Anne op de Boot

Reads: 23  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

Anne is zeventien, en dol op haar vader, maar niet op haar moeder en haar broertje, een nakomertje dat nog maar enkele maanden oud is. Haar grootste plezier bestaat erin om alleen met haar papa boottochtjes te maken op hun jacht...

Anne op de Boot


door Bruno Roggen

 


Verwittiging:
 
Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


Anne was zeventien. Over een maand ging ze achttien worden. Of ze echt gelukkig was wist ze zelf niet. Sommige dagen dacht ze van wel, op andere van niet. Misschien was ze zoals haar moeder Christine. Die was ook onderhevig aan die plotse veranderingen van humeur. In het verleden had zij al meer dan eens een depressie gehad. Dat zat precies in de familie. Mia, de moeder van Christine, Anne’s grootmoeder, had vroeger zelfs regelmatig aanvallen van neurasthenie gehad. Dan huilde die dagen aan een stuk. Zo erg was het met Christine nooit geweest, en met Anne evenmin. Nochtans hadden de mensen van het CLB na een schoolonderzoek toen Anne veertien was haar ouders gewaarschuwd: er was geestelijk iets aan de hand met hun dochter. Wat precies, dat moest een psychiater uitzoeken, een diagnose stellen en daarna de gepaste behandeling voorschrijven. Anne’s ouders hadden die waarschuwing naast zich neergelegd. Zo erg zou het wel allemaal niet zijn...
 

Erg goed voelde Anne zich wel niet toen haar vader voorstelde om een dag met de boot een tocht te gaan maken. Hij had zich voorgenomen naar Kwaadmechelen te varen en daar het Kanaal  Dessel-Kwaadmechelen op te varen omdat daar de natuur langs het water veel mooier en groener was dan langs het Albertkanaal. Dat was zijn plan voor die dag, maar natuurlijk mocht hij onderweg geen problemen krijgen met de boot.
 

De ‘Résistez’ lag in de jachthaven aan de Kempische Kaai in Hasselt. Het was een polyester jacht van bijna tien meter lang met een 6-cilinder Ford Lehman dieselmotor.  Die boot was gebouwd in de jaren ‘70 van de vorige eeuw. Frank Peleman had hem in de vroege jaren ‘90 afgekocht had van een psychiatrisch verpleger op het Nederlandse eiland Tholen. Geregeld viel die boot in panne, en Anne haar vader was niet genoeg technisch begaafd om de meeste van die pannes te herstellen. Maar dank zij vrienden die ook boten liggen hadden in de Hasseltse kanaalkom kreeg hij de Résistez toch telkens opnieuw varensklaar.
 

Maar, tant pis, Anne was vastbesloten dat niets die boottocht ging verbrodden. Van alle leuke dingen die papa altijd met haar had gedaan tijdens de zomervakantie waren de dagen die ze met hem op de boot doorbracht haar favoriet. Zelfs toen het jongetje nog in mama's buik zat had papa Anne beloofd dat ze toch zouden gaan varen. Soms was dat niet erg ver, van de Hasseltse jachthaven maar tot in Stokrooie of Viversel, of in de andere richting maar tot aan de sluis van Godsheide. Mama was nooit met hen meegekomen, en Anne durfde dat niet luidop tegen haar papa zeggen, maar eigenlijk vond ze dat stiekem leuk. Mama zou zich alleen druk hebben gemaakt over Anne's haar dat door de wind in de war raakte, en ze zou op het achterdek hebben gezeten met een koud drankje, er heel mooi uitzien, maar geen hand uitsteken en niemand helpen, net zomin als ze dat thuis deed...
 

Anne was haar rugzak aan het inpakken op de zwoele dag dat zij per fiets naar de Kanaalkom in Hasselt zou vertrekken, toen ze de jongen hoorde janken. Anne sloop zijn kinderkamer binnen. Hij schreeuwde in de wieg, zijn gezichtje stond rood en woedend. De deken die opa Joris indertijd aan Anne had gegeven toen ze nog een baby was, was om de mollige beentjes van de jongen gedraaid. Anne trok haar neus op toen ze rook dat de baby zich helemaal had bevuild. De jongen, de wieg en haar eigen speciale witte dekentje zaten vol met wat papa ‘stront’ noemde. Mama wou niet dat ze dat woord gebruikten. Het klonk, volgens haar, te vulgair, net als ‘kont’ ‘pissen’, ‘kakken’, en nog meer, allemaal woorden die papa ongegeneerd gebruikte.
 

Anne reikte in de wieg, voorzichtig om niets van de stinkende rotzooi aan te raken. De baby pauzeerde in zijn driftbui om naar haar op te kijken. Toen een glimlach zijn zachtroze gezicht opfleurde, besefte Anne opeens dat ze hem meer dan wat dan ook haatte. Ze glimlachte terug, trok de deken weg van zijn borst en kneep kalm in zijn kleine tepel met twee scherpe vingernagels. De baby keek geschokt, voelde de plotse pijn, en toen begon het gehuil opnieuw. Anne liet zijn tepeltje los en verliet de kinderkamer met een bredere glimlach op haar gezicht dan voorheen.
 

Frank Peleman was al op de boot toen Anne per fiets aankwam bij de steiger aan het Volkstehuis waar de Résistez aangemeerd lag.
 

"Hallo, matroos!" riep papa op haar vanaf de boot. Hij reikte haar de hand en hielp haar aan boord. Anne hadt papa het liefst zo, in een door de zon afgeschoten t-shirt met de zeilboten van Eric Tabarly erop en een verschoten spijkerbroek in plaats van in de geklede pakken en serieuze stropdassen die hij de hele week droeg als hij moest gaan werken. Die man met de geklede kostuums, die was van mama. Mama streek 's ochtends altijd die doffe stropdassen glad en ging met haar perfect roze lippen over zijn gladgeschoren gezicht voordat hij naar zijn werk ging op het kantoor van het bisdom op het Vrijwilligersplein. Maar deze papa, met donkere baardstoppels en gebruinde armen, die was alleen van Anne...
 

Anne daalde langs het kleine trapje af in de boot om haar rugzak op te bergen, maar ze kwam plots tot stilstand toen ze mama op de rand van het bed in de voorboeg zag zitten, kirrend naar de baby die aan haar naakte borst lag. De melkdronken ogen van de jongen vonden die van Anne en haar maag keerde zich om door de onschuldige zelfvoldaanheid op zijn gezicht.
 

"Wat doe jij hier?" vroeg Anne botweg.
 

"Papa dacht dat het misschien leuk zou zijn voor ons allemaal om vandaag op het kanaal te gaan varen." zei mama.
 

Anne geloofde haar niet. Papa wist dat boottijd alleen voor hen was, voor hemzelf en voor Anne, en de baby zou nog meer in de weg zitten dan mama!
 

Anne deed een stap achteruit en liep achteruit tegen papa aan, die in de kleine deuropening van de kajuit stond en mama en de baby zo liefdevol aankeek dat Anne er ziek van werd.
 

“Ik ga mijn jongen in het vervolg niet meer thuis laten als we op het water zijn, Anneke! Trouwens, volgend jaar ga jij de hele zomer weg zijn met de Chiro, op vergaderingen, uitstappen, en op kamp. Dus ik heb iemand nodig als mijn nieuwe eerste stuurman. Daarvoor moet ik je broer opleiden. Is dat niet zo, kleine jongen?”
 

Papa duwde Anne opzij en tilde de baby op. Die giechelde verrukt toen papa met hem terug het trapje opging en zich terugtrok uit de kajuit. Anne volgde hem, en plots had ze het erg koud in de voormiddagzon. Mama legde een hand op haar schouder en leidde haar weg van het stuur en van papa.
 

"Kom eens hier, juffrouw," zei mama. "Laat me eens kijken naar dat haar van je dat helemaal in de war is."
 

Vanaf het moment dat zij en papa de boot losmaakten en afmeerden ging voor Anne alles mis. Anne moest toekijken hoe papa de jongen ronddroeg op hun boot droeg terwijl hij wees op de verschillende apparaten, de uitrusting, en tot de touwen toe. Hij liet hem zelfs doen alsof hij stuurde, zoals hij altijd deed bij Anne vroeger. Op het achterdek keek ze toe. Ze zat somber stil voor zich uit te staren naar papa en die snotaap terwijl mama een borstel door haar verwarde haar haalde.
 

Mama kende niets van boten, en daarover meer te weten interesseerde haar geen zier. Ze keek boos toen papa zich bukte om haar te kussen en ze zijn ruwe huid tegen de hare voelde. Ze protesteerde en klaagde dat hij zich moest scheren.
 

Voor één keer was er niets aan de hand met de Résistez. De motor draaide perfect, bijna zoals een Zwitsers horloge. Met de koeling was er geen enkel probleem. Wel had Anne de wierpot voordat ze afvoeren goed schoongemaakt.
 

De ochtend ging over in een zinderende middag. Eens weg van het Albertkanaal en voorbij Kwaadmechelen legde papa aan op een mooi plaatsje waar bomen schaduw wierpen over het water. Het was warm, en Anne had zin om te gaan zwemmen. Mama stond erop dat ze dat niet deed. Ze zou haar pas gekamde haar weer verpesten door te gaan zwemmen.
 

Dat viel Anne tegen, maar dat niet alleen. Zelfs het middageten was niet goed. Normaal gesproken zouden papa en Anne als ze alleen waren pistolets met charcuterie en kaas delen, ergens aan de kant in de lommer, in kleermakerszit op een deken. Mama wou dat niet. Met z'n drieën bleven ze op de achterplecht van de boot zitten voor een maaltijd van kip, appelcompote en gekookte aardappelen die mama had klaargemaakt op het tweepits gasvuurtje in de kleine kombuis van de boot. Echt gezellig was dat middagmaal niet. Mama kloeg dat ze het koud had, dat ze bang was voor de wespen die op de frisdrank afkwamen en dat er ook muggen zaten die venijnig staken... De baby was in ieder geval in de hut te slapen gelegd. Die had geen last van de echte of ingebeelde insecten.
 

Na het middageten vatten ze de tocht terug naar Hasselt aan. Anne mocht de boot sturen, maar harder dan acht knopen mocht ze niet varen van papa. Mama en papa brachten het grootste deel van de namiddag door met praten. Ze zaten op de achterplecht, hand in hand en nipten aan gekoelde witte wijn die mama in een elektrische frigobox had meegebracht.
 

Toen ze ter hoogte van Stokrooie waren gaf Anne het sturen op. Papa nam over. De zon ging onder en Anne ging terug het trapje af, de kajuit in. De jongen lag heerlijk te slapen in een reiswieg aan het voeteneinde van het bed in de punt van de boot. Anne staarde naar zijn perfecte gezicht terwijl de klanken van mama's zilveren lach vanaf het achterdek de kajuit in dreven.
 

Eigenlijk had Anne gelukkig en tevreden moeten zijn met de mooie boottocht bij goed weer. Maar dat was ze niet. Dit klopte niet. Ze was nu al weken braaf en voorbeeldig geweest, ze had zich beheerst, geen driftbuien gehad, niets in huis stukgeslagen... Deze keer met papa weg met de boot zou haar beloning zijn geweest. Papa had zelf gezegd dat dit haar laatste zomer thuis zou zijn. Dat had de jongen haar ook afgenomen...
 

Nee, dit klopte helemaal niet. Anne hurkte naast de reiswieg en probeerde te bedenken hoe ze de jongen het beste pijn kon doen. Maar dat ging zo maar niet. Als ze hem kneep of schudde, zou hij alleen maar wakker worden, beginnen te schreeuwen en alles bederven. Het enige wat hij deed was altijd alles voor haar verpesten.
 

Annie stond op het punt de kajuit te verlaten en tegen papa te gaan jammeren dat hun speciale tijd samen op boot zo slecht was afgelopen. Toen hoorde ze de zachte golven tegen de zijkant van de boot. Ze tuurde door het raam van de kajuit naar de paarse lucht en het inktzwarte water. Ze luisterde naar haar ouders, maar mama giechelde niet meer en papa ademde zwaar alsof hij hard gelopen had, maar waarschijnlijk had hij teveel wijn gedronken. Of waren ze beginnen vrijen? Anne bloosde, niet zeker van wat ze aan het doen waren, maar ze wist dat ze niet moest luisteren. Ze keek weer naar de baby en nam een besluit.
 

Een van zijn vuistjes krulde zich in haar haar toen ze hem uit de reiswieg haalde en hem door het luik boven de spits op de voorplecht legde. Zij ging op de brits staan en kroop door het luik naar buiten. In alle stilte en zwijgend droeg ze de baby naar de zijkant van de voorplecht. Even bleef ze daar staan en hield haar adem in. Maar ze diende zich niet ongerust te maken. Haar ouders leken hoe dan ook met iets anders bezig.
Anne zette de jongen op een rol touw. Daarbij liet ze hem bijna vallen. Ze hield zijn blote enkel vast om te voorkomen dat hij van het touw af zou vallen, op het voordek neer zou smakken en haar ouders alarmeerde met zijn gekrijs.
De jongen werd wakker en keek Anne wazig aan terwijl ze hem aan zijn enkel omhoog trok en hem op de zijkant van de boot zette. Hij glimlachte weer naar haar en reikte naar haar met zijn plakkerige handjes. Anna grijnsde naar hem en duwde hem zachtjes over de rand van de boot. Er was een kleine plons te horen, maar het geluid van de dieselmotor overstemde die.

 

De jongen gleed weg onder het zwarte water van het kanaal zonder ook maar een kik te geven. Anne zuchtte van opluchting bij het geluid van zijn kleine lichaam dat even tegen de onderkant van de boot sloeg. Zij wachtte tot hij weer even naar boven kwam en toen voorgoed onder het wateroppervlak verdween...
 

Het was nu zo goed als donker. Anne glimlachte naar de eerste sterren. Nu wist ze zeker dat ze nooit meer met hem rekening zou hoeven te houden. Van nu af zouden zij en papa op de boot alleen zijn.

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: September 29, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Horror Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance