Zware Kater

Reads: 24  | Likes: 2  | Shelves: 1  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Een jonge vrouw wordt 's morgens halfdronken wakker. Ze herinnert zich niets meer van wat er de avond ervoor en in de nacht gebeurd is. Beetje bij beetje probeert ze de voorbije gebeurtenissen weer samen te stellen, maar er gebeuren rare dingen...

Zware Kater
 

door Bruno Roggen


Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


Het scherpe licht maakte Laura plots wakker. Ze ontwaakte midden op de dag in een bed dat er uitzag alsof er een worstelpartij in had plaatsgevonden. Zelf zag ze er ook uit alsof ze aan dat gevecht had meegedaan: haar broek hing op haar enkels, haar chemisier was losgeknoopt, en één van haar schoenen lag op de vloer, dicht bij de deur van de slaapkamer. Raar genoeg had ze de andere nog aan.
Ze was na gisteravond nog steeds halfdronken en kon niet onmiddellijk opstaan. Ze keek in de spiegel die op het nachtkastje stond. Daarin zag ze een meisje met pluizig, verward haar, uitgelopen make-up en opgedroogd speeksel in een mondhoek.

 

Laura trok een gezicht terwijl ze naar zichzelf keek. Wat een lelijk mens vond ze zichzelf! Ze herinnerde zich amper wat er gisteravond was gebeurd, maar ze was er bijna zeker van dat ze haar appartement niet had verlaten. Ze herinnerde zich wel erg duidelijk dat ze werd ontslagen door die egoïstische en arrogante eikel die Frans Gonnissen heette, en die twee jaar lang haar baas geweest was. Ze was uit Wellen vertrokken zonder baan, met erg weinig geld op haar bankrekening en zonder enige kans om op tijd de maandelijkse aflossing van de hypotheek op dit armzalige appartement te betalen...
 

Laura probeerde op te staan, maar had het gevoel dat iemand in haar hoofd aan het schreeuwen was. Ze kreunde en greep naar haar slapen. Ze voelde zich zo hulpeloos als een jong katje dat op straat werd achtergelaten. Ten slotte sleepte ze zichzelf hier doorheen en stond op.
“Water, ik moet water drinken….”  Dat was het eerste waar ze aan dacht toen ze uit haar bed kroop. Laura ging naar de keuken om te drinken. Ze pakte een glas water en dronk het in één teug leeg, en daarna nog een waarin ze een bruistablet Dafalgan deed oplossen. Het water met de pijnstiller hielp. Het geklop en het geschreeuw in haar hoofd hield op, tenminste voorlopig…

 

De afgelopen nacht bleef vaag in haar gedachten. Laura besloot haar telefoon te pakken en te kijken met wie ze had gesproken. “Oh, meisje,” zei ze bij zichzelf, “je zit in de problemen!” Er waren meer dan twintig telefoontjes in haar telefoonregister, meer dan tien naar Patrick, haar vriend. Of misschien wel haar 'ex' nu? Daar was ze niet zeker van. "Hebben we ruzie gemaakt?" Die gedachte ging door haar hoofd. Er waren nog wat gesprekken geweest: twee telefoontjes van en één naar Veerle, haar vriendin van school, twee telefoontjes naar haar moeder en drie telefoontjes naar Verina, haar zus.
 

"Wat is er gisteravond en vannacht gebeurd?" dacht Laura. Hoe dan ook, het was beter om eerst iets te eten, en dan zou ze proberen zich de gebeurtenissen van gisteravond en daarna te herinneren. Laura opende de koelkast en vond er niets in. Ze mopperde wat scheldwoorden, ritste haar broek dicht, pakte haar handtas en besloot eerst naar de superette te gaan in de straat verder dan de hare.
 

Laura deed de deur open en stond nog steeds versteld. Achter de deur, in plaats van het trappenhuis, zag ze haar woonkamer. Ze stapte voorzichtig door de deur en keek om zich heen. Het was duidelijk haar woonkamer… Haar spullen lagen overal slordig verspreid, haar blauwe regenjas lag op de canapé, twee paar van haar schoenen stonden onder de buffetkast…
Maar hoe was dat mogelijk? Het eerste waar Laura aan dacht was of ze iets anders ingenomen had dan alcohol. Nee, waarschijnlijk niet, ze had nog nooit drugs gebruikt. Of had iemand achter haar rug iets in haar drankje gedaan? Dat gebeurde tegenwoordig regelmatig. Maar als iemand haar gedrogeerd had, wie was dat geweest, en waarmee was het dan gebeurd? Wat was haar vannacht overkomen? Och, misschien had ze maar een momentane zinsbegoocheling…

Ze zou het opnieuw moeten proberen. Laura nam een besluit, en deed de deur een beetje open. Maar tot haar verstomming was het beeld hetzelfde. Ze sloot de deur, slofte terug naar de slaapkamer en ging op haar bed zitten. De dingen werden steeds mysterieuzer. Laura had geen andere keuze dan te proberen zich de gebeurtenissen van gisteravond te herinneren. Waar ze toen was, wat ze had gedaan, met wie ze had gesproken.
“Kom op, meisje je kunt het, denk na.” zei ze bij zichzelf.

Haar geheugen kwam met horten en stoten terug. Nadat ze op haar werk was ontslagen ging ze niet recht naar huis. In Rapertingen was ze gestopt aan Café Transport om iets te drinken. Of eigenlijk, om teveel korte drank op te korte tijd te drinken...
Ze herinnerde zich dat ze, eens thuis, ‘s avonds enkele van haar vrienden en familieleden had gebeld, maar waarover hadden ze gesproken ? De enige kans om erachter te komen was om te bellen. Het eerste nummer op haar lijst was haar vriendin Veerle. Ze probeerde. Laura drukte op de "Bellen"-knop en wachtte. Na een paar kiestonen hoorde ze de ontevreden stem van haar vriendin.

 

"Wat wil je van mij?" vroeg Veerle. “Laat me toch met rust!”
 

"Ben je boos op me?" vroeg Laura haar. "Je doet zo kortaf!”
 

“Durf je me dat nog vragen?” zei Veerle scherp. “Was je dan zo dronken dat je niet eens meer weet wat je gisteren tegen me zei? Perfect! Nu ben ik pas woedend.”
 

“Wacht even, laat het me uitleggen,” protesteerde Laura zwakjes. “Ik ben in de war over wat er gisteren is gebeurd, en jij was de eerste met wie ik heb gesproken.”
 

Laura wilde nog iets zeggen, maar Veerle onderbrak haar:
“Je hebt nu mijn hulp nodig, en je verontschuldigt je niet eens eerst! Waarom zou ik met je praten?"

 

"Misschien omdat we vriendinnen zijn sinds we samen op het college naar school gingen, en één ruzie de vriendschap van ons hele leven toch niet kan veranderen, of wel?”
 

Veerle reageerde nogal snibbig:
"Denk je dat? Want nu weet ik het niet zeker.”

 

Wat had Laura aan de telefoon toch wel tegen Veerle gezegd om zo'n reactie te krijgen? Het moest iets verschrikkelijks zijn geweest!
 

"Veerle, kom op, zelfs de ergste dingen kunnen onze vriendschap niet in de weg staan."
 

“Vind je dat? Dus je denkt dat ik mijn ogen moet sluiten voor jou die me een arrogante, amorele lompe trien noemt? Een troela die alleen in het leven is geslaagd omdat haar moeder haar altijd de hand boven het hoofd hield? En dat ik in feite geen vriendin van je ben, omdat je dacht dat je vriend Patrick je met mij bedroog. Dat Patrick je bedriegt, dat is waar. Hij gaat achter alles aan wat een rok draagt. Maar geloof me, ook als hij het een paar keer met mij probeerde heb ik hem, uit vriendschap voor jou, wandelen gestuurd… Oh, ik was het bijna vergeten! Je vertelde me ook dat je mijn vriendin was geworden uit medelijden. Wat vind je daarvan?"
 

Laura was geschokt. Ze herinnerde zich niet dat ze al die vreselijke dingen tegen Veerle had gezegd.
 

“Kijk, Veerle,” verontschuldigde ze zich, “Het spijt me dat te horen, maar ik kan me echt niet herinneren dat ik die dingen heb gezegd. Nu ter zake: ik zit op de een of andere manier opgesloten in mijn appartement, niet op een natuurlijke manier. En ik wil begrijpen wat er is gebeurd en wat er aan de hand is.”
 

Laura was niet klaar met wat ze nog wou zeggen toen Veerle plots ophing. Ze was letterlijk geschokt. Ze moest en zou meer moeten weten, en de volgende naar wie ze belde was haar vriend, of ex-vriend Patrick. Daar zou ze snel achter komen. Laura aarzelde even en drukte dan op de "Bellen"-knop.
 

"Jij? Wil je me afmaken?" Laura hoorde de lijzige stem van Patrick aan de andere kant van de lijn.
"Heb je er gisteren nog niet genoeg van gekregen?"

 

"Patrick, ik weet hoe stom het klinkt, maar ik herinner me nauwelijks iets van de afgelopen nacht, en ik kan me zeker niet herinneren dat ik ruzie met je had."
 

“Ruzie noem jij dat? Het was helemaal niet zo onschuldig als een banale ruzie! Het leek meer op een atoombom die in je ontplofte. En zowel de explosie als de dodelijke straling waren enorm. Hoe kon je dat vergeten? Houd me toch niet voor de gek!"
 

“Wat een vernietigend beeld schetst hij toch wel van mij!” dacht Laura. Maar ze kon het hem min of meer vergeven. Patrick klonk alsof hij ook nog dronken was.
 

"Heb je gisteren veel gedronken?" vroeg Laura.
 

“Het zijn jouw zaken niet, maar ja, eigenlijk wel. Het heeft me geholpen om door de atoomexplosie heen te komen.”
 

Dat was vreemd. Immers, Patrick dronk nooit. Al hun vrienden vroegen zich altijd af wat er moest gebeuren om Patrick ertoe te brengen om gezellig mee te drinken. Maar nu had hij wel degelijk gedronken, en teveel. Zou dat door haar schuld geweest zijn?
 

“Patrick, wat het ook was, wat ik ook tegen je gezegd heb, het spijt me heel erg. Ik meende niet wat ik zei."
 

“Dus je beweert dat je niet wilde zeggen dat ik het ergste ben dat je is overkomen? Dat eens jij je rug gedraaid hebt ik in het onderbroekje van een ander meisje zit? Om nog maar te zwijgen over de andere dingen die je tegen me hebt gezegd. Dit is helemaal niet grappig!”
 

Terwijl ze zich afvroeg of haar zus Verina en haar moeder ook boos op haar zouden zijn zei Laura tegen Patrick: “Luister, ik zit echt in de problemen. Ik herinner me gisterenavond niet meer, en nu zit  ik vast in mijn appartement. Hoe het komt, weet ik niet, maar ik kan niet meer naar buiten."
 

Patrick was misschien wel een vrouwenloper, maar hij was het type man dat hoe dan ook luistert. Zelfs als ze ruzie hadden en Laura hulp nodig had hielp hij haar altijd. Hij vroeg haar wat er was gebeurd.
 

"Klemt je deur? Of zit ze vast?"
 

“Nee, met mijn deur lijkt alles is in orde. Maar als ik mijn appartement wil verlaten sta ik opeens weer in mijn woonkamer. Ik doe de deur open, en ik zie mijn trappenhal niet meer. Ik weet wat ik heb gezien, hoe raar het ook klinkt.”
 

“Ben je nog altijd dronken, Laura?”  
 

"Nee! Dat was ik wel tot even geleden, maar nu ben ik nuchter.”
 

“Maar wat je zegt is onzin! Hoe is zoiets mogelijk, leg me dat eens uit?" drong Patrick aan.
 

“Tsja, leg jij het me maar uit! Kom naar mijn appartement en probeer mijn deur open te doen. En we zullen zien wat er gebeurt."
 

Laura was een beetje geïrriteerd en vergat hoe raar haar woorden klonken.
 

“Oké, ik sluit mijn ogen voor alles wat er gisteren is gebeurd en kom je bezoeken. Je klinkt als iemand die niet goed wijs is, en ik weet niet zeker of je in orde bent. Ik ben er over twintig minuten."
 

Het was onbelangrijk voor Laura wat de reden was voor Patrick om te komen. Wat veel belangrijker was: hij zou haae helpen, en ze zouden er samen wel uitkomen.
 

Ondertussen ging Laura naar de badkamer om te douchen. Toen ze binnenkwam en op het punt stond haar kleren uit te trekken, zag ze iets op de wastafel liggen. Laura keek beter en zag een kaart liggen met de tekst: "Soms moet je binnen opgesloten blijven om te begrijpen wat echt belangrijk is." Ze liet de kaart vallen en deed een paar stappen achteruit. Waar kwam die kaart vandaan? En wie had die daar gelegd? Diep in gedachten stapte ze in de douche. Er was duidelijk iets vreemds gebeurd. Misschien wist Patrick iets?
 

Laura was zich aan het afdrogen toen ze iemand op de deur hoorde kloppen. Het moest Patrick zijn.
"Ik kom!" schreeuwde Laura naar hem. Ze trok haar badjas aan en ging naar de gang. Ze deed de deur open en zag haar woonkamer weer.

 

"Waar ben je, Patrick?" vroeg Laura. "Ik ben hier en wacht tot je de deur opendoet."
 

Hij antwoorde: "Wel, ik heb de deur open gedaan en nu sta ik voor de woonkamer."
 

"Maak je een grapje? Je hebt ze niet opengedaan! Lach me niet uit!”
 

Patrick klonk beledigd: "Als je me niet gelooft, probeer ze dan zelf open te doen." Hij ademde diep uit en legde zijn hand op de deurknop. Hij probeerde opnieuw de deur open te doen. De knop draaide wel een beetje, maar de deur bewoog niet, nog voor geen millimeter.
 

"Hoe kan ik die verdomde deur opendoen als je ze op slot hebt gedaan!?" Patrick werd nerveus.
 

"Ik heb dat niet gedaan!" Laura was boos dat Patrick haar niet geloofde. Ze begreep echter wel hoe raar de situatie eruit zag.
 

"Prima, als ik je op die manier niet kan overtuigen, zal ik je mijn sleutel geven."
 

Met wat moeite schoof ze de sleutel onder de deur door. Patrick pakte hem en stopte hem in het slot. Hij draaide de sleutel een paar keer om en probeerde de deur te openen, maar het ging niet. Dan draaide hij de sleutel in de tegenovergestelde richting en toen weer in de goede richting, maar het werkte niet.
 

"Ik begrijp niet waarom ik nu opens je deur niet kan open krijgen? De sleutel draait in beide richtingen, maar geen resultaat." riep Patrick naar Laura.
 

"Ik zei het toch! Denk je nog steeds dat ik dronken of niet goed wijs ben?” vroeg Laura.
 

“Ik weet niet wat ik moet denken. Je zei me dat je de deur kon open krijgen, maar je zag het spiegelbeeld van de woonkamer van je appartement. Het klinkt raar, vind je niet?”
 

Het klonk natuurlijk raar…. Maar dan kreeg Laura een inval: "Wacht! Ik zal het filmen!” riep ze. Ze pakte haar telefoon en zette de videomodus aan. Ze filmde zichzelf in het appartement en deed toen de deur open.
 

"Ja, daar is nog steeds mijn woonkamer." Ze stopte de opname  en stuurde de video naar Patrick.
 

"Heb je hem?" vroeg ze.
 

“Ja, maar op de video doe je de deur open, en daar is er een trappenhuis te zien. Niets raars, behalve… wacht, ik ben er niet, maar ik hoor mezelf praten! Hoe is dat mogelijk?" Patrick maakte zich precies zorgen.
 

"Ik zei het toch! Maar jij zei dat je een trappenhuis op de video zag. Maar ik zag mijn woonkamer. Dat is toch al te gek!."
 

“Ik geloof je, Laura. De vraag is, wat nu? Je hebt me bewezen dat je niet gek bent, en ik geloof dat je misschien wel weet hoe ik je kan helpen?'
 

Laura vroeg Patrick om twee minuten te wachten en ging terug naar de badkamer. Ze pakte het kaartje dat op de grond lag en kwam terug. Toen schoof ze de kaart onder de deur door. Patrick raapte ze op en las de tekst.
 

"Wat is dit?" vroeg hij.
 

“Dat wilde ik aan jou vragen. Jij herinnert je de afgelopen nacht natuurlijk beter dan ik."
 

"Nacht? Avond, bedoel je? Ik ben naar je toegekomen toen je me belde. Maar ik was maar tien minuten in die nachtclub en ging weg."
 

"Welke nachtclub?" De informatie over een club leek Laura te verrassen.
 

“Je weet niet eens meer dat je gisteren in de Ipanema Cub was op de Genkersteenweg? Je was al behoorlijk aangeschoten, en je dronk daar nog drie caipirinhas, dus je werd heel snel stomdronken. Dat je daarna niet eens meer wist hoe je heette is eigenlijk niet verwonderlijk, inderdaad.”
 

“Stop met tegen me te schreeuwen! Het is nu niet grappig meer. Je kunt me maar beter helpen om erachter te komen wat er aan de hand is.”
 

“Oké, maar ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik je kan helpen. Ik ben weggegaan uit de Ipanema Club rond half tien. Je belde me om iets na elf uur. en je begon me te smeken om naar hier te komen en je te steunen. Je was dronken en je begon me te verwijten dat ik mijn handen niet van de meisjes kon afhouden, enzovoort. Je eiste dat ik me nog uitsluitend met jou zou bezig houden, en je elke dag na het werk zou komen bezoeken, hoewel je wist dat ik het erg druk heb met mijn humanitair project van de Liefdeseilanden. Maar ik ben toch gekomen, en je was echt ladderzat. En dat je me de schuld begon te geven van geilheid en alle andere hoofdzonden dat heb ik je eerder al verteld.”
 

"Heb je iets raars opgemerkt?"
 

"Ja, jou."
 

“Patrick, ik maak geen grapje!”
 

"Ik ook niet. Je deed erg raar gisteren. Eerlijk gezegd wilde ik gisteren niet komen, en vandaag ook niet. Maar vanmorgen klonk je min of meer normaal.”
 

Opeens ging Laura's telefoon. Het nummer was haar niet bekend.
 

"Iemand belt me, en er is geen nummer, alleen "Onbekend". Wat moet ik doen?" vroeg ze aan Patrick.
 

“Antwoorden natuurlijk! Misschien wordt het dan allemaal duidelijker.”
 

Laura drukte de antwoordknop in en zette de luidspreker aan.
 

"Mensen zijn feilbaar," zei de stem. “En ze hebben meestal later spijt van wat ze hebben gedaan. Ik wil je een kans geven om alles op te lossen, maar hiervoor moet je geïsoleerd zijn van de externe factoren om te begrijpen wat echt belangrijk is.” De stem hing daarna onmiddellijk op.
 

"Heb je dat gehoord?" vroeg Laura aan Patrick. "Wat voor een rare boodschap is me dat! Is dit een grap? Het moet een grap zijn!”
 

“Kom, Laura, rustig aan... Hoe kan het een grap zijn als je je appartement niet kunt verlaten? Mij lijkt dit bloedernstig, zelfs beangstigend.”
 

"Ik weet het, maar alles is zo vreemd en verwarrend, ik weet niet wat ik moet doen!"
 

"Misschien moet je naar de stem luisteren?" Patrick lachte, maar hij klonk zelfverzekerd. “Neem een pauze om erover na te denken. Ik ga naar huis en bel je over twee uur.”
 

"Nee, alsjeblieft, ga niet weg!" smeekte Laura hem.
 

“Laura, ik heb genoeg werk te doen met mijn project, en ik zie echt niet in hoe ik je kan helpen. Afgezien daarvan wil ik niet je oppas zijn. Tot nog eens!"
 

Patrick liet Laura alleen. Ze viel op haar knieën en begon te huilen. Waarom overkwam dit haar? Ze probeerde zich zo goed mogelijk alles te herinneren wat er gisteren was gebeurd, maar het mocht niet baten. Ten einde raad pakte zij de telefoon en belde haar zus Verina.
 

"Verina, ben jij ook boos op mij?" vroeg Laura voorzichtig.
 

"Natuurlijk! Mijn hele leven al. Waarom vraag je me dat nu?"
 

Verina klonk niet alsof ze gisteren ruzie hadden gehad. Haar stem was kalm.
 

"Heb ik je gisteren niet gebeld?" vroeg Laura.
 

“Ja, dat heb je gedaan. Maar je begon me te beledigen, en ik hing op, zelfs een paar keer. Ik dacht dat je dronken was, en het was zinloos om met je in discussie te gaan. Je zou toch de volgende dag bellen, dat wist ik. En hier ben je. Wil je je verontschuldigen?”
 

"Nee. Ja, maar nee. Het spijt me van gisteren, maar ik bel je om een andere reden. Heb je niets vreemds aan mijn gedrag opgemerkt?”
 

“Laura, ik heb niet echt naar je geluisterd, om eerlijk te zijn. Zoals ik al zei, het was zinloos. Je lalde, zo dronken was je."
 

“Juist, ik zie het in. Wel, als er iets was dat je waarschijnlijk was opgevallen....”
Laura klonk wanhopig.

 

“Luister, als het nuttig is, je hebt iets over mama gezegd en dat je haar wilde bellen, maar dat heb je niet gedaan. Ik heb met haar gepraat en ze zei dat je haar nog nooit hebt gebeld.”
 

"Wacht, wat zeg je daar? Ik heb twee uitgaande telefoontjes naar haar, en ze werden beantwoord.”
 

“Heu, ik weet het niet,.. Weet je het zeker? Maar misschien liep het gesprek niet goed, probeerde je ruzie te maken, en besloot mama het me niet te vertellen. Sorry, ik moet gaan. Geert wacht op me."
 

"Wie is Geert?" vroeg Laura.
 

"Als je geïnteresseerd was in mijn leven, had je waarschijnlijk geweten dat ik al twee jaar een minnaar heb die ik dolgraag zie."
 

Verina hing op. Wat een dag! Had Laura al zo lang niet meer met haar familie gesproken? Ze wist niet eens meer waarom ze niet meer met ze praatte, en dat was stom.
Misschien had die onbekende die haar gebeld had gelijk: soms moet een mens het eens gewoon kalm aan doen en nadenken over wat belangrijk voor hem is...

 

Laura rechtte haar rug, en keek vol vertrouwen naar de toekomst.
“Ik bel haar wel, het moet!” dacht ze. Haar handen waren een beetje klam. Ze was nerveus, maar nog steeds zeker van wat ze ging doen. Ze opende het telefoonboek, vond het nummer van haar moeder en belde. Eerste piep, tweede, derde...

 

"Hallo, Laura." Haar moeder antwoordde. Ze klonk erg moe en uitgeput.
 

"Mama, hebben we elkaar gisteren gesproken?" Laura kwam meteen ter zake.
 

“Nee, dat hebben we niet. Verina vertelde me dat je wilde bellen, maar dat deed je niet.”
 

Vreemd. Laura had twee uitgaande telefoontjes. Misschien hing haar moeder al op na de eerste piep? Toen realiseerde Laura zich dat ze al twee jaar niet meer met haar moeder had gesproken.
 

“Het is een tijdje geleden,” zei Laura ongemakkelijk. "Veel te lang…”
 

“Wilde je iets van mij?” vroeg haar moeder. Laura stond op het punt om haar te vertellen over alles wat haar was overkomen, maar veranderde van gedachten. Laura hoorde de zwakke en gekwelde stem van haar moeder en realiseerde zich dat ze ouder werd en niemand wist hoeveel tijd ze nog te leven had.
 

“Nee, ik wilde je gewoon spreken. Ik mis je, mama."
 

Laura hoorde een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. Dit was waarschijnlijk het laatste wat haar moeder verwachtte te horen, maar het meest waardevolle. Ze hadden allebei niet echt onthouden waarom ze niet meer met elkaar praatten, maar nu hadden ze zoveel te bespreken, te huilen en te lachen... Mensen zien pas de echte waarde van dingen als ze iets verliezen. Of, wanneer ze het terugvinden.
 

"Oh mijn god, ik heb zoveel belangrijke dingen gemist in het leven van jou en Verina!" zei Laura met spijt in haar stem.
 

"Je hebt tijd om bij te praten." Die hint gaf haar moeder haar.
 

"Mama, mag ik eens afkomen?" vroeg Laura.
 

"Natuurlijk, wanneer wil je komen?"
 

"Mag het nu?" Laura wilde haar moeder onmiddellijk zien.
 

“Natuurlijk! Ik verwacht je." antwoordde haar moeder. “Met plezier, en tot zo dadelijk.”.
 

"Goed! Ik kom eraan!" zei Laura blij. Ze hing op, pakte haar handtas, keek in de spiegel voordat ze wegging, deed de deur open en rende de trap af. Toen stopte ze even.
 

“O, ik ben vergeten de deur te sluiten.” dacht Laura. Ze rende terug naar boven, sloot de deur met de sleutel en ging met een brede glimlach op haar gezicht naar haar moeder.

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: November 10, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance