Diaken Duyckaerts in Nood

Reads: 139  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Diaken Gerrit Duyckaerts zit in nauwe schoentjes. Het Bisdom wil hem tijdelijk op non-actief stellen, en hem schorsen zonder wedde. Om dat te voorkomen doet hij een beroep op de hulp van zijn boezemvriend Kwintijn Franskens...

Diaken Duyckaerts in Nood


Verwittiging:
 
Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.

Eigenlijk was er maar één persoon die Gerrit Duyckaerts, de diaken van Sint-Rochus, erg goed kende. Dat was Kwintijn Franskens, een lepe man die al veel watertjes had doorzwommen. In het verleden was hij thuis geweest als een vis in het water in kerkelijke kringen, voornamelijk in het Bisdom Hasselt, maar zelfs op het Aartsbisdom had hij ooit een dikke vinger in de pap. Vooral toen Franskens bekend was als de “Profeet van de Alverberg” waren diaken Duyckaerts en hij boezemvrienden geworden. Dan was er ook nog een erg persoonlijke reden die de twee nader tot elkaar bracht. Die lag op relationeel vlak. Omdat het een zuivere privé aangelegenheid betreft is het ongepast om daar publiekelijk op in te gaan. Het moge volstaan te zeggen dat Gerrit Duyckaerts en Kwintijn Franskens door hun contact met twee tweelingzussen gedurende enige tijd als het ware aangetrouwde familie van elkaar zijn geweest.
Op die manier was Kwintijn Franskens zeer nauw betrokken geweest met het emotionele en amoureuze leven van de diaken, maar toch ook wel met zijn functie als bedienaar van de eredienst in Sint-Rochus. Zodoende wist Franskens dat zijn vriend Gerrit weg was van Titiane Seinette, de nieuwe dirigente van het dameskoor van Sint-Rochus. Dat hij verslaafd was aan haar geweldige borsten, dat ook. En tevens wist Franskens dat de relatie tussen de diaken en Titiane van hoogstaand niveau was. Als ze de liefde bedreven werden er geen vulgaire woorden gebruikt, dat was een eis die Titiane uitdrukkelijk had gesteld voordat ze met Gerrit in zee ging. Wat ze deden was het “Hooglied der Liefde” zingen. Meestal gebeurde het in de sacristie van de kerk van Sint-Rochus. Soms was dat Hooglied ook te horen op de achterbank van de Citroën Picasso van Gerrit Duyckaerts, en uitzonderlijk ook in het bed van Titiane op de Engelbamp in Sint-Truiden. Daar woonde Titiane Seinette in een appartement boven het afkickcentrum “De Verslaafde Haaksters”.

 

Jammer genoeg, door zijn intieme relatie met de dirigente van zijn dameskoor had Gerrit Duyckaerts een levensgroot probleem gekregen. Daarom belde hij Kwintijn Franskens op een dag. Kwintijn hoorde de wanhoop in Gerrits stem toen die zei:
 

“Je moet me dringend helpen. Ik zit tot aan mijn lippen in de problemen. Het bisdom wil me schorsen zonder wedde als diaken van Sint-Rochus. Dat is een financiële ramp voor mij. Ik heb dat inkomen echt nodig. Daarzonder kan ik niet. Jij hebt nog altijd je relaties bij het bisdom op het Vrijwilligersplein, en erg veel invloed. Wil je me asjeblieft uit de nood helpen, en voor mij daar tussenkomen? De Heer zal het je lonen!”
 

Dat Franskens nog steeds goede relaties had met het bisdom en er nog altijd in zekere mate geniet van achting en respect genoot, daar had diaken Duyckaerts gelijk in.  
Maar de contacten met het bisdom waren in de loop van de tijd verwaterd. Ook had Franskens het eigenlijk zelf verkorven door een aantal financiële malversaties en zijn dubieuze praktijken toen hij de Profeet van de Alverberg was. Met de laatste bisschop had hij geen enkel contact meer, wel nog sporadisch met leden van de bisschoppelijke administratie.

Kwintijn Franskens wist niet goed hoe hij in dit geval diaken Gerrit Duyckaerts zou kunnen helpen. Dus wachtte hij maar af en hield zich op de vlakte. Misschien zou het probleem van Duyckaerts met zijn bisschoppelijke oversten wel koelen zonder blazen…
Dat bleek niet het geval te zijn. Na zekere tijd kreeg Kwintijn Franskens telefoon van Gerrit. De diaken klonk echt in de put toen hij aan Franskens vroeg:

 

“Ga je me in de steek laten? Wil je geen goed woordje voor me doen op het bisdom?”
 

Kwintijn was een beetje verlegen. Wat kon hij anders antwoorden dan te zeggen:
 

“Jammer, ik wil wel, maar ik zou niet weten hoe. Misschien kunnen we eens samenkomen en praten over wat ik best kan ondernemen.”
 

Dat gebeurde. Dit keer zaten ze samen over een Penspony Bock in de brasserie “‘t Begijntje” in Melveren. Die drankgelegenheid had de diaken uitgekozen om aan zijn vriend Titiane Seinette voor te stellen omdat zij daar niet ver vandaan woonde, boven het afkickcentrum “De Verslaafde Haaksters”  op de Engelbamp, Zij was echter niet kunnen komen omdat zij beroepsverplichtingen had op de Saffraanberg.
In haar afwezigheid, en ondanks het feit dat Gerrit er tamelijk onverzorgd en neerslachtig uitzag gaf hij Kwintijn een onsamenhangend, maar wel omstandig verslag. Die kreeg een tamelijk verward overzicht van wat er allemaal gebeurd was sinds Duyckaerts in zee gegaan was met de nieuwe dirigente, en hij haar in volle ontboezeming en volledige ontplooiing was beginnen lief te hebben op de manier waarop zij dat geëist had.

 

“De vrouwen van de parochie waren niet content,” zei Gerrit, terwijl hij een flinke teug nam van zijn Penspony Bock. “Toch niet diegenen die regelmatig naar de kerk komen.”
 

Het antwoord kende Franskens al, maar toch vroeg hij aan Gerrit:
“Waarom waren ze dan ontevreden?”

 

“Dat kan je wel denken. De meesten waren stikjaloers. Hun mannen hadden teveel aandacht voor Titiane en haar spectaculaire boezem. Er zijn een heleboel kerels die toen ik nog dirigent was niet eens naar de kerk kwamen. Nu lopen ze de benen onder hun kont uit om maar op tijd te zijn en een plaats te bemachtigen zo dicht mogelijk bij het podium van waarop Titiane het koor dirigeert. Er zijn er zelfs die in de week in de kerk langslopen en op hun blote knieën de Heilige Rochus bidden dat tijdens het dirigeren de machtige boezem van Titiane het ruime sop zou kiezen.”
 

“Een boezem die het ruime sop kiest?”
 

“Wel, dat is een beeld. Ze bidden opdat de borsten van Titiane helemaal uit haar beha tevoorschijn zouden springen als ze voor het dameskoor staat en heftig met haar armen zwaait.”
 

“Dat hun mannen daarvoor naar de kerk komen, dat zullen die vrouwen, je godvruchtigste parochianen, zeker niet graag hebben?”
 

“Dat is een fameus understatement. Er werd een soort parochiecomité gevormd om in te grijpen. De leden zeiden dat hier iets aan moest worden gedaan of dat de parochie een andere koordirigente moest krijgen. Dus benaderde, zonder dat ik daar weet van had, een delegatie van die vrouwen Titiane. Zij wezen haar heel discreet op het probleem. Daarop vroeg Titiane wat zij er kon aan doen, want daartoe was zij bereid. Zij wou uit zichzelf in het vervolg blouses aantrekken met een hele hoge kraag en zonder enige halsuitsnijding. Die kwezels waren daar niet mee tevreden. Zelfs met zediger kleding zouden de geweldige karnoeffels van de dirigente hun mannen op duistere gedachten brengen… Zij hebben aan Titiane voorgesteld op kosten van de parochie een mammareductie te laten uitvoeren door een gerenommeerde plastische chirurg in Hasselt.”
 

“Een mammareductie, is dat een borstverkleining?”
 

“Precies. Nu, daar wou Titiane Seinette niet van horen. Ze zegt dat wel niet, maar ze is fier op haar fantastische borsten, en met recht, vind ik.”
 

“Dus ze weigerde. Dat bracht jou nog geen stap verder naar een oplossing.”
 

“Toch wel, in zekere zin. Uiteindelijk heeft ze me aangesproken en me uitgelegd hoe zij door een aantal vrouwen in mijn parochie onder druk werd gezet. Ik heb dat allemaal verteld aan Felix Vanham, een kennis die endocrinoloog is, een van de grote steunpilaren van onze parochie. Die vond ook dat een chirurgische borstreductie bij Titiane erg jammer zou zijn. Volgens hem was er een veel eenvoudiger oplossing die hij had leren kennen toen hij op een medisch congres was dat doorging op een eiland in de Stille Zuidzee, in Polynesië.”
 

“Nu maak je me nieuwsgierig, Gerrit!”
 

“Het was een natuurlijke methode waar totaal geen chirurgie bij kwam kijken. Op dat eiland was voor de meeste vrouwen zwaarlijvigheid een probleem, en ook hun te dikke borsten die al op erg jonge leeftijd doorzakten en gingen hangen. Om dat tegen te gaan gebruikten de vrouwen daar groene, onrijpe  dadelpruimen. Die stampten ze in een mortier, en de brei van die pruimen vermengden ze met aluinpoeder. Zoals je weet is aluin een sterk astringent. Door het mengsel over hun tepels en hun borsten uit te wrijven hadden die Polynesische vrouwen zo goed als een honderd procent garantie dat hun massieve boezem zou krimpen. Volgens Felix Vanham waren de resultaten al zichtbaar na twee weken behandeling. De behandeling moest wel elke dag gebeuren, één keer ‘s morgens en één keer ‘s avonds. Wel diende er gewaarschuwd: het was totaal niet aangewezen om ook maar één enkele van de groene dadelpruimen te proeven omdat ze zo zuur zijn dat ze je mond doen plooien en krimpen en je een tijdlang niet goed meer kan praten.”
 

“En werkte het bij je vriendin de dirigente?”
 

“Wonderwel. Haar borsten smolten wel niet weg als sneeuw voor de zon, maar hun uitzonderlijk grote volume nam toch zienderogen af. Ongelooflijk, maar wel enigszins tot mijn spijt, dat geef ik eerlijk toe. Wij bleven in die tijd het Hooglied der Liefde zingen, maar niet zo vaak meer als anders. Ook was het enthousiasme van Titiane bij het bedrijven van de liefde soms ver te zoeken. Ik had het moeilijker en moeilijker om haar nog doen klaar te komen. Vaker en vaker moest ik daarvoor een beroep doen op de “stimulatio digitalis clitoriensis”, als je begrijpt wat ik bedoel?
 

“Jazeker. Dus, je probleem is uit de wereld sinds de toepassing van die natuurlijke methode voor borstreductie?”
 

“Helemaal niet. Er is iets scheef gelopen. Daar kom jij in beeld, Kwintijn. Wil je asjeblieft de zaak eens gaan uitleggen op het bisdom en daar een goed woordje voor me doen? Ik zou je daar erg dankbaar voor zijn.”  
 

Wat er scheefgelopen was, daar ging Gerrit Duyckaerts niet op in. Met een zucht antwoordde Franskens:
 

“Goed dan, Gerrit, meer hoef ik niet te weten. Ik zal volgende week zien wat ik op het bisdom voor je kan doen…”
 

Zo zat Kwintijn Franskens de week daarop op het kantoor van Vanessa Froimont op het Vrijwilligersplein. Dit keer was de algemene secretaresse verantwoordelijk voor Diaconaat en Parochiale Werking niet echt vriendelijk voor hem. Waarschijnlijk dacht ze terug aan wat Franskens in naam van het geloof in het verleden allemaal had uitgespookt. Hun gesprek begon nogal koeltjes.
 

“U komt zeker om die diaken van Sint-Rochus zijn vel te redden?” vroeg juffrouw Froimont nogal onvriendelijk en kortaf.
 

“Het is te zeggen… Zo zou u het kunnen zien, ja. Ik vind dat zo weinig mogelijk mensen dienen te weten in welke hachelijke situatie diaken Gerrit zit. U weet toch ook, juffrouw, dat hij de slechtste niet is en…”
 

“Daar heeft u gelijk in. Er werken voor het bisdom in de parochies nog heel andere vieze portretten dan Gerrit. Maar telkens opnieuw werkt uitgerekend hij zich in nesten. Geloof me, ik doe al het mogelijke om zijn fratsen hier in de doofpot te stoppen. Maar hij denkt niet aan wat ik voor hem doe, en hij flatert er maar op los. Niet te geloven! Hoe dwaas en vooral ondankbaar kan hij toch wel zijn!”
 

Juffrouw Vanessa Froimont draaide haar hoofd van Franskens weg. Het was warempel alsof hij tranen in haar ogen zag blinken. Ze hervatte zich, snoot haar neus en schakelde over op een ander onderwerp:
 

“En hoe is het ondertussen met die wellustige dirigente? Zijn haar melkklieren al wat geslonken na haar speciale behandeling? Geef toe, wat zij daarvoor tentoon spreidde stak de ogen uit. Dat nog in een parochiekerk op de boerenbuiten… Het ging de perken van de welvoeglijkheid te buiten!”
 

Kwintijn Franskens vond dat niet. Titiane Seinette haar boezem, die had hij zelf niet naakt gezien, maar door de lofrede van diaken Duyckaerts was Kwintijn ervan overtuigd dat haar stel borsten tot de allermooiste in heel België hoorde.

Kwintijn bekeek de verantwoordelijke voor Diaconaat en Parochiale Werking van dichtbij. Bij zichzelf dacht hij dat Vanessa Froimont wel een geweldig sexy kont had, met echt strelenswaardige massieve billen, maar dat ze boven de gordel door de natuur eigenlijk niet goed bedeeld was. Het was te begrijpen dat zij misschien jaloers was op Titiane Seinette met haar weelderige boezem, ook al was die misschien ondertussen wat in volume afgenomen.
 

Met tegenzin probeerde Franskens juffrouw Froimont gelijk te geven. Dat stond haar blijkbaar aan, want zij ontdooide enigszins:
 

“Weet u, het is eigenlijk ook allemaal de schuld niet van diaken Duyckaerts. Hij is zo een lieve man, maar veel te naïef in zijn omgang met vrouwen, en daar profiteren die van. Zo geraakt hij telkens weer opnieuw in nesten. Die nieuwe dirigente van het koor van Sint-Rochus is daar een levend bewijs van. Haar verschijnen in de parochiekerk heeft tot heibel en tweedracht in de parochie geleid.”
 

“En tot jaloezie van de kwezels ook…” Dat dacht Kwintijn. Dat durfde hij tegen de verantwoordelijke voor Diaconaat en Parochiale Werking niet zeggen, maar hij vond iets anders:
 

“Het is toch niet allemaal negatief, nietwaar juffrouw Vanessa? Denk maar eens aan de topkwaliteit die de nieuwe dirigente het dameskoor heeft bijgebracht!”
 

Dat beaamde Vanessa Froimont, misschien met wat tegenzin, maar ze was eerlijk:
“Dat is waar. Op dat gebied heeft die tietentroela wel degelijk verdienste gehad. Het bisdom heeft in dat verband veel felicitaties gekregen vanuit het hele land. Onze Monseigneur de Bisschop is geweldig trots op dat vrouwenkoor van Sint-Rochus, maar hoe de vork daar echt aan de steel zit, dat hebben we tot nu toe voor hem kunnen verbergen. Maar niet alleen op dat koor is hij trots. Ook nog een paar andere ontwikkelingen in die parochie bevielen hem ten zeerste.”

 

Dat hoorde Franskens graag. De bisschop van Hasselt is de hoogste kerkelijke autoriteit in Limburg. Als die tevreden was met het reilen en zeilen in de Sint-Rochusparochie kon dat niet anders dan positief zijn voor diaken Gerrit Duyckaerts en in zijn voordeel spelen.
 

“Mag ik weten, juffrouw Vanessa, wat die paar andere ontwikkelingen zijn die Monseigneur de Bisschop aanstonden in de parochie van Sint-Rochus?”
 

“De spectaculaire aangroei van de kerkbezoekers in de Sint-Rochusparochie. Het bisdom houdt in verband met kerkbezoek nauwkeurige statistieken bij. Die zijn over heel Limburg niet om over naar huis te schrijven, integendeel, ze zijn eerder om te huilen. Het kerkbezoek neemt exponentieel af. Dat heeft te maken met verscheidene factoren waarvan de veroudering van de autochtone Limburgse bevolking de belangrijkste blijkt. En de algemene ontkerkelijking in West-Europa natuurlijk ook, evenals de explosie van de Moslimbevolking, aanhangers van de Islam. Maar dat geldt niet voor de parochie Sint-Rochus. Daar neemt het kerkbezoek de laatste maanden op een indrukwekkende manier toe. De lieve diaken zal daar met zijn dynamische persoonlijkheid en zijn bezielde preken van op de kansel wel toe bijdragen, maar toch… Dikke borsten die op uiers lijken en in het rond zwaaien tijdens de kerkdienst zullen wellicht toch een doorslaggevende rol spelen.”
 

Even aarzelde Vanessa Froimont. Ze stopte met haar venijnig jaloerse commentaar betreffende koordirigente Titiane Seinette. Toen zette ze haar gedachtegang verder:
 

“Er zijn nog twee evoluties in de parochie Sint-Rochus die Monseigneur de Bisschop geweldig verheugen… Maar ik heb daar, eerlijk gezegd, mijn bedenkingen bij, en niet zonder reden, meen ik.”
 

“En mag ik weten…?”
 

“Bij tellingen in de Limburgse parochies is gebleken dat de regelmatige kerkbezoekers eigenlijk bezoeksters zijn. De gemiddelde leeftijd van die vrouwen ligt op ongeveer 64 jaar. Overal ligt het procent mannelijke kerkbezoekers op maar ongeveer 18%, en het mindert elk jaar. Mannen haken veel sneller af dan vrouwen als het om de zondagsmis en andere geloofspraktijken gaat. Maar in de parochie Sint-Rochus is er een omgekeerde trend waar te nemen.”
 

“Dus daar blijven de mannen in de kerk deelnemen aan het parochiaal gebeuren?”
 

“Meer dan dat. Het is verbazingwekkend dat daar, na de scherpe terugval van de laatste jaren, meer dan 50% van de kerkgangers mannen zijn, en dat ze jonger en jonger blijken.”
 

Waarom die positieve evolutie aan de gang was, daar had Kwintijn zijn idee over, en hij meende dat Vanessa Froimont dat ook vermoedde. Maar daar ging ze niet op in. Bijgevolg dacht Franskens dat de zaak geregeld was. Hij waagde het haar te vragen:
 

“Al bij al ziet er het dan nog niet zo slecht uit in Sint-Rochus, vind u dat ook niet?”
 

Juffrouw Froimont bekeek Franskens eens, maar ze antwoordde hem niet op zijn vraag. In de plaats zei ze:
 

“U heeft uw best gedaan om de diaken te verdedigen. Dat strekt u tot eer, ondanks uw duister verleden. Jammer genoeg heb ik beslist dat diaken Duyckaerts met ingang van volgende week geschorst gaat worden en op non-actief gesteld. Voor drie maanden, voorlopig. Wel gaat hij tijdens die maanden zijn wedde mogen behouden. Daarna zal ik wel zien of hij bepaalde gewoontes heeft afgeleerd, die neerkomen op vieze manieren en eigenlijk doodzonde zijn. Blijft hij volharden met de tietenzwaaister, dan zet ik hem op droog zaad.”
 

Die “bepaalde gewoontes” intrigeerden Franskens. Had zij het niet alleen over de zondige relatie van de diaken met de koorleidster, of ook over het achter de vrouwen aanzitten, de favoriete bezigheid van zijn vriend Gerrit Duyckaerts? Of wist zij echt dat Gerrit Duyckaerts, mits de beperkingen die Titiane Seinette hem had opgelegd, zowel in taalgebruik als seksuele praktijken, toch wel bleef met haar van bil gaan?
 

Vanessa Froimont zal van het gezicht van Franskens wel hebben afgelezen dat hij nieuwsgierig was. Met een ijzige, neutrale stem vroeg zij hem:
 

“Zou het u interesseren een korte geluidsopname te horen die een parochiane twee zaterdagen geleden in de kerk van Sint-Rochus heeft gemaakt?”
 

Die vraag verwarde Kwintijn Franskens een beetje. Had zij het over een geluidsopname van het gezang van het dameskoor? Of iets anders? Juffrouw Froimont wachtte niet op zijn antwoord. Op haar laptop duwde zij op een paar toetsen. Het geluidsfragment begon, en duurde maar even. Het was de stem van diaken Gerrit Duyckaerts die Kwintijn hoorde:
 

“Doow bepaawde onvoowziene owstawdigheewden te wijten aan gebeuwtenissen waawover ik geen controwe heb kaw ik vandaaw geen sewmoen geewen. Ik hew ‘n prowbleem met pwaten. Vowwende zawterdag pweek ik waawshijlijk ownieuw. Dawk u voow uw begwip.”
 

Juffrouw Vanessa keek naar Franskens. Op haar gezicht lag er een trieste blik die ook wat bitter leek.
 

“Heeft u het begrepen?” vroeg ze hem, met een krop in de keel.
 

“Jazeker, ik heb het begrepen,” antwoordde hij haar. “Diaken Duyckaerts heeft niet plots een spraakgebrek gekregen. Hij is het slachtoffer van het veelvuldig proeven van een bereiding met groene, onrijpe  dadelpruimen vermengd met aluinpoeder.”  

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: July 28, 2021

© Copyright 2023 impetus. All rights reserved.

Add Your Comments:


Facebook Comments

Boosted Content from Premium Members

Book / Science Fiction

Short Story / Children Stories

Book / Religion and Spirituality

Article / Religion and Spirituality

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Science Fiction