Op Zoek naar Inspiratie

Reads: 100  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Mystery and Crime  |  House: Booksie Classic

Een auteur heeft het alom bekend probleem: writer's block. Plots heeft hij geen inspiratie meer. Daarom vertrekt hij uit zijn vertrouwde omgeving naar een eilandje waar zijn nicht een herberg uitbaat...

Op zoek naar inspiratie


door Bruno Roggen


De meeste auteurs kennen het fenomeen. Op een gegeven moment lijkt hun inspiratie op te drogen. Zelfs een zogenaamde ‘writer’s block’ kan het schrijven doen ophouden.

Voor auteur Frans Rayen was dat moment aangebroken. Hij had al meer dan veertien dagen geen zinnige zin meer kunnen neerschrijven. Bovendien had een soort angst zich van hem meester gemaakt. Hij was de hele tijd nerveus, zijn bloeddruk steeg zorgwekkend en hij zijn slapeloze nachten kon hij niet meer tellen.

Rayen vermande zich. Na grondig nadenken besloot hij dat hij dringend een verandering van omgeving nodig had. In zijn nogal krappe appartement aan de Nanofstraat in Diepenbeek blijven was geen optie. Dus dacht Rayen aan zijn nicht Anna die een herberg uitbaatte, de ‘Auberge Schelderust’. Die lag op het eilandje Lievewaard in de Westerschelde, tussen Breskens en Terneuzen.
De zaak was snel geregeld. Nicht Anna was blij haar neef Frans een paar weken te kunnen verwelkomen. Ze had hem van voor het uitbreken van de Covid-pandemie niet meer gezien.

Voor Frans Rayen was het een hele verandering in zijn manier van leven. Zijn bestaan ??werd heel anders en nam een ??veel rustiger tempo aan, in harmonie met de natuur, dan hij in Diepenbeek had gekend. Ondanks de koude nachten op het eilandje sliep hij met het raam open. Het was te verleidelijk om in slaap te vallen met het rustgevende geluid van het Scheldewater en de geluiden van eenden, ganzen en andere watervogels.

Hoewel de kille lucht nu verkwikkend was, leek de beslissing om met dat raam open te slapen niet zo’n verstandig idee. Na een tijdje was Frans gedwongen het te sluiten. De kleine kamer in de gîte werd te koud voor een iemand die gewend was aan centrale verwarming in zijn Diepenbeeks appartement. Jammer, want slapen met het raam open was vooral vanwege Frans zijn voorkeur voor goede lucht en het geluid van het water 's nachts… Maar Rayen wist ook dat Anna de temperatuur in het gebouw verlaagde in een poging om de kosten laag te houden.

In de kamer die nicht Anna voor Frans had gereserveerd was er geen luxe, maar toch alles wat hij nodig had. Op de eerste plaats een bed en een bureau met wifi-internettoegang. Voor de rest waren de zeldzame meubels oud, maar mooi. Indertijd waren ze handgemaakt door Anna's grootvader, een meubelmaker uit Schoondijke die bekend was in de hele regio voor zijn meubels met elegantie en klasse. En natuurlijk was er het raam. Dat bevond zich perfect boven het bureau om de perfecte sfeer te scheppen voor een luie schrijfdag.

In de buurt van de herberg op het eiland was alles, maar wel een beetje in miniatuur: een bosje, een klein stukje strand en natuurlijk het water van de Schelde dat zachtjes voorbij stroomde. Voor Frans kon het schrijven wachten. Hij moest eerst rusten, weer op zijn positieven komen. Daarvoor wou hij laat opstaan, op zijn gemak ontbijten en wat rondlopen voordat hij de goden op zijn laptop smeekte om hem te inspireren...

Nicht Anna begreep de delicate situatie waarin haar neef Frans zich bevond niet helemaal. Dat hij als auteur geblokkeerd zat, dat hij geen inspiratie meer had, ging de eigenares van de Auberge Schelderust te boven. Ze zei er niets over, maar ze probeerde voortdurend de inspiratiestop van haar neef te 'ontsluiten'. Daarom begon ze herinneringen op te halen aan hun gemeenschappelijke jeugd en hem ook te vertellen wat er in haar familie was gebeurd sinds ze elkaar niet meer hadden gezien.
Frans Rayen luisterde met een verstrooid oor naar zijn nicht. Uiteindelijk verloor hij zijn interesse in wat ze hem vertelde. Niet dat zijn zenuwachtigheid terugkwam, maar hij realiseerde zich diep van binnen dat zijn gesprekken met nicht Anna hem niet veel opleverden. Hij besloot dat het het beste was om de herberg op tijd en stond te verlaten en ontspannende wandelingen te maken op het eiland Lievewaard

Dus pakte Frans zijn spullen bij elkaar, een zwart Moleskine-notitieboekje, een zwartschrijvende Lamy-vulpen en een Sheaffer met groene inkt, een paar balpennen en potloden, en zijn draagbare computer. Samen met een waterdichte jas stopte hij dat allemaal in een rugzak uit zijn tijd bij de Hasseltse Lod Lavki padvinders. Die rugzak was gedurende zijn hele carrière zijn constante metgezel geweest op zijn tochten in de Maten, op de Teut, in het Schulens Broek en andere natuurgebieden.

De trap kraakte toen hij de herberg verliet en op weg ging naar het kleine café dat eraan vast zat. Naast een plek om Leffe van het vat, Carlsberg of verraderlijke Duvel te drinken, naast de smaakloze Heineken, had het café ook het beste eten van het kleine eiland. Het was Fonzien, Anna's moeder, die oorspronkelijk de herberg bezat. Anna opende daarnaast het café om te proberen het bedrijf uit te breiden. Op een gegeven moment had ze steeds meer moeite om te concurreren met de hotels van Breskens en Terneuzen.

Een kleine oude vrouw met bijna wit haar kwam ook in het café naar binnen terwijl Frans aan een hoektafeltje zat. Anna verscheen en vroeg haar:

"Wilt u iets drinken?”

Het oude vrouwtje bekeek Anna alsof ze die niet verstaan had. Daarom herhaalde Anna haar vraag. Het vrouwtje leek te schrikken. Haastig stond ze op en maakte zich uit de voeten.
Anna haalde haar schouders op en richtte zich tot haar neef.

“Heb je goed geslapen?"

"Sinds ik hier ben slaap ik steeds beter." antwoordde Frans.

"Wat wil je als ontbijt?" vroeg ze.

"Gewoon een koffie, asjeblieft."

"Weet je het zeker? Wat dacht je van een goede boterham, of toast? Ik heb vers bruin brood van een prima bakker uit Breskens. Of heb je liever geroosterd witbrood? Naast het brood heb ik heel goede vleeswaren en een keuze aan Nederlandse kazen. Ik heb wat lekkere dingen gekocht op de ambachtelijke markt die boeren in de omgeving organiseren."

“Wel, als je erop staat, Anna…”

Ze kwam terug met brood en een royale portie boter, vleeswaren en kaas. Frans bedankte haar en vroeg:

"Hoe regel je alles in de herberg op je eentje?"

"O, op dit ogenblik gaat dat heel goed," antwoordde Anna. "Het toeristisch seizoen is voorbij. In de herberg heb ik net genoeg personeel om het onderhoud en de dagelijkse gang van zaken te verzekeren. Zelf trek ik tamelijk gemakkelijk mijn streng met de zeldzame klanten in het café. Soms word ik een beetje overweldigd, maar niet zo vaak in dit seizoen…"

"Heb je vandaag nog hulp nodig? Je laat me als gast voor langere tijd blijven. Dankzij jou heb ik hier een goedkope plek om te wonen. Ik ben bereid je te helpen met hier en daar wat klusjes. Vraag het me maar."

“O nee, lieve neef,” zei Anna, “Er zijn hier een paar dingen te doen, maar ik regel het wel. In het laagseizoen is het voor mij makkelijk om bezig te blijven met wat er moet gebeuren."

Frans Rayen at zijn geboterde toast op terwijl hij de krant ‘De Scheldegalm’ las. Hij zocht, maar er was geen nieuws over dit kleine eilandje in de Westerschelde, zeker niet in deze tijd van het jaar. Maar Rayen vond het altijd fijn om te weten wat er om hem heen gebeurde. Hoewel hij in het uit zijn voegen gebarsten Diepenbeek woonde was Rayen altijd al een fan geweest van kleine dorpjes op het platteland. De meeste van zijn schrijversvrienden woonden in grote steden op zoek naar verhalen, maar hij had zijn aandeel aan interessante personages en gebeurtenissen vaak gevonden in de kleine dorpen en gehuchten in de Demervallei, en ook aan de oevers van de Limburgse Maas...

Toen Frans klaar was met zijn ontbijt nam hij zijn bord en bestek mee naar de keuken waar hij Anna  aantrof die het avondeten aan het voorbereiden was.

“Ik ga wandelen,” zei hij. "Mag ik mijn spullen op de tafel in het café laten liggen?"

"Ja natuurlijk!" antwoordde Anna lachend.”Als het druk wordt kan ik nog altijd je spullen opruimen.”

“Verwacht je misschien veel volk? Misschien een bus met gepensioneerden?'

"Nee, dat wel niet. Misschien over drie of vier maanden, als ik geluk heb. Veel plezier met je wandeling, lieve neef. En trek je jas aan. Het is koud vandaag. De noordenwind, weet je... We moeten ons er goed tegen beschermen.”

Anna had gelijk. Het was echt koud. Het was een stiekeme koude herfstdag. Maar hij was aardig op zijn eigen manier. Het groene gras werd dor, geel en bruin, de lucht was grijs en de bomen lieten hun laatste bladeren vallen. Om nog maar te zwijgen van de wind die over het water van de Schelde waaide en die wist te bijten. Maar Frans voelde zich goed. Hij zou zijn liefde voor deze tijd van het jaar nooit kunnen verklaren. Misschien was het wel omdat hij schrijver was. Het was het soort weer waarin je je naast een vuur goed voelde met werken aan een verhaal. Het hielp dat het eiland een gotische sfeer had die Frans in zijn teksten wilde vastleggen.
Hij dwaalde over de paden van het eiland, zwaaide naar twee mensen op de fiets. Een minuut lang liep hij over het kleine strand voordat de koude wind hem van het water wegjoeg. Ten slotte keerde hij terug naar de herberg waar hij Anna aantrof die bezorgd was over iets dat haar dwarszat.

"O Frans," zei ze, "Ik moet boodschappen doen in Breskens. Mag ik je vragen hier een oogje in het zeil te houden totdat ik terugkom? Ik verwacht niet veel mensen, maar je weet maar nooit. Als er klanten kom, je weet wel hoe je goed voor ze moet zorgen, niet?"

"Natuurlijk. Neem je tijd maar in Breskens."

“Bedankt. Bedien jezelf met alles. Er is verse koffie en ik heb net pompoensoep gemaakt.”

“Ik red me wel,” zei Frans. "Maak je geen zorgen, doe maar rustig aan."

Anna ging weg en Frans had het café voor zichzelf. Hoewel hij zijn nicht meer zakelijk succes wenste was het verlaten café eigenlijk de perfecte plek om te schrijven. Het vuur knetterde in de open haard en er was absolute stilte... Frans ging aan de hoektafel zitten met een notitieboekje en zijn Sheaffer vulpen om te proberen een nieuwe passage te schrijven. Natuurlijk hielp de absolute rust en kalmte. Geconcentreerd was hij wel, maar werd hij werd van zijn werk afgeleid toen de bel aan de deur ging. Frans verwachtte Anna weer te zien verschijnen, maar het was een jonge vrouw die in het café naar binnen was gekomen.

“Hallo, meneer” zei ze een beetje verward. “Ik dacht dat dit het café van Anna was. Zit ik op de verkeerde plek?"

"Nee, nee, het is hier, geen probleem," stelde Frans haar gerust. "Anna is niet hier. Kan ik iets voor je halen?"

"Nee, bedankt. Ik wacht rustig af tot de eigenares terugkomt."

“Heb je honger of heb je een kamer in de herberg nodig?” vroeg Frans.

“Ik denk dat die kamer wel kan wachten. Ik wilde Anna heel graag terugzien. Mag ik wat koffie?”

“Natuurlijk,” zei Frans en schonk haar een kopje in."Proost!" voegde hij eraan toe.

Er viel een schaduw over het gezicht van de jonge vrouw.

"Op mijn gezondheid?" vroeg ze met duidelijke bitterheid in haar stem. Ze nam haar koffie en ging aan een van de tafels zitten.

"Werk jij hier?" vroeg ze aan Frans.

"Nee, ik woon tijdelijk in de herberg."

"Woon je daar echt? In dit seizoen?" Ze leek verrast.

"Ja. Toen ik hier aankwam totdat ik een meer permanent verblijf kon vinden verwelkomde Anna me met open armen en schopte me er nooit uit. Ik denk dat ze het leuk vindt om iemand die ze kent in haar buurt te hebben in het laagseizoen."

“Dat geloof ik wel. Ik weet zeker dat ze van je gezelschap geniet.”

“Dus, je kent Anna?”

“Ja, dat mag ik wel zeggen. Ik heb haar erg goed gekend. Ik ben hier opgegroeid.”

“O ja? Goed. Dat moet fijn zijn geweest.”

“Ja... wel ja, voor het grootste deel. Wat doe jij voor de kost?”

"Excuseer, ik heb me nog niet voorgesteld. Ik ben Frans, Frans Rayen."

"Beatrix."

"Aangename kennismaking."

“Ook van mijn kant. Wat doe jij hier eigenlijk? Je lijkt niet op de vaste klanten die hier komen.”

"Moet ik dat positief opvatten?"

"Het hangt er van af."

“Dus, Beatrix, wat brengt jou naar hier?”

"Ik had wat werk afgemaakt en daarna wilde ik wat ontspannen en een uitstapje maken."

"Wat voor werk?"
 

"O, weet je, niets bijzonders, routinematige dingen. Wat kantoorwerk. Opruimen... Dat soort dingen. Wat ben je aan het doen?"

"Ik ben schrijver."

“Iemand van wie ik al heb gehoord?”

"Daar twijfel ik aan."

"Je weet maar nooit. Ik heb veel vrije tijd. Ik lees veel. Wat voor soort auteur ben jij?”

"Ik schrijf veel over mysteries. Het klinkt als thrillers, maar het is toch anders."

"Echt?"

"Ja."

"Kan je inspiratie halen uit de realiteit?"

"Ja en nee, soms. Maar ik schrijf vooral fictie.Ik probeer mijn verbeelding aan het werk te zetten."

“Wat ben je aan het schrijven? Een boek? Een artikel? Of een kortverhaal? Laat me raden: klassieke poëzie?”

“Hahaha, Beatrix! Ik heb poëzie geschreven, maar die was zo slecht dat mijn Lamy-pen daarna ging staken.”

“Was je aan het werk toen ik binnenkwam?”

“Een beetje, ja. Ik werkte aan een nieuw boek.”

“'Nieuw boek? Dus er zijn nog andere boeken?”

"Ja."

“En die boeken, had ik ze in een bibliotheek kunnen tegenkomen?”

"Misschien."

“Je gaat me echt doen zweten om meer aan de weet te komen, nietwaar?”

“Je moet begrijpen, Beatrix, er zijn hier niet veel mensen om mee te praten. Ik moet ons gesprek zo interessant mogelijk maken, en het een beetje rekken."

“Denk je dat je hulp nodig hebt om interessant te zijn?” vroeg ze glimlachend. “Ik betwijfel of je de steun van iemand nodig hebt,” zei ze. “Noem me nu eens een van je boeken.”

Frans noemde er een voor haar. Terwijl hij dat deed voelde hij plots dat het kouder werd in de gelagzaal. Hij controleerde het vuur in de open haard, maar het was nog steeds gloeiend heet. Beatrix zei, nadat ze even had nagedacht

“Die titel heb ik al gehoord.”

"Echt waar?"

"Ja, echt. Je bent niet zomaar iemand, maar een gerenommeerd auteur."

"Amper."

"Maakt u een grapje, meneer Rayen? U schreef "Geesten in Zonhoven", "De milde Winter", "Gevaarlijke Poppen", en niet te vergeten "In het behekste Woud." Dat laatste is een van de beste boeken dat ik ooit gelezen heb. Er waren plotse wendingen in de intrige van het verhaal die me soms stoorden. Een geweldig boek, niettegenstaande dat!"

"Kom, Beatrix, nu geef je me gewoon een compliment dat ik niet verdien."

“Asjeblieft! Je verdient het, echt! Als ik had geweten dat hier een geweldige auteur was ondergedoken had ik veel eerder terug kunnen komen.”

"Echt? Waarom?"

"Ik laat je fantasie dit afhandelen!" zei Beatrix met een knipoog.

Frans voelde zich ineens beter. Nu was de gelagkamer plots weer warmer.

“Nu begrijp ik wat je hier doet,” zei Beatrix. “Je bent op zoek naar inspiratie voor verhalen. Naar mysteries. Wel, ik heb een mysterie dat ik je zelf zal laten ontdekken.”

Hoe mysterieus was die vage aankondiging van Beatrix wel niet! Frans Rayen zat daar en probeerde erachter te komen of het een toespeling was of niet. Plots kwam Anna terug van haar boodschappen in Breskens.

“Bedankt dat je een oogje hebt gehouden op de winkel, lieve neef,” zei ze. "O, wie is dat?" vroeg ze toen ze de vrouw aan de tafel zag zitten."O mijn God! Beatrix..."

Anna liet de tassen met de boodschappen vallen. Verschillende glazen bokalen vielen kapot op de grond. Anna keek Frans aan en zei hem met een stem vol emotie:

"Ik zei toch dat ik een geheim had."

Toen werd Frans alles duidelijk. Anna had een dochter gehad die Beatrix heette. Het lichaam van die jonge vrouw werd drie jaar geleden gevonden in de inham van de Verdronken Zwarte Polder. Beatrix was daar verdronken toen haar kajak omsloeg.

Toen hij erover nadacht kreeg Frans Rayen tranen in zijn ogen.
“Ik heb altijd al een spookverhaal willen schrijven…” was het enige wat hij kon zeggen tegen Anna.

Toen hij naar haar verdronken dochter wilde kijken, was Beatrix verdwenen, maar haar koffiekopje was leeg.

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: August 18, 2021

© Copyright 2022 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Mystery and Crime Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance