Kat en Kraai

Reads: 28  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

Door de overstromingen in de maand juli is het huisje van een oude man niet meer bewoonbaar. Langs het OCMW om komt hij aan een sociaal appartement in een omgeving die voor hem totaal vreemd is...

Kat en Kraai


door Bruno Roggen


Verwittiging:
 
Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


Na de grote overstromingen in de zomer waren heel veel mensen dakloos geworden. François Pierson was daarom geen uitzondering. Zijn huisje in Verviers waar hij al meer dan veertig jaar woonde had niet weerstaan aan het woeste water van de Vesder. Maar al bij al had hij geluk gehad. Hij leefde nog, en veel was zijn inboedel toch niet waard. Buren waren ook zo vriendelijk geweest om met een aanhangwagen net op tijd zijn kostbaarste bezit, een Sarolea oldtimer motorfiets, naar een garage te brengen aan de sporthal van Andrimont. Die lag hoger en tot daar was de overstroming van de Vesder niet geraakt.


Pierson had geen familie meer. Zijn vrouw was twaalf jaar daarvoor overleden, en kinderen hadden ze niet gehad. Zelf dacht François dat hij wel door het OCMW in een verzorgingstehuis zou gestopt worden. Maar dat gebeurde niet. Hoewel Pierson al 76 jaar oud was kreeg hij een sociaal appartementje met één slaapkamer toegewezen. Het lag in een oud herenhuis waarvan in de jaren ‘90 drie kleine appartementen en nog twee studio’s waren gemaakt. Erg comfortabel was die woonst niet. Er was geen lift, en in de ramen zat maar enkel glas. Het had wel het voordeel dat het al bemeubeld was, dus dat was voor François al een belangrijke zorg minder.
 

Buiten het gebrek aan een lift en aan degelijke isolatie was er en ander nadeel: het appartement lag niet in Verviers of in de onmiddellijke omgeving, maar in Soumagne, dicht bij het Provinciaal Domein van Wégimont. In die streek kende François Pierson niemand, maar op zijn leeftijd was hij zo wijs om de dingen te nemen zoals ze op hem af kwamen. Hij probeerde zich zo snel mogelijk in zijn nieuwe omgeving te integreren. Al te goed lukte hem dat niet. Waar hij woonde was de omgeving maar dun bevolkt. De schaarse mensen die rondom hem woonden hadden hun eigen leven. Ze namen niet de tijd om zich bezig te houden met die vreemde oude man die plots in hun midden was gedropt. De enige met wie François af en toe een kort praatje sloeg was Louis, de facteur die instond voor de postbedeling in Wégimont.


Even vond François het gebrek aan sociaal contact wel jammer, maar toch niet erg lang. Hij had een klein TV-toestel en daar keek hij enkele uren per dag naar ontspanningsprogramma’s en ook wel naar thrillers. Horrorfilms hadden daarbij zijn voorkeur. Voor de rest zat hij vaak voor het raam en speurde vanaf de eerste verdieping de omgeving af. Veel was er niet te zien, maar ook dat vond François niet erg.


Op een dag zag hij een rosse kat die voortdurend ronddwaalde voor het appartementsgebouw. Een paar dagen lang draaide ze hongerig rond de vuilniscontainers. Ze herinnerde François aan de poezen waarmee hij bij hem thuis in Verviers als kind was opgegroeid. Alleen, deze zag er wilder uit. Het zou wel een straatkat zijn, dacht François. Maar of het een straatkat was of niet, hij kon het niet over zijn hart krijgen om het dier te zien verhongeren. Daarom besliste hij elke dag buiten een bordje te zetten met tonijn uit een blik.
 

En inderdaad, in de loop van de volgende dagen was de tonijn telkens opnieuw verdwenen en het bordje zelfs schoongelikt. Op het de rosse kat was die de tonijn verorberd had, of een ander dier, misschien ratten, of vogels? Om zeker te zien hield François een paar dagen lang het bordje met tonijn in het oog. Het zag al na een half uur dat het  toch de rosse kat was die zich aan de ingeblikte vis te goed deed.
 

Op een dag belde facteur Louis aan. Hij had een aangetekende brief van het OCMW van Soumagne bij voor François. Die deed Louis naar boven komen. Op het moment dat François de deur van zijn flat opendeed om de postbode te woord te staan kwam de kat de trap op gerend en liep langs de benen van de twee mannen naar binnen in de mijn flat.
 

“Ze is me gewoon gevolgd,” zei de facteur. “Ik heb nog geprobeerd haar weg te jagen, maar dat is me niet gelukt.”
 

Nadat Pierson getekend had voor ontvangst van het aangetekend schrijven en de postbode klaar stond om zijn ronde verder zette liet François de kat uit, maar niet voordat hij ze een beetje had geaaid.
 

"Als je ze blijft voeren, krijg je ze nooit weg." zei de postbode.
 

Daar had de man gelijk in. Telkens François zijn deur opendeed lag de rosse kat precies op de loer. Ze leek blij hem te zien en kwam naar hem toe rennen. Zo nam François Pierson de gewoonte aan om voor de kat niet alleen tonijn in blik te kopen, maar ook wat lekkers. Om haar nog meer te verwennen kocht hij geregeld de dure producten van Royal Canin.
 

François Pierson had maar een bescheiden inkomen. Toch vond hij dat de kat zijn eenzaam leven veranderd had, en dat zij het waard was dat hij geld voor haar uitgaf. Hij voelde zich nu niet meer zo alleen, dankzij zijn nieuwe vriendin, en een beetje gelukkig ook wel.
 

Dat duurde totdat totaal onverwacht de kraaien kwamen. Pierson merkte ze op toen hij van tijd tot tijd terug naar huis liep na een wandeling in het Provinciaal Domein van Wégimont. Ze streken neer op de daken van de huizen. Maar ze maakten geen geluid. Ze staarden François gewoon aan.
 

Op een dag liep hij terug naar zijn flat toen hij merkte dat hij op straat over lichamen moest stappen. Eerst dacht hij dat het dronkaards waren, of misschien gedrogeerden in een roes. Toen viel het hem op dat de kraaien op hen landden, en in ze pikten. En tot zijn ontzetting stelde Pierson nog iets anders vast: die liggende mensen ademden niet.
 

Plots vloog er een kraai vloog naar hem toe, en ze krabde en pikte hem. Zo snel zijn oude benen het hem toelieten rende François naar huis. Eens in zijn flat binnen deed hij de deur op slot. Hij zat helemaal ontdaan op de oude canapé in zijn woonkamer en ademde zwaar.
 

Plots sloeg er iets tegen het glas van het raam. Pierson stond op en keek ernaar. Er zaten nog wat veren op het glas van de vogel die er tegen was gevlogen.
“PLONK! THUD! THWUNK!” Er botsten meer kraaien tegen het raam. Er verschenen kleine barstjes in het enkel glas, en François Pierson dacht ook dat hij bloed zag, hoewel het zwart was. Meer en meer kraaien sloegen tegen het raam. De kleine scheurtjes werden groter. De kraaien lieten een zwarte vloeistof achter die door de barsten in het raam naar binnen druppelde, over de crèmekleurige canapé en op de vloer een inktachtige plas achterliet.

 

François werd bang. Hij deed een stap achteruit, weg van het raam en gleed bijna uit in de zwarte plas op de tegelvloer. Het leek alsof de kraaien buiten waren gestopt. Maar toen leek het plots alsof de plas op de vloer ademde, of in ieder geval alsof er een soort leven in zat. De plas borrelde, hij spatte en spuugde. Na even stegen er zwarte druipende vleugels uit op. François  zag tot zijn ontzetting hoe een kraai zich stilletjes uit de plas bloed optrok, zichzelf in de lucht lanceerde, naar hem toe, gevolgd door een aantal anderen.
 

"Wat dit ook is, ik ben weg!" zei François tot zichzelf. Hij rende door zijn flat naar de deur. Hij deed de deur open, en wie zou daar anders moeten staan wachten dan zijn vriendin de rosse kat? Ze rende langs François heen, de woonkamer binnen.
 

"Nee! Niet doen!" probeerde hij haar te waarschuwen.

Maar de kat luisterde niet. Na een paar ogenblikken van aarzeling rende hij ook terug naar zijn woonkamer. Daar heerste absolute stilte. Toen begon plots de zwarte plas weer te borrelen. Kraaien stegen er uit op en gingen overal zitten, op de kast, op de tafel, op de kleine TV, op de lampadaire in de hoek van de kamer…
 

De kat siste. De kraaien vielen de kat aan, maar dat hadden ze beter niet gedaan. François keek toe hoe de kat de kraaien één voor één uit elkaar scheurde. Er was maar één kraai die ontsnapte aan de woede van de kat. Die ging op de vlucht. Zij fladderde naar het raam, barstte er doorheen en verbrijzelde glas in een vlaag van veren en zwarte vloeistof.
De kat sprong eerst op de canapé en dook van daar uit het raam.

 

"Voorzichtig!" riep François, maar de kat viel gracieus met haar vier pootjes op de grond, met de kraai in haar muil. François bekeek de rotzooi in zijn woonkamer, de zwarte vlek, de dode kraaien, de chaos… Hij schudde zijn hoofd en draaide zich om. Hij was de zwarte plas vergeten. Op zijn oude benen gleed hij uit op de zwarte vloeistof, hij stootte zijn hoofd op de rand van de tafel en verloor het bewustzijn...
 

François Pierson schrok wakker op de canapé. Hij zag dat zijn raam niet kapot was. Er waren geen veren of dode kraaien te bespeuren, er was geen plas op de vloer.
 

"Godzijdank!" zei hij tegen zichzelf.

Toen hoorde hij flauwtjes gemiauw buiten. Hij haastte zich zijn flat uit.Tegenover zijn flatgebouwtje, in de buurt van de ingang van het Provinciaal Domein, waar het park begon, stond een oude man die er uitzag als een dakloze clochard. Hij droeg een soort gewaad dat tot op de grond reikte, en had een vuile lange baard. Hij was de rosse kat aan het aaien.
 

"Neem me niet kwalijk, meneer, is dat uw kat?" vroeg François.
 

De man glimlachte, keek François aan en zei:
"Nee, ik denk dat ze van de persoon is die in dat huis woont," hij wees naar een flat in de buurt van die van François.

 

“'O, dan is het geen straatkat.” zei François, een beetje ontgoocheld.
 

“Is er iets wat je dwarszit?” vroeg de oude man.
 

"Nee, ik heb gewoon een... rare droom gehad."
 

"Hmm, wat je zegt," knikte de man. "Vergis ik me als ik denk  dat je misschien last hebt gehad van de Kraaienkoning?"
 

"Wat?" zei François verbouwereerd.
 

De oude man glimlachte. François fronste zijn wenkbrauwen, opende zijn mond om nog iets te zeggen over wat hij gedroomd had, maar dat deed hij niet. In plaats daarvan stelde hij nog een vraag aan de vieze oude man:
 

"Wie ben jij?"
 

"Och, ook gewoon een dwaas die op een dag de kat te eten gaf..." antwoordde die met een knipoog.
 

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: October 01, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Horror Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance