Het Witte Brood is op

Reads: 27  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Status: Finished  |  Genre: Romance  |  House: Booksie Classic

Een hele tijd lang is het erg goed gegaan tussen een oudere man en zijn veel jongere vriendin. Jammer genoeg blijven geluk en harmonie tussen hun twee niet duren. De man begint de vrouw van allerlei dingen te verdenken, en haar zelfs onrechtstreeks beschuldigen...

Het witte brood is op

door Bruno Roggen

 

Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.


 

De laatste tijd was Bram niet meer zo vrolijk. Daar had hij zijn redenen voor. Lydie en hij waren niet een van die koppels die je zou zien en dan bij jezelf zeggen: “Die twee horen echt bij elkaar.” Zij was erg aantrekkelijk, een natuurlijke schoonheid met ros haar en een prachtige bleke huid zonder één enkele rimpel in haar gezicht. Lydie was het soort vrouw dat altijd de blikken van zowel vrouwen als mannen aantrok als ze met Bram samen naar een café of een restaurant ging. Bij de Nieuwjaarsreceptie had een nieuwe medewerker van Lydie zelfs gedacht dat zij Bram zijn dochter was in plaats van zijn lief.

Pardon, mijn excuses!” zei die jongeman, terwijl hij struikelde over zijn woorden en zijn oren helemaal rood werden. “Zij is nog maar… Ik bedoel… Nog eens mijn oprechte excuses!”

'Het is al goed,' zei Bram, hoewel de woorden nog steeds prikten. Lydie van haar kant glimlachte alleen maar en schudde de man de hand, maar tijdens de hele receptie bleef ze ongerust in Brams richting kijken.

Je moet je door zo’n opmerkingen niet laten storen,” zei ze tegen Bram tijdens de rit terug naar hun huis. “Wat maakt het uit wat andere mensen denken? We zijn gelukkig samen, of niet?”

Ze pakte Brams vrije hand in de hare en ze vlocht hun vingers samen. De glimlach die ze Bram schonk had hem ervan moeten overtuigen dat ze gelukkig was, maar hij had nog steeds zijn twijfels.

"Wat ga je doen als ze denken dat ik je grootvader ben?" vroeg Bram, terwijl hij probeerde zijn toon luchtig te houden, maar hij voelde nog steeds een zwaarte in zijn borst.

"Misschien zal ik mijn haar grijs verven uit solidariteit," antwoordde Lydie, terwijl ze grinnikte. “Steek het toch niet in je hoofd. Tot nu toe heb je geen enkele reden om aan mijn liefde voor jou te twijfelen of om jaloers te zijn.

Jij weet altijd wat je moet zeggen,” zei Bram. “Ik zie je toch zo graag, Lydie. Ik kan het je niet vaak genoeg zeggen, maar dat ik zielsveel van je hou, dat weet je.”

Vanuit zijn ooghoeken zag Bram dat Lydie glimlachte.

"Daarom hou je me in je buurt, toch?" vroeg ze al lachend.

Wat ze daarmee bedoelde begreep Bram niet. Vond ze dat hij haar vrijheid te zeer beperkte? Op dat moment dacht Bram niet aan een nakend einde. Was het witte brood dat ze samen aten wellicht op? Misschien had hij op dat moment de roze bril moeten afzetten. Was er met Lydie een reëel probleem? Of ging het maar enkel om misverstanden tussen hun twee? Zelfs nu dat ze al meer dan twee jaar samen waren kende Bram niet eens de helft van de gedachten die in Lydie omgingen.

Bram, je bent belachelijk,” zei Lydie, haar armen over haar borst gekruist terwijl ze bij hun thuis op de divan ging zitten.

Op de receptie had Bram wat teveel gedronken. Hij verloor zijn zelfbeheersing en schreeuwde:

Ik zag hoe je naar hem keek!”

Lydie deed verwonderd: “Naar wie keek ik dan? En hoe keek ik?”

Brams stem verhief zich weer tot een schreeuw:

Die kerel die dacht dat ik je vader was! Geef toch toe dat die jonge vent je niet onverschillig laat!”

Denk wat je wil,” zuchtte Lydie. “Wat, mag ik niet naar andere mannen kijken?" Ze schrok en schudde haar hoofd. “Je doet alsof je me buiten met hem hebt zien vrijen of zo.”

"Misschien niet met hem, maar hoe zit het met al die andere mannen die je elke dag ziet?"

Bram, wees toch redelijk! Je doet net alsof ik naar mijn werk trek met als enige gedachte er een of andere collega te versieren! Ik ben moe, en ik ga slapen. Blijf jij nog maar even beneden om stoom af te blazen.”

Bram was er zeker van dat ze de volgende ochtend een briefje van hun buren op de voordeur of in hun brievenbus zouden aantreffen. Het was niet de eerste keer dat hij in de afgelopen weken zijn stem verhief. Het kwam telkens opnieuw na hetzelfde soort gesprek:

Als hij zinspeelde op haar mogelijke ontrouw werd de blik van Lydie koel, emotieloos. Bram interpreteerde wat er in haar ogen lag als een vage bekentenis van ontrouw. Soms werd Lydie ook sarcastisch:

Kun je dat nog eens voor me zeggen? Me nog eens belasten met je verdenken en me beschuldigen? Ik zal het opnemen en voor je afspelen, zodat je jezelf kunt horen en misschien begrijpen welke onredelijke onzin je vertelt.”

"Ik hoor je niet echt iets ontkennen."

Wat vraag je me precies, Bram? Wil je dat ik mijn telefoon pak en aan jou geef? Wil je door mijn boodschappen en apps bladeren? Ga je gang, als je wilt. Ik heb niets te verbergen."

Bram ging bijna in op haar aanbod, maar hij wist dat als hij dat deed hij elke kans op overleven van hun relatie naar de vaantjes zou helpen. Uiteindelijk zag hij in dat verder gestechel tot niets zou leiden, integendeel. Hij liet zich vallen in de dichtstbije fauteuil en liet zijn handen over zijn gezicht glijden. Hij had een droge mond, met een tong als een rasp en hij had het gevoel dat hij in weken niet had geslapen. Het einde van elke discussie was telkens kalmer als Bram inzag dat schreeuwen of zijn verdenkingen uiten geen stap vooruit in de goede richting waren.

Het spijt me, Lydie,” mompelde hij. "Ik ben zo onzeker. Ik weet niet wat ik in godsnaam aan het doen ben."

Ik weet ook niet wat je in godsnaam aan het doen bent, Bram,’ zei Lydie. 'Maar ik ben er nog, hè? Ik stop er niet mee."

Je ouders hadden gelijk, Lydie. Jij had een zoveel betere man kunnen nemen dan ik."

Onzin, Bram. Jij was de man die ik wou, en niemand anders. Of denk je dat ik achter je rug een soort reserveploeg aan minnaars klaar staan heb? Denk je dat ik daarom een ??geheim zwart notitieboekje van Moleskine heb dat ik voor jou verberg? Al mijn geliefden in de grote, wijde wereld?”

Toen Lydie het zo zei klonk het volkomen belachelijk. Ze was de eerste die haar hand uitstak en de hand van Bram aanraakte.

Het komt wel goed met ons, stelde Lydie haar lief gerust. “We komen altijd door de moeilijke momenten heen. Heb ik geen gelijk?"

Bram wist niet wat hij moest zeggen, maar hij krulde zijn hand om de hare.

Ik zal er nooit achter komen waarom je genoegen nam met een man als ik.” zuchtte hij.

Uit zijn toon bleek dat hij een geruststellend antwoord verwachtte. Misschien was alles in orde geweest als Lydie gewoon had gelachen en er een grap van had gemaakt. Ze was meestal het type dat elke sombere situatie met een goed getimed beetje humor deed opklaren. Maar deze keer zei Lydie niets. Ze kneep gewoon in zijn hand en Bram wist niet of ze hem of zichzelf probeerde te troosten.

Misschien hadden ze hun relatie toen op dat moment voorgoed moeten beëindigen. Misschien zou Bram dan nu niet al die spijt hebben. Hun stekeling gesprek was nog een reden waarvoor Lydie die dag uitging.

"Waarom doe je dit?" vroeg ze. Haar ogen glinsterden van de tranen die ze niet wilde laten vallen. “Ik blijf je zeggen, Bram: er is niets aan de hand. Waarom kan je me niet geloven?”

Bram slaakte een harde blaf die op een lach moest lijken.

Ik nam je telefoon op terwijl je onder de douche stond,” zei hij, “dus je kunt me maar beter vertellen hoe je die vent die Raymond heet kent.”

Hij is een potentiële baas van me,” zei ze. “Hij staat op het punt om tot hoofd van de dienst waar ik werk bevorderd te worden.”

Haar woorden kwamen te snel voor Bram om ze op het eerste gezicht te geloven.

Hij leek wel erg vriendelijk voor iemand die je baas gaat worden. Gewoonlijk laat zo iemand zijn gezag gelden. Of gaat hij je betalen voor overwerk dat je bij hem thuis moet komen doen?”

Die woorden waren het die alles braken wat er nog te redden viel.

Je bent ziek,” zei Lydie, terwijl ze haar autosleutels van het haakje langs het keukenaanrecht pakte. “Ik kan niet geloven dat ik ooit had gedacht dat we dit konden laten werken. Je bent zo verdomd onzeker.”

"Oh, dus nu is het mijn schuld dat je jezelf er niet van kunt weerhouden om met elke man op je werk te flirten?"

Zij schudde haar hoofd. "Ik ga uit. Ergens iets drinken. Alleen. We hebben allebei natuurlijk wat ruimte en bezinning nodig.”

"Prima! Uitstekend, beste Lydie! Je doet maar op... Maar je loopt gewoon weg van deze discussie, zoals je altijd doet.”

Ik ren van je weg.” zei ze, en met die laatste klap liep ze het huis uit en sloeg de voordeur achter zich dicht. Bram kalmeerde eens dat ze weg was. Hij maakte zichzelf wijs dat hij er niet te zwaar aan moest tillen. Ze zou wel terugkomen. Dat deed ze altijd, hoe verhit hun ruzies ook waren…

Maar die avond kwam ze niet terug. Bram belde haar moeder die een half uur verderop woonde, maar hij kreeg geen gehoor. Het antwoordapparaat van Lydie’s moeder stond op, maar na de bieptoon sprak Bram geen boodschap in…

Pas later zou hij over het ongeluk van Lydie horen. Hij was niet haar contactpersoon voor noodgevallen, dus hij werd niet gebeld. De volgende dag werd de stem van haar moeder door de telefoon afgekapt en kortaf:

Doe geen moeite om naar het ziekenhuis te komen. Ze wil je niet zien."

Lydie’s oudste broer was degene die haar spullen uit het huis kwam halen. Toen hij bij de deur stond met de laatste doos, draaide hij zich naar Bram om en zei:

"Ik heb altijd geweten dat ze zoveel beter kon krijgen dan jij."

Bram probeerde niet aan haar te denken… Lydie, die prachtige vrouw die als de zon was voor iedereen die haar ontmoette. Maar Bram besefte dat hij haar eigenlijk niet verdiende. In hun relatie faalde hij elke dag. Het witte brood was op. Hun huwelijksreis duurde niet lang, maar daar had hij alleen zelf schuld aan.

Op een dag die een eeuwigheid later leek kwam Bram er via een andere vriend achter dat Lydie ging trouwen. De man in kwestie? Zijn naam was Raymond. Al die tijd later wist hij nog steeds niet de waarheid over wat er was gebeurd in de lege ruimtes tussen Lydie en hem. Misschien was dat ook maar het beste. Maar Bram betwijfelde dat hij Lydie ooit zou kunnen vergeten. Ze had het ongeval wel overleefd, maar toch was er voor hem een lange rouw begonnen.

© Bruno Roggen, Anhée, 2022


 


Submitted: June 23, 2022

© Copyright 2022 impetus. All rights reserved.

  • Facebook
  • Twitter
  • Reddit
  • Pinterest
  • Invite

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Romance Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Romance

Short Story / Romance

Short Story / Romance