Duister Meer

Reads: 13  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

In een stad bij een meer gebeuren akelige dingen. Wat er precies aan de hand is schijnt niemand te weten, of niemand wil erover praten. Een jonge journaliste probeert voor een artikel in haar krant uit te vinden wat en hoe...

Duister Meer
 

door Bruno Roggen

 

Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


Er was iets raar gaande in Hazelstad. Van de ene dag op de andere begonnen er mensen te verdwijnen. Zij werden als ‘vermist’ geregistreerd, omdat de politie nergens hun lichamen kon vinden. Dat duurde enige tijd, totdat een vrijend koppeltje een man in het Duister Meer zag springen. Hij kwam nog één keer boven, en dan was er geen spoor meer van hem. De twee vrijers gingen naar het politiebureau om aan te geven wat ze gezien hadden. De brandweer begon onmiddellijk te dreggen, maar die man vonden ze niet…
 

Nochtans, bijna iedere maand waren er meer en meer van die gevallen. De lichamen kwamen niet aan het oppervlak drijven, en duikers konden ze ook niet vinden op de bodem van het meer. Natuurlijk werd er in Hazelstad druk gepraat over die geheimzinnige zelfmoorden. Niemand wist waarom die mensen dat deden. Immers, de meeste slachtoffers waren gegoede ingezetenen van de stad. Ze hadden succes in hun beroepsleven en kwamen niets te kort. De meesten hadden ook een warm gezin. Nochtans, er was iets dat hen dwong te doen wat ze deden.
 

De mensen van Hazelstad en de wjjde omgeving begonnen van langsom meer het Duister Meer zo niet meer te noemen, maar wel het “Dodenmeer”. Die laatste benaming was eigenlijk wel toepasselijk. In het meer was er geen leven, niet één enkele vis, geen waterslak, salamander, dikkop, kikker noch pad. En het meer was altijd kalm. Er was zelden een rimpel te zien op het wateroppervlak. Nochtans waren er bijna geen mensen die in het meer gingen zwemmen. Wandelaars kwamen er wel. Die gingen soms op een brugje staan om in het kristalheldere bodemloze water van het meer te turen.
 

Maar de laatste gebeurtenissen veroorzaakten meer activiteit rond die rustige plek. De lokale autoriteiten hadden het Duister Meer lange tijd niet gestoord omdat er iets magisch rustgevends was in zijn stilte en kalmte. Nu was dat gedaan. Op verzoek van de bewoners van Hazelstad werd het meer doorzocht. Dagenlang speurden politiemensen, brandweerlui, leden van de Cel voor Vermiste Personen, tot criminologen toe, langs en in het meer, maar ze vonden geen enkele levende of dode ziel.
 

Ondertussen bleven er geregeld mensen verdwijnen. De politiecommissaris van Hazelstad liet het meer de klok rond observeren door wisselende ploegen van zijn politiekorps om zelfmoordenaars op tijd te stoppen. Het hielp echter niet. Voor de ogen van de lokale politiemensen sprongen mensen in het meer en verdwenen voorgoed. Op de vraag aan een politieagent, waarom hij die mensen niet tegenhield, antwoordde die: “Ze hadden echt een reden."
 

Na enige tijd sprong een van de politieagenten zelf in het meer. De commissaris van Hazelstad vond nu dat de maat vol was. Hij probeerde zelfs het benaderen van het meer op bestuurlijk niveau te verbieden, maar dat leek niet nodig omdat de meeste mensen het kost wat kost probeerden te ontwijken. Maar na één week zonder zelfmoordkandidaten, op een zondag, sprong er weer iemand in het meer. Dat incident trok de aandacht van het publiek, tot ver buiten Hazelstad. Journalisten en sensatiezoekers begonnen te arriveren. De politiecommissaris verwelkomde de niet-ingezetenen van Hazelstad met tegenzin en probeerde ze op alle mogelijke manieren kwijt te raken. Het meer trok hen echter aan als een magneet.
 

De commissaris en zijn agenten werden bestookt met vragen:
“Kan u iets zeggen over deze vreemde situatie?”  “Waarom zijn de lichamen niet gevonden?” “Denkt u dat de slachtoffers niet gelukkig waren met hun leven in uw stad?” en andere domme vragen die de commissaris elke dag hoorde. Dachten deze mensen dat hij de antwoorden op hun vragen wist? Als hij al deze vragen had kunnen beantwoorden had hij het probleem waarschijnlijk al opgelost.

 

Elke dag kwamen journalisten, amateur-detectives, bloggers, leden van Facebook en andere sociale media naar de commissaris. Omdat de burgemeester dat zo wou, en die tenslotte het hoofd van de politie was in Hazelstad, stond de commissaris met een gemelijk gezicht al die nieuwsgierigen te woord, ook al was het puur tijdverlies.
 

Maar op een dag kwam een jonge journaliste die werkte voor ‘Belangrijk Nieuws’, een van de grootste kranten in het land, naar hem toe en stelde een onverwachte vraag:

“Mag ik in dat meer gaan zwemmen?”

Haar vraag verraste de commissaris. Aan de ene kant verbood hij de lokale bevolking om het meer te benaderen, maar aangezien de zelfmoorden doorgingen in aanwezigheid van de politie had dat eigenlijk geen zin. Maar zelfs in  rustige tijden zwom er niemand in dat meer.
 

“Wil je echt gaan zwemmen in het Dodenmeer?” vroeg de commissaris. "Maar waarom?"
 

“Ik wil gewoon begrijpen wat er zo speciaal is aan dit water dat mensen erin springen. Ik zou niet alleen willen zwemmen, maar er ook wat tijd willen doorbrengen. Misschien kom ik dan wel op een idee dat tot een verklaring kan leiden.”
 

"Maar dat kan ik u niet toestaan, omdat we in verband met de laatste tragische gebeurtenissen niemand toelaten aan het meer..."  antwoordde de commissaris met onzekerheid in zijn stem.
 

"Het houdt de mensen toch niet tegen om er in te springen," zei het meisje. “Geef dat maar toe.”
 

De commissaris lichtte zijn uniformpet op en krabde zich op zijn achterhoofd om wat tijd te winnen en het juiste antwoord te vinden.
 

"Ja, maar als ik de bewakers weghaal zullen de mensen van Hazelstad me niet begrijpen."
 

“Ze begrijpen u toch niet. Geloof me: als ik zelfmoord wilde plegen, zou u me niet kunnen tegenhouden. Laat me toch zwemmen in het meer!”
 

De commissaris aarzelde even, maar vroeg na een tijdje.
 

"Zou jij in je artikel willen schrijven dat ons meer veilig is?"
 

"Als ik vaststel dat het veilig is, zal ik schrijven zoals het is." antwoordde de jonge vrouw.
 

“Goed dan, het zij zo. Ik zal je officieel toestemming geven als journaliste.”
 

“Dank u, commissaris. Dan ga ik morgen bij het meer slapen.” zei de journaliste die op het punt stond te vertrekken.
 

"Wacht, wat is uw naam?" wou de commissaris weten.
 

“Christine. Christine Pieters.”
 

De volgende dag kwam Christine naar het Duister Meer. Commissaris Jacoby bracht de politie op de hoogte van haar aanwezigheid. Ze sloeg haar tent op aan de oever van het meer, links van het brugje van waar sommige mensen in het water tuurden. Een van de politieagenten sprak Christine aan:
 

"Gaat u hier echt zwemmen?"
 

"Ja, dat is mijn bedoeling. Is er een probleem?" vroeg de journaliste.
 

"Nee, het is al oktober, niet de warmste tijd van het jaar om te zwemmen."
 

"Maar ik ben een meisje dat warm genoeg heeft van haar eigen!” lachte Christine.
 

Ze trok haar kleren uit en had al een zwempak eronder aan. Ze liep naar het water en doopte haar teen erin. Koud was het, kouder dan ze had gedacht... Maar voor haar was er niets dat ze niet zou doen voor een goed artikel. Om zichzelf de ellende te besparen van te lang te moeten bibberen als ze stapje voor stapje in het water zou waden, sprong ze. De aanraking van het water op haar lichaam was totaal nieuw voor Christine, echt ongebruikelijk. Op de een of andere manier voelde het water van het meer niet alleen koud aan, maar ook levenloos. Het meisje dook onder water om er zeker van te zijn dat er echt geen leven in het meer was. Ze keek onder water om zich heen. Niets dat op leven duidde te zien, geen vis, geen waterinsecten, en geen algen. Er was alleen kristalhelder water, als gefilterd.
Nadat ze wat langer gezwommen had kroop Christine terug op de oever.

 

"Wel, heeft u iets gevonden, mevrouw journalist?" vroeg dezelfde jonge politieagent.
 

"Nee, helemaal niets," antwoordde het meisje. “En noem me asjeblieft niet ‘mevrouw journalist’, en laat dat ‘u’ ook maar.”
 

De politieman lachte en salueerde. "Sta me toe?" zei hij. Hij kwam naar Christine toe en gaf haar een handdoek.
 

"Ja, bedankt. Mag ik je iets vragen?" vroeg Christine..
 

"Ja, alsjeblieft, ik heb tijd genoeg. Ik ben hier de hele nacht van wacht."
 

"Zeg me eens, waren er alleen plaatselijke mensen onder de doden? Ik bedoel, enkel mensen van Hazelstad?"
 

“Weet je, we hebben geen enkel lichaam ooit gevonden, maar alleen de lokale bevolking werd als vermist opgegeven. Gemiddeld elke week pleegde er één persoon zelfmoord. Het begon allemaal acht weken geleden, en negen mensen uit Hazelstad werden als vermist opgegeven. We hebben er het raden naar of er ook andere mensen hun einde zochten in het Duister Meer.”
 

"Kun je me meer vertellen over het meer zelf?"
 

“Wat moet ik erover vertellen? Het kreeg niet voor niets de bijnaam ‘Dodenmeer’. Het lijkt erop dat jij, voor zover ik me herinner, de eerste bent die erin zwom. Pogingen van de kikvorsmannen van de brandweer om de lichamen van de vermisten op de bodem van het meer te vinden niet meegerekend.”
 

"Waarom zwemmen mensen er niet in?"
 

De politieman viel stil. Hij dacht na en zei dan: "Daar vraag je me iets… Ik weet het niet eens."
 

"Goed, en wat houdt jou tegen om erin te zwemmen?"
 

"Weet je, ik heb er nooit over nagedacht, maar zelfs in de zomer heb ik geen zin om in dit meer te zwemmen."
 

"Wat als ik je vraag om het nu te proberen?"
 

"Bernaerts! Kom hier! Onmiddellijk!" schreeuwde een andere politieagent die blijkbaar het gesprek gevolgd had.
 

"Het spijt me," verontschuldigde agent Bernaerts zich. “Gerrit Vanhove is de oudste in dienst en ik…”
 

"Geeft niet," zei Christine. “Misschien krijgen we later nog wel de kans om verder te praten.”
 

De jonge politieagent ging naar zijn collega.
 

“Wat vroeg ze je daar allemaal?' vroeg die magere man van middelbare leeftijd.
 

"Niets speciaals… Ze verzamelt gewoon informatie voor haar artikel.”
 

“Ik zweer het, Jaak, als ze iets slechts over onze stad schrijft, kom je er niet ongeschonden vanaf!”
 

“Gerrit, begin niet! Ze is een ernstig meisje, en ze werkt niet voor een rioolkrantje.”
 

“Ze is journaliste, en dat zegt genoeg. Die zoeken altijd sensatie. Ze slepen informatie uit je, de negatiefste het eerst, en die dingen blazen ze nog op in hun artikels.”
 

"Ik denk niet dat ze zo is." zei Jaak, maar Gerrit Vanhove luisterde al niet meer en wandelde weg. Hij pakte zijn spullen bij elkaar, en vertrok, want zijn dienst zat er op.
Jaak bleef voor de nachtdienst. Hij keek aandachtig toe hoe Christine op de oever zat met een deken over haar schouders en uitkeek over het meer. Na een korte aarzeling besloot hij naar het meisje toe te gaan.

 

"Kan je niet slapen?" vroeg de jonge politieagent.

Christine schrok niet echt toen ze zo plots zijn stem hoorde, maar ze trilde een beetje van verbazing. Dat had Jaak Bernaerts gemerkt:
 

"Het spijt me, het was niet mijn bedoeling om je bang te maken."
 

"Nee, ik ben helemaal niet bang. Ik zat gewoon na te denken."
 

"Het is hier prachtig 's nachts, nietwaar?"
 

"Ja, maar een beetje akelig."
 

“Waarom zeg je dat?"
 

"Ik bedoel, mensen gaan hier dood,..." Christine keek naar de verwarde blik op Jaak zijn gezicht en lachte:
"Och, ik maak een grapje. Of toch niet, ik maak geen grapje. Mensen gaan dood, allemaal, vroeg of laat. Ik praat in het algemeen, begrijp je?”

 

Ze lachten allebei. "Vertel me eens een verhaal." zei Christine.
 

"Welk verhaal? Wat bedoel je?"
 

“Wel, elke plek heeft een verhaal. En dit meer heeft er zeker een. Wat is er zo speciaal aan dit meer?”
 

Jaak Bernaerts aarzelde, en hij wiebelde een beetje op één been. Hij herinnerde zich de woorden van zijn oudere collega Gerrit, maar begon toch aan zijn verhaal:
 

“Er is een legende dat het Duister Meer de families van Hazelstad beschermt tegen problemen en onheil omdat het een vagevuur is voor de zielen van de drie families van de stichters van de stad. Op een dag kwamen de vaders van die families bijeen en pleegden zelfmoord in het meer, waardoor hun ziel er voor altijd in vastzit. Zeven dagen later deden de moeders hetzelfde. Toen hun kinderen opgroeiden en hun eigen kinderen opvoedden, pleegden ook de zonen zelfmoord. Dochters deden hetzelfde, maar weer zeven dagen later. Dat is het einde van het verhaal. Daarom wordt het meer ‘Duister Meer’ genoemd en zwemt er niemand in.”
 

“Een spannende legende, wel een beetje griezelig. En wat denk jij? Zijn de recente sterfgevallen op de een of andere manier verbonden met je verhaal?”
 

"Nee, natuurlijk niet!. Dit zijn de verhalen van oude vrouwen.”
 

“Maar mensen zwemmen niet in het meer, en jij ook niet. Ik begrijp dat jouw collega niet wilde dat jij mij dit vertelde, zodat ik niet zou schrijven dat de geschiedenis zich herhaalt, en de erfgenamen van de oprichters het vagevuur van zielen aanvullen?”
 

Christine glimlachte. Jaak was een beetje bang, maar als reactie op zijn schrik barstte de journaliste in luid gelach uit:
 

"Jaak, je bent zo lekker naïef.!”
 

Op dat moment zag Christine in het donker een silhouet dat de pier naderde. Jaak verstrakte en liep naar de brug.
 

“Wacht even!” zei Christine.
 

"Ik moet hem tegenhouden!" riep Jaak naar haar.
 

"Wacht toch even! Volgens de commissaris kon geen enkele politieagent vóór jou een man overtuigen om niet in het meer te springen. Ik heb zo'n vermoeden dat jij dat evenmin zult kunnen. Dus ik raad je aan te wachten tot hij besluit in het water te springen en dan te duiken om hem te redden.”
 

"Er zit logica in je woorden!" zei Jaak, en hij knikte goedkeurend.
 

Ondertussen werd het silhouet steeds duidelijker.
 

"Het lijkt een meisje te zijn." zei Christine. Zij en Rob begonnen de persoon die op de oever dichterbij kwam goed te bekijken.
 

"Ja, dat denk ik ook,“ zei Jaak. “Weet je, vrouwen zijn er nog niet als vermist opgegeven.”
 

“Is dat echt zo? Ik vraag me af waarom. Misschien is het de beurt aan de moeders?”
 

Jaak was gespannen. Hij was niet geneigd de legendes te geloven, maar vanwege Christine begon hij een beetje aan zijn overtuigingen te twijfelen. Op dat moment dook de vrouw in het meer, en Jaak en Christine sprongen zonder aarzelen het water in.Toen ze doken was het water zo helder als de dag en Christine zag het silhouet van een vrouw die aan het verdrinken was. Toen ze snel naar haar toe zwom en Jaak een teken gaf om met haar mee te gaan sleepte iets onzichtbaars de vrouw dieper onder water. Ze verdween gewoon in de mist van het meer. Jaak zwom naar de bodem, maar hij kon niets zien. Hij begon zonder lucht te raken en hij en Christine kwamen allebei uit het meer.
 

“Heb jij het ook gezien?” vroeg Christine. "Iets sleepte haar weg."
 

Jaak was in de war: “Het is moeilijk voor mij om hardop te zeggen wat ik heb gezien, omdat ik bang word nadat ik het heb gezegd. En het oude verhaal wordt werkelijkheid.”
 

“Blijkbaar herhaalt de geschiedenis zich.” zei Christine.
 

Christine en Jaak zaten daar op de oever, tot de ochtend, met hun ogen dicht. Het was moeilijk voor hen om te begrijpen wat ze gezien hadden. En moesten ze dat vertellen, bijna niemand zou hun woorden geloven.
 

“We moeten erover vertellen," zei Christine. “Dit kunnen we niet voor onszelf houden en doodzwijgen.“
 

“En wat gaat er veranderen?” vroeg Jaak. “We zullen als fantasten worden beschouwd en uitgelachen worden. Hoe dan ook, we kunnen wij de zelfmoorden toch niet stoppen.
 

“Maar jawel!” protesteerde Christine. “We moeten uitzoeken hoe we dit kunnen stoppen."
 

"En wat stel je voor?"
 

“We gaan naar het archief van Hazelstad. Ik wil weten of deze legende waar is. Ergens moeten er gegevens zijn over wat er werkelijk is gebeurd met de oprichters van de stad.”
 

Ze gingen naar het archief in de kelders van het stadhuis. Wel wisten ze niet waar ze naar moesten zoeken. Maar ze wisten zeker dat ze achter de waarheid moesten komen. Zoals de meeste bewoners van Hazelstad kende Jaak de namen van de oprichters, dus het was niet moeilijk om hun gegevens in het archief terug te vinden.
 

“Gevonden!” riep Jaak blij uit. Hij overhandigde aan Christine de dossiers van drie families. Ze gingen aan tafel zitten en begonnen samen de familiegeschiedenissen te bestuderen.
 

"Hier staat bijna letterlijk wat je mij hebt verteld, maar in tegenstelling tot de legende staat er gewoon dat ze allemaal zelfmoord hebben gepleegd zonder dat er een echte verklaring voor was."
 

“Het is dus allemaal onverklaarbaar?” zuchtte Jaak.
 

"Tja, duidelijk is het niet… En wie kan beweren dat het de verborgen bedoeling was om de stad tegen boze geesten te beschermen?" lachte Christine.
 

"Dat klopt, je hebt gelijk," antwoordde Jaak in alle ernst. "Wat gaan we doen? Heb jij nog een idee?"
 

"Omdat we de logica kennen van de zelfmoorden moeten we begrijpen welke inwoners van de stad de erfgenamen van de stichters van Hazelstad zijn." zei Christine.
 

Jaak veerde recht, en begon rond te rennen alsof er een idee bij hem opkwam. Hij installeerde zich voor een computer en zei tegen Christine dat er daarin gegevens opgeslagen zaten over alle stadsbewoners.
 

"Ik denk dat we de stambomen kunnen reconstrueren." verzekerde hij de journaliste.
 

"Geweldig idee, laten we het proberen." Christine liep naar de computer en keek naar wat Jaak allemaal deed. Hij begon informatie te zoeken.
 

“Dus kijk, Christine, van negen nazaten van de stichters hebben we al zes slachtoffers. Vier van hen komen uit dezelfde familie, één uit de tweede en de volgende uit de derde. Er zijn nog drie mensen in leven over, van wie twee nog tieners zijn: een 14-jarig meisje en een 16-jarige jongen. Die volwassene is de moeder van het meisje, aangezien de jongen in een pleeggezin woont.”
 

"En wat gaan we doen, ze doen opsluiten om te voorkomen dat ze zelfmoord plegen in het Duister Meer?" vroeg Christine.
 

"Ik weet het niet, maar we kunnen ze niet laten sterven! We moeten iets doen!"
 

"En hoe leggen we dit uit aan je commissaris?" vroeg Christine.
 

Jaak wierp haar een hopeloze blik toe. Daaruit kon ze afleiden dat hij het ook niet wist.
 

"Goed dan," zei ze, "Ik ben journalist, dus ik zal mijn nek uitsteken. Ik neem alle dubieuze en moeilijke gesprekken op mij."
 

De volgende dag gingen Jaak en Christine naar de commissaris. Ze vertelden hem wat ze in de archieven hadden gevonden en wat ze dachten over de overgebleven slachtoffers. Zoals ze al hadden vermoed was de commissaris erg sceptisch over wat ze hem vertelden en begon hun idee te verwerpen.
 

“Hoe stellen jullie je dat voor, jongelui? Wat moet ik aan die drie vertellen? Dat ze zelfmoord zullen plegen, en dat ik ze dus moet in hechtenis nemen? Geef het toch op, jullie verklaring raakt noch kant noch wal!"
 

"Goed, commissaris, we hadden geen ander antwoord van u verwacht, maar we mochten niet nalaten u te informeren." zei Christine.
 

"Wat betekent dat?" vroeg de commissaris achterdochtig.
 

"Niets. We gaan gewoon over naar plan B.” zei Christine om het gesprek af te sluiten.
 

Zij en Jaak verlieten het politiecommissariaat en lieten de commissaris gissen naar hun volgende initiatieven. Een paar minuten later pakte de commissaris de telefoon en belde zijn ondergeschikte:
 

"Volg ze, Vanhove. Houd me op de hoogte van wat ze uitspoken."
 

"Begrepen, meneer de commissaris."
 

Christine en Jaak stapten in haar auto.
 

"Naar wie gaan we als eerste?" vroeg Jaak.
 

“Naar Anna Thoonen. En haar dochter.”
 

Jaak wees haar de weg, en Christine sloeg traagjes de volgende straat in. Toen ze het huis van de Anna Thoonen naderden merkte Christine dat Jaak nerveus begon te worden.
 

“Maak je toch geen zorgen, Jaak,” stelde Christine de politieagent gerust. “We kunnen het aan. Mensen zijn opener en nuchterder dan de commissaris.”
 

Ze stopten bij het huis, stapten uit en liepen naar de ingang. Aarzelend stond Jaak bij de deur. Hij durfde niet aan te bellen, dus nam Christine het heft in eigen handen. Een vrouw van rond de veertig kwam naar de deur en opende die voorzichtig.
 

"Goeiedag, mevrouw Thoonen," zei Christine. “Mijn naam is Christine Pieters. Ik ben journaliste. En dit is Jaak Bernaerts, een politieagent van deze stad. We willen met u praten over de laatste gebeurtenissen.”
 

"Dat mijn dochter en ik de volgende zijn?" Anna stelde plots die retorische vraag. Christine en Jaak keken elkaar verwonderd aan vanwege de reactie van de vrouw.
 

"Kom binnen." zei Anna Thoonen.
 

Christine en Jaak liepen in het huis naar binnen. Het was ruim, maar bescheiden ingericht, en nogal wanordelijk. Netjes en verzorgd was anders, maar daar had Christine geen oog voor. Bij haar thuis was ze zelf ook maar een sloddervos... Maar er was één detail dat Christine opviel: er was geen enkele foto te zien in huis. Ze begon het interieur van de woonkamer met haar ogen te doorzoeken toen Anna plotseling naar haar riep:
 

“Nelly is in haar kamer. Ik weet niet wie van ons de volgende moet zijn, maar ik denk wel dat ik dat ben. Ik ben ouder. Het Duister Meer heeft kinderen nooit opgeslokt. Maar is dat blijvend? Aan de andere kant kostte het nooit het laatste lid van de familie, maar deze keer stierf de hele familie Dirckx.”
 

"Dus u gelooft in de legende?" vroeg Christine.
 

“Iedereen gelooft in de legende,” antwoordde Anna Thoonen. “Zelfs de commissaris. Hij wil het gewoon niet toegeven.”
 

Anna barstte in tranen uit. Christine legde haar hand op Anna's schouder.
 

"Kan ik met Nelly praten?" vroeg ze.
 

Anna knikte bevestigend en bedekte haar gezicht met haar handen. "Ze is in haar kamer op de tweede verdieping," zei ze door haar tranen heen. “Tenminste, een kwartier geleden hoorde ik haar daar nog zingen.”
 

Christine stond op en wilde naar boven gaan, maar ze bedacht zich, en wendde ze zich tot Jaak:
 

“Het meisje hier houden zal veiliger zijn," zei ze. "Vandaag is die dag, en we weten niet wie van hen naar het meer zal gaan om de duik te nemen. Ga jij op zoek naar die jongen? Hij heet Harrie, meen ik."
 

Jaak ging achter Harrie aan, terwijl Christine naar het meisje ging. Ze klopte zachtjes op de deur en vroeg: "Mag ik binnenkomen?"
 

"Ja." antwoordde een zachte meisjesstem van achter de deur.

Christine kwam de kamer binnen en zag een meisje met lang blond haar en lichtgrijze ogen. Ze stapte uit bed en legde het boek “Kruistocht in Spijkerbroek” van Thea Beckman opzij.
 

"Dat is een uitstekend boek, ik heb het twee keer gelezen." Daarmee begon Christine een gesprek met Nelly.
 

"Ik lees het voor de derde keer..." glimlachte Nelly.
 

“Ik heet... begon Christine, maar Nelly onderbrak haar: “...Christine Pieters, ik weet het. Iedereen heeft het over jou."
 

"Ik weet niet of dat goed of slecht is!" grinnikte Christine.
 

“Het is niet goed leven in onze stad.” zuchtte Nelly.
 

De grijns van Christine bevroor op haar gezicht toen ze begreep wat er op het spel stond.
“'Vertel me wat je denkt over wat er gebeurt?” vroeg de journaliste. “Weet jij misschien iets?"

 

Nelly aarzelde. Het was duidelijk dat ze iets wist, maar ze durfde er niet over te praten. Ze begon te spelen met de haarspeld in haar handen en probeerde de juiste woorden te vinden.

Christine zag hoe Nelly aarzelde en probeerde het meisje naar onthullingen te leiden: “We zouden niet willen dat er nog iemand doodgaat. We willen jou en je moeder beschermen.”
 

“Toch gaat niet alles zoals gepland.”
 

"Waar heb je het over?" vroeg de journaliste geïnteresseerd.  
 

“De commissaris. Het is allemaal zijn schuld." beweerde Nelly.
 

“Dat is een nogal ernstige beschuldiging. Kan je mij wat je zegt iets meer in detail vertellen?”
 

“De commissaris heeft een dochter, Veroniek. Ze is al heel lang het lief van die politieagent die bij je is, Jaak Bernaerts, al sinds de middelbare school. Jaak is de enige overgebleven uit de familie Bernaerts. Als ze gaan trouwen, worden Veroniek en hun toekomstige kinderen de erfgenamen van de familie Bernaerts. Het betekent dat ze gedoemd zijn om in de toekomst te sterven.”
 

“Maar waarom is het nu allemaal begonnen? Waarom sterven gezinnen volledig en zoveel eerder dan wanneer hun tijd gekomen is?”
 

“De commissaris heeft het Monster in het meer vroegtijdig wakker gemaakt. Het moest nog dertig jaar slapen en dan de vaders en moeders van gezinnen tot slaaf maken en die hun kinderen doen achterlaten. De commissaris is echter zo tegen het huwelijk van Veroniek en Jaak dat hij het monster wakker maakte, in de hoop dat het Jaak zou grijpen, aangezien hij de enige in de familie is. Vanwege een schending van het ritueel besloot het Monster echter iedereen uit  te schakelen. Het heeft al de families van de stichters van Hazelstad al opgegeten, en nu heeft het de onze overgenomen. Dus Jaak zal de laatste zijn.”
 

Christine hoorde de voordeur opengaan. "Jaak, ben jij het?" riep ze.
 

“Oei, ik ben bang om mama,' zei Nelly zacht. “Ik hoop dat haar niets overkomt…”
 

Christine rende de trap af en zag Anna's silhouet achteruitgaan. Ze rende achter haar aan en greep haar hand.
 

"Anna, doe dit niet," smeekte Christine. "We kunnen alles nog goedmaken, we vinden wel iets.”
 

Pas toen merkte de journaliste in de schaduw de gestalte van Jaak Bernaerts. Hij had Anna met de arm vast en trok haar naar de voordeur. Met wilde ogen staarde hij Christine aan en zei:
 

“Maak je geen illusies, meisje. Je kunt niet weglopen van het meer.”
 

"Geef me één enkele reden waarom ik je dit zou moeten laten doen, en ik laat jullie gaan." zei Christine.
 

"Zelfs als het water kristalhelder en kalm lijkt betekent dat niet dat er geen demonen in zijn."
 

Met die woorden kwam Jaak Bernaerts naar Christine toe en pakte ook haar arm vast in een ijzeren greep. Daarna ging het snel. Zowel Christine als Anna werden gekneveld door Bernaerts en in de nacht met een politiecombi meegenomen naar het Duister Meer. Daar aangekomen maakte Jaak hun boeien los en duwde de twee vrouwen in het diepe water. Christine pakte, eens dat ze in het water lagen, nog even Anna's hand, maar die gleed uit de hare. Christine zag Anna's silhouet verdwijnen in de duisternis van de diepte van het meer. Dadelijk daarna voelde ze hoe een ijskoude hand zich om haar enkel spande en haar ook het Grote Niets in trok.

© Bruno Roggen, Anhée, 2021


Submitted: November 15, 2021

© Copyright 2021 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

Boosted Content from Premium Members

Book / Religion and Spirituality

Book / Mystery and Crime

Short Story / Mystery and Crime

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance