrok Stan op zijn beurt. Er werd op de voordeur geklopt. Cara's doordringende gekerm trok hun ogen weer naar de kat toe. In een moment dat elke beschrijving tartte dreef Cara vijf objecten uit, als projectielen die uit een kanon werden geschoten. Het waren geen poesjes, althans niet zoals normale jonge katjes door de natuur worden gemaakt. De wezens die Cara baarde hadden kattenkoppen, maar in plaats van kattenpoten hadden hun ledematen zes spichtige, bruine segmenten, zoals de poten van een spin. Een paar rode kaken die uit de bek van de dieren staken schaarden open en dicht en maakten elke keer dat ze open gingen een krakend geluid.

Cara sprong van de canapé af en vluchtte naar de slaapkamer. De voordeur ging open en Godfried Poelaert liep naar binnen. Hoe kon dat? De deur zat op slot. Zijn gloeiende, blauwe ogen gaven hem de uitstraling van jeugd, maar de rimpels en bruine vlekken op zijn gezicht duidden op een man die al ver op leeftijd was. In zijn linkerhand hield hij een stok.

De vijf pasgeboren wezens sprongen van de bank en huppelden naar de buurman. Ze sprongen in zijn armen, nestelden zich stevig tegen zijn lichaam, terwijl ze luid spinden. Godfried hield zijn hoofd schuin en zei met een stralende glimlach:

"Bedankt dat jullie me deze heerlijke baby's hebben bezorgd."

De rare wezens klommen over hem heen. Twee zaten op zijn schouders, één op zijn hoofd en de twee andere hield hij vast. Hun staarten kwispelden en hun kaken beten krakend in de lucht.

Poelaert leunde op zijn wandelstok en sprak met de vrouw van Stan: "Hoe voel je je, Kaat?"

Zijn stem was diep en schor, zijn toon zakelijk. De wezens keken Kaat aan. Kaat bracht haar hand naar haar buik. Tot zijn ontzetting zag Stan een lichte bult waar die morgen haar buikje nog plat was geweest.

Het begon Stan Formentier te dagen wie eigenlijk de deur had opengedaan of open gelaten. Wat er daarna precies gebeurd was, daar had hij nog het gissen naar…

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


 


Submitted: July 17, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Science Fiction Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Romance