Het Meisje in de Bloemenwinkel

Reads: 27  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: In Progress  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Een nogal schuchtere jongeman die van bloemen planten en tuinen houdt gaat elk weekend naar dezelfde bloemenwinkel. Daar ontmoet hij een verkoopster die hem boeit, maar het water lijkt te diep...

Het Meisje in de Bloemenwinkel


door Bruno Roggen

 


Verwittiging:
 
Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


“Kijk toch naar mij,” dacht Andries Kuppens bij zichzelf in de bloemenwinkel. “Het is toch onbeleefd dat ze een klant niet aankijkt als hij zijn bloemen moet betalen.”
 

“Dat maakt dan 38 euro 75,” zei het meisje. “Betaalt u met contant geld, of met Bancontact?”
 

Haar ogen gingen niet naar omhoog om de zijne te ontmoeten, ondanks de telekinetische aantrekkingskracht die Andries probeerde uit te oefenen om dat te bereiken. Het werkte niet. Ze keek niet naar hem, maar naar haar afgebroken nagels met roze nagellak.
 

Het was niet de eerste keer dat Andries in die bloemenwinkel kwam. Hij dacht dat hij haar niet ééns had zien glimlachen. Toch voelde hij zich aangetrokken tot deze jacht om iets, wat dan ook, in haar te inspireren. Maar ook al zouden haar vaardigheden op het gebied van service aan klanten verbetering kunnen gebruiken, Andries wachtte nog steeds op de dag dat haar ogen de zijne zouden ontmoeten en er iets zou vonken...
 

Vandaag was duidelijk niet die dag. Andries onderdrukte een zucht. Hij ritselde in zijn binnenzak naar zijn portefeuille en schuif zijn bankkaart in de kaartlezer. Toch keek ze niet naar hem op. Hij probeerde zich niet te storen aan hoe zij hem eigenlijk negeerde, aan de geur van nat gebladerte of de vochtige lucht in de bloemenwinkel. Zelfs de kleine palmplanten die Andries had gekocht zagen eruit alsof ze gingen verwelken door de minachting van het meisje… Toch  verpakte zij ze in doorschijnende folie voor hem. Andries dacht dat er toch nog hoop was voor een verbetering van haar service aan de klanten…
 

Haar naam had hij niet gevraagd in de weekenden dat hij hier naartoe was gekomen. Iets aan haar weerhield hem ervan om die te vragen. Zo graag wou hij haar leren kennen. Hoe zielig! Het enige wat hij deed was haar van een afstand belonken, maar als ze maar een paar centimeter ver van hem weg was kon hij alleen maar knikken, met zijn ogen knipperen en proberen zijn tong los te maken.
 

Er ging weer een trage zondagochtend voorbij en Andries liep weer weg zonder de naam van het bloemenwinkelmeisje te weten. Zo graag had hij haar beter leren kennen… Het was niet haar schoonheid die hem als eerste opviel. Ze was wel schattig, maar er waren genoeg schattige meisjes te vinden in elke stadswijk. Andries dacht dat zijn belangstelling voor haar begon toen hij haar gesprek met een collega hoorde terwijl hij door de pakjes bloemzaden bladerde.
 

“Je ziet er zo uit,” zei ze tegen haar collega, “alsof je een leven vol avontuur gaat leiden. Over een paar jaar ga je het waarschijnlijk waar maken in Brussel of Antwerpen.”
 

Haar woorden deden Andries zijn hoofd omdraaien en haar even bestuderen. De collega zelf was niet veel speciaals om naar te kijken, maar ze leek wel een gloed over zich te hebben die vertrouwen en zelfzekerheid uitstraalde. Wat het bloemenmeisje zelf betrof, ze was tamelijk groot voor een vrouw, wel dichtbij een meter tachtig. Toch was het haar gestalte niet die Andries imponeerde. Er was een vuur in haar ogen dat over zoveel meer sprak.
 

Toen hij haar voor het eerst zag vroeg Andries zich af of ze hem ooit een foto van haar zou laten maken. Meestal spaarde hij zijn camerawerk voor mooie tuinen en de speciale gebouwen in de stad, maar voor haar zou hij een uitzondering hebben gemaakt.
De gedachte maakte hem achteraf een beetje ongemakkelijk. Hij hield er niet van om mensen van dichtbij te leren kennen. Mensen waren teleurstellend. Verontrustend. Ze ergerden hem vaak. Maar haar? Misschien kon hij haar vertederend vinden. Daar wilde hij achter komen.

 

"Ben je het niet beu om door deze winkel te dwalen?"
 

De woorden deden Andries zijn adem stokken. Wat voor grap werd er met hem uitgehaald? Moest hij beter weggaan uit de winkel? Maar in plaats daarvan richtte hij zijn ogen nonchalant op het meisje van de bloemenwinkel. Hij wou iets antwoorden, maar zijn tong zat vastgeroest in zijn mond...
 

“Idioot!” Zo wou hij zichzelf uitschelden. “Dit is je kans voor een gesprek met haar. ZIJ benaderde JOU. Waarom verpest je het?”
 

Maar het bloemenwinkelmeisje leek er niets om te geven. Ze verschoof van voet naar voet alsof ze gewoon jeukte om van hem weg te komen.
 

“Sorry,” zei ze, haar stem mompelde bijna, “maar je bent hier elk weekend. Ik wil hier niet eens zijn, dus waarom zou iemand anders dat willen?”
 

Andries zijn mond viel bijna open. Ze had hem opgemerkt. Ze had hem echt, echt opgemerkt.
 

“Ik ben hier omdat ik van bloemen en planten houd, en ook van tuinieren.” zei Andries. Zijn woorden kwamen langzaam, want eigenlijk wou hij gewoon tijd winnen.
 

“Denk! Denk na! Bedenk iets interessants om te zeggen!” zei hij bij zichzelf. Maar zoals het meisje naar hem tuurde dacht hij dat ze toch niet lang bij hem wou blijven. Hij nam het haar niet kwalijk. Wat voor soort man gaat elk weekend naar een bloemenwinkel om iets interessant te beleven? Wat zouden coole, eigentijdse jongens doen? Andries wist het niet. Hij was nooit een van die geweest…
 

Het meisje boog haar hoofd.
"Ja, ik bedoel, ik dacht dat..." zei ze. “Dat je wel iets beters te doen had dan hier rond te hangen. Verveel je je hier niet? Is er niet iets leukers te doen?”

 

Andries dacht: “Ik weet het niet. Wil je me iets leukers leren?” Maar hij zou die woorden nooit zeggen. Ze zouden als slijm in zijn keel blijven steken, en hij zou stikken in de woorden en er een puinhoop van maken in plaats van iets flirterigs.
 

“Eigenlijk is het mijn oma haar schuld,” zei hij. “Elk voorjaar moest ik haar helpen in de tuin. Ze liet me vooral wieden, maar ook bloemen planten. Het is een beetje een gewoonte geworden.”
 

“Wat zeg je nu eigenlijk? Idioot, idioot, stomme idioot!” dacht Andries bij zichzelf. Tot zijn verbazing grinnikte het meisje, met een hand voor haar mond om haar grijns te verbergen.
 

“Je bent een rare vent!” zei ze, maar ze zag er niet ontgoocheld uit. Andries had eerder kunnen zeggen dat ze bijna geïntrigeerd leek. Hij stond op het punt nog iets te zeggen, misschien iets nog vreemder, gewoon om die lach weer te horen, maar dan wuifde ze hem weg terwijl ze zich terugtrok tussen de emmers met verse bloemen.
 

"Laat me maar weten als je hulp nodig hebt om iets te vinden!" Dat ze nog even moest wachten en bij hem blijven, dat wou Andries zeggen, maar het woord 'wachten' bleef in zijn mond hangen…


Het volgende weekend kocht Andries een mandje met afhangende fuchsia’s om een ??excuus te hebben om naar haar kassa te gaan. Ze keek op, er kwam een glinstering in haar ogen… Andries dacht bijna dat ze weer wilde lachen door de manier waarop haar mond trilde.
 

"Hé daar, hier ben je weer, zoals naar gewoonte," zei ze. "Heb je alles goed gevonden?"
 

Andries wou haar vragen: “Heb je een training voor klantenservice gevolgd terwijl ik weg was? Omdat je normaal gesproken zo'n gesprek niet aangaat…”
Maar die woorden liet zijn tong niet los. Andries had het gevoel dat hij nog amper kon ademen.

 

"Ja," wist hij te zeggen, "Ja, alles is in orde."
 

Ze keek twijfelachtig naar hem, maar scande de streepjescode op het mandje.
 

"Mooie bloemen, fuchsia’s," zei ze. "Zijn ze voor jou of voor iemand anders?"
 

"Ik… Nee, alleen voor mij,” zei Andries, met zijn bankkaart al in zijn hand. "Hoeveel is het?"
 

"Hier krijg je korting op,” zei ze. “Normaal is het 19,95, maar je krijgt dit van mij voor 15 euro rond. Maar dan contant, geen bankkaart.”
 

Deze keer voegde ze niets toe, maar trommelde ze met haar vingers op de toonbank.
 

“Perfect,” zei Andries, “Deze keer zal ik dan contant betalen.”
 

Hij gaf haar een biljet van 20 euro en probeerde niet te kronkelen terwijl haar vingertoppen de zijne bijna raakten.
 

“Oké, hier komt je wisselgeld.” zei ze, terwijl ze de kassa openklapte nadat ze op een paar knoppen had gedrukt.
 

Andries had haar bijna willen zeggen dat ze het wisselgeld mocht houden voordat we iets anders kunnen ruilen.
 

“Ik heb geen briefje van vijf euro,” zei ze. “Ik zal je muntstukken moeten geven.”
 

Toen de munten zijn handpalm raakten balde Andries zijn hand tot een vuist.
 

"Bedankt, tot volgende keer.” zei hij.
 

"We zijn vanaf volgende donderdag gesloten vanwege een aantal renovaties,” zei ze. "Dus, het zal een paar weken duren voordat we weer open gaan."
 

De gedachte haar volgende zondag niet te zien, of de volgende, of die erna, deed Andries zijn hart in zijn borstkas omdraaien.
 

“Bedankt dat je het me laat weten,” zei hij, en dan, voordat hij er beter over kon nadenken, vroeg hij “Trouwens, hoe heet je?”
 

“Lily,” zei ze, “en jij?”
 

“Andries Kuppens” zei hij, “Geen echt mooie naam zoals die van jou.”
 

Lily zag eruit alsof ze wou lachen, alweer, maar dat deed ze toch niet. Het was goed voor Andries zijn zelfvertrouwen.
 

"Goed, Andries, pas op jezelf. Ik hoop je zo snel mogelijk terug te zien."
 

Het is zo'n klein ding, zo iets onbenulligs in het grote geheel van dingen, maar op dat moment voelde het aan als alles. Toen Andries die dag de bloemenwinkel verliet liep hij met een vernieuwde veerkracht in zijn stap…

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: October 05, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance