Laat Vallen !

Reads: 127  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Jacot Patrijns is ten einde raad. Hij kan de situatie waarin hij zit niet meer aan, en is een zenuwinzinking nabij. Nochtans heeft hij zichzelf voor een stuk in nesten gewerkt met vrouwen achterna te zitten. Hoe gaat hij zich hieruit redden?

Laat Vallen !

door Bruno Roggen
 

Verwittiging:
 
Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


Jacot Patrijns stond op het punt om aan alles de brui te geven. Zo kon het niet langer verder! Hij praatte erover met zijn vrouw Denise. Alles zei hij haar wel niet, dat was veel te riskant. Ze zou dan bekwaam zijn om hem met de koekenpan op zijn hoofd te timmeren. Of Denise dat intuïtief aanvoelde? Mogelijk. In elk geval, zij luisterde maar met een half oor naar hem. Jacot had altijd wel wat om over te klagen.
 

Zijn oudere broer Frank die in Scherpenheuvel woonde en ingenieur was bij Proximus was wel bereid om met volle aandacht naar hem te luisteren. Toen Jacot al zijn problemen uit de doeken had gedaan, behalve één, probeerde Frank hem te troosten:
 

“Het onderwijs is tegenwoordig niet meer wat het geweest is! Vroeger hadden leerlingen en ouders respect voor leerkrachten. In de klassen heersten, over het algemeen, orde en discipline. Er zijn zeker elitescholen waar dat nog steeds het geval is, en waar daardoor onderwijs van uitstekende kwaliteit wordt afgeleverd. Jammer genoeg is dat laatste voor jou in het Instituut van de Hemelse Voorzichtigheid in Diesberg niet meer het geval. Stilaan is daar, net als in zoveel andere scholen, de onderwijskwaliteit naar een nauwelijks nog aanvaardbaar niveau afgegleden. Stilte tijdens de meeste lessen is in jouw instituut, en in bijna alle  andere ook, iets dat behoort tot de prehistorie, om het zo maar te zeggen. De leerlingen generen zich niet om constant half luidop te praten in volle les als het onderwezen vak ze niet interesseert, ofwel als de leerkracht hun niet aanstaat. In dat laatste geval moet dan de lesgever zijn of haar stem forceren om toch nog enigszins leerinhoud door te geven. Niet te verwonderen dat een hoop jonge leerkrachten na vijf jaar of minder het onderwijs de rug toekeren en een baan zoeken die minder stresserend is!”
 

Het was allemaal waar wat Frank Patrijns zei tegen zijn jongere  broer Jacot, maar het zette geen zoden aan de dijk en voor Jacot was het maar een magere troost. Een echte oplossing voor zijn problemen kon broer Frank hem ook niet aanreiken...
 

In de Hemelse Voorzichtigheid ging het niet goed met Jacot Patrijns. Hij was leraar Godsdienst in de derde graad, en zijn vak interesseerde de leerlingen geen ene moer. Zijn stem leed er onder, en hij had die nodig. Immers, hij was gitarist en zanger in een folkbandje dat ‘Bark Mellow Band’ heette. Dat trio trad regelmatig op in de weekends. Het was tamelijk succesvol, voornamelijk in Vlaams Brabant, maar ook in het westen van Limburg, in de omgeving van Halen, Meldert, Lummen en Herk-de-Stad.
 

Daarom was voor Jacot Patrijns de maat vol. Hij voelde dat hij op het randje van een burnout stond. Zijn baan als godsdienstleraar met onhandelbare leerlingen was hem stilaan gek aan het maken. Maar het was dat niet alleen. Jacot zag de vrouwen graag en daardoor had hij zich in het Instituut van de Hemelse Voorzichtigheid in nesten gewerkt. Hij was wel getrouwd, maar zijn zin in andere vrouwen had hem ertoe gebracht zijn gelofte van huwelijkstrouw te vergeten.

Zijn allereerste maîtresse op zijn school was Anita Thonissen, maar ook die was hij na een relatie van iets meer dan twee jaar niet trouw gebleven. Een lesbische lerares wiskunde die ook wel eens af een toe een potente man wou proeven, Cathy Tits, was op school zijn tweede verovering. Met haar ging hij ook regelmatig naar bed, maar niet zo vaak als met Anita Thonissen. Anita bleef zijn eerste keuze, hoewel hij haar niet altijd op haar wenken kon bedienen als zij zin had om met Jacot ergens een kamer te huren.
 

Het beterde er niet op toen Clara Elsen, de algemene directrice van de Hemelse Voorzichtigheid, lucht kreeg van de seksuele fratsen en esbattementen van Patrijns. Op een school is het zo goed als onmogelijk om zoiets geheim te houden. Op elke school zijn er gefrustreerde jaloerse mensen die de zon niet in het water kunnen zien schijnen. Dan zijn er ook nog harpijen die altijd rondom zich spieden en aan wie niets ontgaat.
Dat er op die manier een roddelcircuit ontstaat is onvermijdelijk. Dat gebeurde ook bij de Hemelse Voorzichtigheid. Het kwam de algemene directrice, Clara Elsen, ter ore dat bepaalde van haar personeelsleden een scheve schaats reden. Waarmee Patrijns bezig was werd haar bevestigd door Cathy Tits, want zij was een nicht van de directrice. Beschaamd om aan Elsen te vertellen dat Patrijns ook geregeld met haar de liefde bedreef was Tits niet. Directrice Elsen was gescheiden, en ook wel geïnteresseerd om Jacot Patrijns intiem beter te leren kennen na de lofrede die Cathy Tits over zijn seksuele prestaties had afgestoken.

 

Getrouwd, en dan nog eens drie andere vrouwen moeten tevreden stellen… Het was een erg zware opdracht. Jacot vermagerde dat je het zag, van dag tot dag, zowel door de zorgen als door de lichamelijke prestaties die hij moest leveren om Anita, Cathy en Clara te voldoen.
Vooral Anita Thonissen, de ‘maîtresse en titre’ van Patrijns was volstrekt ontevreden over de frekwentie waarop Jacot nog met haar van bil ging. Met één keer per maand was zij absoluut niet tevreden, en soms lukte het Patrijns niet eens om dat ritme met haar aan te houden.

Hij voelde dat waarmee hij bezig was niet vol te houden was. Vroeg of laat zou dat tot een complete burnout leiden, een instorting, een zenuwinzinking, zo niet nog erger. Het was niet ondenkbaar dat de gecompliceerde situatie, zowel op beroeps- als op amoureus gebied, hem wel eens in complete waanzin zou kunnen doen wegzinken. Het beeld dat ze hem kwamen halen met de witte paardjes om hem in een dwangbuis naar Lovenjoel, Geel of Ziekeren te brengen dook vaker en vaker op in Patrijns zijn woelige dromen...
 

Dus, ten einde raad, nam Jacot Patrijns de vork bij de steel en zocht een oplossing voor zijn steeds erger wordende depressieve toestand. Hij probeerde yoga en meditatie, wat een beetje hielp, maar hij was nog steeds zenuwachtig en depressief. De meeste dagen werd hij wakker met een gevoel van angst. Voor zijn vrouw en zijn twee kinderen probeerde hij dat te verbergen. Nochtans, de manier waarop Denise Luyckx haar echtgenoot bekeek sprak boekdelen. Zij vermoedde wel dat Jacot ernstige problemen had. Dat het met vrouwen te maken had, dat kwam niet bij haar op. Haar man was immers leraar katholieke godsdienst, en dus geacht zich te houden aan de voorschriften van de christelijke moraal inzake huwelijkstrouw. Ook als ze soms al eens twijfels had gehad in het verleden als Jacot toch wel erg laat thuiskwam na een optreden van de Bark Mellow Band wuifde Denise haar verdenkingen weg. Ze wou het gewoon niet weten. Denise dacht eerder dat haar man niet meer leven kon met de uiterst moeilijke situatie waarmee hij te maken had in de klas tijdens zijn lessen.
 

Jacot dwong zichzelf om zijn dag als leraar godsdienst in het Instituut van de Hemelse Voorzichtigheid door te komen. Als hij 's avonds thuis was verzette hij zijn gedachten door gedachteloos op zijn gitaar te tokkelen, urenlang naar Netflix te kijken en door foto's heen te scrollen op Instagram. Hij wilde zich niet meer opgejaagd voelen door brutale respectloze leerlingen en drie hitsige vrouwen, en zeker niet meer ongelukkig zijn. Hij wist alleen niet hoe hij dat moest aanleggen...
 

Toen stuitte Jacot puur per toeval in de Openbare Bibliotheek van Diest in de Grauwzustersstraat op het boek “Laat Vallen!” Als ondertitel had het: “De Lichtende Weg naar Innerlijke Vrede”. De schrijver van het werk was Gerhart Gärtner, een selfmade filosoof en goeroe. ‘Gerhart Gärtner’ was geen Duitser, zoals zijn naam misschien doet vermoeden, maar een soort zonderling afkomstig uit Alken. Zijn echte naam was Geert Vandenhove, maar die gebruikte hij niet als filosoof en schrijver omdat die naam te banaal klonk. In elk geval, ‘Gärtner’ was één van de voormalige oprichters en de oppergoeroe van een commune die afstand had gedaan van alle wereldse en materiële gemakken. In uitgegraven holen onder de grond van het Joekelbos in de Duinengordel van het Nationaal Park Hoge Kempen waren ze gaan wonen. Erg lang had die commune niet bestaan, maar iets minder dan drie jaar. Zoals dat praktisch overal het geval was ging ze ten onder aan naijver en jaloezie tussen de leden die lustig aan partnerruil deden en van wie er weinig bereid waren de handen uit de mouwen te steken als het in hun boscommune op werken aankwam. De ondergrondse woningen verloederden en de moestuinen werden overwoekerd door onkruid. Er werden kinderen geboren van wie niemand kon zeggen wie de vader was, ook al kon men in vele gevallen er wel iets op verwedden dat het Gerhart Gärtner zelf wel zou zijn… Ook was het gebrek aan fundamenteel comfort velen van de holenmensen koud op de maag gevallen. Vooral vrouwen hadden het daar moeilijk mee omdat ze te weinig aandacht konden besteden aan hun persoonlijke hygiëne, hun lichaamsverzorging en hun opmaak in het algemeen. Ook waren de ondergrondse verblijven erg vochtig en dat veroorzaakte veel gewrichtsproblemen, in dit geval vooral bij mannen. Lumbago, sciatiek, zelfs reuma deden zich veel meer voor dan in de doorsnee bevolking.
 

Uiteindelijk was alleen Gärtner overgebleven in zijn hol onder de grond. Hij gebruikte dat alleen om de nacht door te brengen en erin te schuilen bij regen en ontij. Voor de rest leefde hij in volle natuur en probeerde zoveel mogelijk planten, bessen, paddenstoelen, boomvruchten en andere natuurproducten als voeding te gebruiken. Hij was eigenlijk een echte ‘veganist avant la lettre’, beweerde hij zelf. Dat hij geregeld een konijntje dat vast raakte in een van zijn koperen stroppen op een houtvuurtje bakte, of een bosduif uit een boom schoot met een katapult en die eveneens smakelijk verorberde, dat verzweeg Gärtner wijselijk voor de buitenwereld.
 

Gärtner beweerde dat hij niets bezat, of toch bijna niets, behalve een strozak, het allernoodzakelijkste gerei om te overleven en de kleren op zijn lijf. Niet dat Gerhart echt iets te kort kwam. Bezoekers uit heel Vlaanderen en zelfs een deel van Nederland brachten hem vaak geschenken, zoals een kussen, tijdschriften en boeken over de natuur en veganisme, een zelf gebreide sjaal met geassorteerde muts en handschoenen, een kookpot, zelfs een comfortabele matras... Die materiële dingen nam Gerhart aan, maar gaf ze later weg. Hij beweerde geen echte inkomsten te hebben. Hij zei dat hij er niet meer op uit was om mensen rondom zich te hebben, en dat hij geen bezittingen, herinneringen of zelfs gevoelens koesterde. Vreugde, natuurbeleving en innerlijke vrede waren, beweerde Gärtner, neveneffecten van leegte in zichzelf. Het volledig verwijderen van alles wat met gevoelens te maken had, enigszins in de trant van de Griekse Stoïcijnen, bracht de mens de allergrootste voldoening...
 

“Is die vent nog wel goed wijs? Hij klinkt als een gek,” zei Jacots minnares Anita Thonissen toen hij haar na het bedrijven van de liefde in het motel Zwarte Ring vertelde over het boek van Gärtner.

“Wat is er heerlijker dan in elkaars armen te liggen en seks te hebben, al is het op een kleine gehuurde kamer met een ongerieflijk bed zoals in de Drive In in Halen?”
 

Maar Jacot Patrijns reageerde niet op haar opmerking. Hij raakte geobsedeerd door Gärtner en de leringen en raadgevingen in “Laat Vallen!”. Jacot probeerde het voorbeeld van Gärtner te volgen en begon "het Overbodige, het Onnodige, het On-Jij” uit te roeien. Hij verkocht veel van zijn spullen, of gaf ze weg. Hij liet hobby's varen, schroefde zijn doelstellingen naar beneden en liet stilaan zijn vriendinnen los. Opdat ze niet zouden aandringen dat hij nog met ze naar bed zou gaan wendde hij een hardnekkige bacteriële blaasontsteking voor waarvan zijn huisarts gezegd had dat hij door uitwisseling van lichaamsvochten ook seksuele partners daarmee kon besmetten… Toen zowel Anita Thonissen als Clara Elsen hem deden opmerken dat de liefde bedrijven met een condoom hen geenszins stoorde vond Jacot weer een ander excuus: condooms waren behandeld met een soort talk om het dunne rubber soepel en scheurvrij te houden. Zijn geslachtsorgaan was daar allergisch voor, beweerde hij. Zijn eikel werd dan zo goed als ongevoelig, jeukte verschrikkelijk en voelde branderig aan, en daar was geen kruid tegen gewassen. Dat leugentje om bestwil slikten Anita en Clara, en voorlopig vielen ze Jacot dan ook niet meer lastig om ze te geven wat ze erg graag hadden…
 

Patrijns stopte met TV kijken, de krant, stripverhalen en boeken te lezen, zodat hij rustig kon gaan zitten en nadenken. Hij zegde alle sociale verplichtingen af. Optreden met de Bark Mellow Band deed hij ook niet meer. In plaats daarvan genoot Jacot van de stilte van 'het Gewoon Zijn', zoals Gärtner het in zijn boek noemde. Hij gaf zelfs zijn iPhone op en annuleerde zijn abonnement bij Proximus.
 

Na enkele weken in bijna stilte leende hij de laptop van zijn vrouw om uit te zoeken hoe hij per trein en/of bus vanuit Diesberg in het Joekelbos van het Nationaal Park Hoge Kempen kon geraken. Hij wou en zou Gerhart Gärtner daar in zijn wildernis en natuurlijke habitat ontmoeten.
 

Twee dagen later sjokte Jacot Patrijns na een onweer door de vochtige hitte in het bos naar een eenzaam hol in de verte. Een uitgemergelde, onverzorgde bebaarde oude man kwam uit het hol gekropen en begon zich uit te rekken. De man stopte daarmee toen hij Jacot Patrijns zag aangestapt komen. Hij ging voor de uitgeholde stam van een vermolmde boom op de grond zitten, keek naar zijn onverwachte bezoeker en zwaaide naar hem.
 

"Was het wel verstandig door het bos te lopen met dit onweer?" vroeg Gerhart Gärtner aan Jacot. “Op deze boom is voor enkele jaren de bliksem ingeslagen. Vanbinnen is hij helemaal uitgebrand, zoals je kan zien.”
 

"Jazeker, het onweer… Dat risico wou ik wel nemen," antwoordde Jacot al hijgend. “Ik heb een lange weg afgelegd om jou te zien.”
 

Jacot ging voor de asceet op zijn hurken zitten. Hij reikte in zijn reistas die op zijn schouder hing.
 

“Ik heb wat vegetarische stoemp met Brusselse spruiten en savooien kool voor je meegebracht in een doos van Tupperware. Ik heb gehoord dat je geen vlees eet, en vegetarisch eten beter en gezonder vindt."
 

Gerhart Gärtner legde zijn handen tegen elkaar en leunde naar voren.
"Bedankt, mijn vriend. Ik ben gek op Brusselse spruiten. Die in stoemp, en daar een goed glas Gueuze Lambic bij… Of een goed gekoelde Cristal Alken...”

 

Hij glimlachte. "Ik hoop dat je niet minder over me denkt. Wat ik zei klonk niet erg ascetisch."
 

"Oh nee," zei Jacot, "Ik ben ook dol op Brusselse spruiten. Maar in plaats van Gueuze of Cristal drink ik liever Diesterse Bruine."
 

Ze hadden plots elkaar gevonden, de ascetische goeroe en de wellustige leraar godsdienst. Oog in oog zaten ze daar in het bos met en tegenover elkaar, terwijl ze van elkaars aanwezigheid genoten. Jacot voelde een golf van opluchting door zich heen gaan. De ontmoeting met Gärtner bevestigde dat hij op de goede weg was.
 

“Ik heb je boek gelezen,” zei Jacot, om zijn aanwezigheid uit te leggen. “En ik heb bepaalde passages onderstreept en tot drie keer toe herlezen.”
 

"Vond je het interessant?"
 

"O ja! Het heeft mijn leven veranderd.”
 

Jacot Patrijns opende zijn armen, stak ze naar omhoog en keek naar de lucht.
 

"Jouw idee van ‘Laat vallen!’ heeft me vrij gemaakt van alle beslommeringen en vereisten van het moderne leven!"
 

"Dat is geweldig," zei Gärtner. "Het voelt goed, nietwaar?"
 

De tijd om daarop te antwoorden kreeg Jacot Patrijns niet. Ze draaiden zich allebei om bij het plotse geluid van naderende auto's. Drie zwarte jeeps stopten bij het hol van Gärtner. Een man in een T-shirt van Club Brugge en een spijkerbroek sprong uit de voorste en begon druk aan verschillende anderen aanwijzingen te geven.
 

“Stel daar de camera's op, pal tegenover het hol, terwijl wij nog voldoende licht hebben,” zei de man. “Geen kunstlicht hier. Dat zou afbreuk doen aan het project. Zorg er wel voor dat die lelijke rotte boom niet in beeld komt!”
 

Hij zwaaide naar Gärtner: "Goeie namiddag, Gerhart! Fijn om je in goede gezondheid terug te zien!"
 

Jacot Patrijns was verbluft door wat er gebeurde. Hij wendde zich tot Gärtner:
 

"Ben ik op een slecht moment gekomen?"
 

“Nee, nee, het is goed zo,’ stelde Gärtner hem gerust. "Negeer de camera's maar. VTM filmt een zesdelige serie over mijn leven. In het najaar zullen ze die uitzenden, één aflevering per week. Het zal een geweldige boost zijn voor mijn populariteit en de verkoop van mijn boek. Zeg eens, Jacot, als je wil kan je ook wel vertrekken? Echt nodig ben je niet bij de opnames. Maar je mag ook blijven, als je maar niet in de weg loopt.”
 

“Ik zou wel graag blijven,” zei Jacot. “Interessant om te zien hoe zo’n opnames gemaakt worden, denk ik. Die kans heb ik nog nooit gehad.”
 

Maar Jacot Patrijns loog een beetje. Uit een van de jeeps was een regieassistente met een clipboard onder haar arm gestapt. Dat was een wolk van een jonge vrouw, met alles erop en eraan. Ze deed Jacot een beetje denken aan een jongere uitgave van zijn maîtresse Anita Thonissen. Hij keek naar de assistente en likte zijn lippen. Dat had zij gezien, en ze deed hem na terwijl ze uitdagend naar Jacot glimlachte…
 

“Laat Vallen???” Die kans ging Jacot Patrijns in géén geval laten vallen!

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: September 17, 2021

© Copyright 2022 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance