UITBRAAK

Reads: 26  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

Een man krijgt slecht nieuws te horen op de TV. Zijn vrouw die hij jaren daarvoor heeft laten opsluiten in een psychiatrische instelling is daaruit ontsnapt. Hij beseft wat daarvan de consequenties kunnen zijn, en hij treft de nodige voorbereidselen...

UITBRAAK

door Bruno Roggen

 

Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.

Het was een erg hete dag geweest. Nu was het beginnen onweren. Het was erg hard aan het regenen toen Ward het nieuws hoorde. Er was een speciale uitzending van TV-Limburg. Die diende om de mensen niet alleen op de hoogte te brengen van het nieuws, maar ook om ze te verwittigen.

Een “uitbraak” noemde de TV-journaliste wat er gebeurd was. Niet van een insectenplaag of een epidemie zoals Covid, maar van een vrouw die ontsnapt was uit het krankzinnigengesticht van Ziekeren. Ward zuchtte. Het was gebeurd. Hij had het al een hele tijd verwacht, maar nu was het zo ver. Eindelijk was Ingrid uitgebroken. Volgens TV-Limburg was er tot dan toe één enkel slachtoffer gevallen: een jongeman uit Wijer die van zijn werk bij Monroe in Sint-Truiden op weg was naar huis.

Weer zuchtte Ward… Hoeveel meer mensen zouden moeten lijden door de fout die hij had gemaakt? Hij zat daar wezenloos voor zich uit te staren, met zijn ogen aan de TV vastgepind… Bij zichzelf dacht hij: “Wat voor een idioot ben ik toch wel! Het is allemaal mijn schuld. Zij had nooit kwade bedoelingen, en toch liet ik haar opsluiten in dat verschrikkelijke gekkenhuis…”

Hij stond op van de canapé en ging de trap op naar boven, naar zijn slaapkamer. Al twee jaar had hij zich klaar gehouden voor deze dag, voor dit onontkoombaar moment. Ward wist waar Ingrid naartoe zou gaan, waar haar op wraak beluste geest haar heen zou leiden: naar hem…. Hij moest zien aan haar te ontsnappen. Een andere keuze had hij niet.

Hij schoof de kleren in zijn kleerkast opzij en schroefde er de achterwand uit. Daarachter had hij een holte van een halve vierkante meter in de muur uitgekapt en glad gecementeerd. Op twee planken glansde metaal. Ward had indertijd een kleine collectie handvuurwapens met munitie aangelegd. Toen de wet Onkelinx wapenbezit zo goed als verbood had hij zijn pistolen en revolvers niet bij de politie willen inleveren om ze te laten vernietigen. Hij had ze gewoon achter zijn kleerkast in die geheime bergplaats verstopt.

Nu bekeek Ward zijn wapens en zijn kogels weer. Hoewel hij ze al in jaren niet meer had gezien leek er niets veranderd. Er zat zelfs niets onder het stof. In de verzameling zat een mooi 9 mm pistool van Browning, een FN GP Parabellum. Dit was zomaar niet het gewone legerpistool. Een vriend van Ward die in Beverst woonde en bij FN dure jachtgeweren graveerde had dit pistool met de hand bewerkt, het metaal speciaal geblauwd, er gravures op aangebracht en die opgevuld met zilver. Toen Ingrid nog thuis was stelde ze Ward meer dan eens vragen over zijn wapens. Ontwijkend antwoorden, dat kon Ward goed, dus hij gaf haar nooit precieze antwoorden. Hij vond het beter dat zij de waarheid niet kende. Ward pakte nu het GP pistool, stak kogels in de lader en borg het wapen toen voorlopig op onder de matras van zijn bed.

De regen bleef vallen en liep als klodders langs de ruiten naar beneden. Ward hield van de regen. Het zorgde ervoor dat hij zich comfortabel, warm en thuis voelde. Het was een gevoel dat zijn vrienden en de mensen met wie hij sprak vaak verwarde, maar hijzelf begreep het volkomen. Het was zijn enige bron van ontsnapping tijdens dit stressvolle moment, aangezien hij elk moment een bezoeker kon verwachten, een die zelfs de hevigste regen niet kon tegenhouden.

Ward werd wakker van een hard geluid dat van buiten kwam. Het leek op de knal van een voetzoeker. “Verdomme!” dacht hij, “dat ene moment dat ik wakker moest blijven, en ik viel in slaap. Houd jezelf bij elkaar, Ward!”

Hij kroop op zijn knieën behoedzaam naar het raam. Dat droop nog steeds van de regen. Hij tuurde zo goed en zo kwaad het ging naar buiten. Er was niets anders te zien dan een kinderglijbaan, een zandbak en een oude boom in de tuin van zijn buurman. Dan hoorde hij het weer. Ditmaal was het geen knal, eerder een soort luid krabben. Van waar het precies kwam kon Ward niet uitmaken.

Plots verscheen er een grotesk gezicht voor het raam. Het was bedekt met bloed en bekeek Ward met een grote grijns, als een clown. Zij was het, Ingrid. Ze staarde hem bloeddorstig aan als een dier dat op zijn prooi jaagt. Met wijd opengesperde ogen begon ze te lachen. Ward voelde het zweet langs zijn voorhoofd lopen, en zijn borstkas strakker worden. Hij had moeite om te ademen. Hij viel op de grond, maar wist zich op één knie te houden. Hij ademde zwaar en herinnerde zich wat dokter Weltjens hem had geleerd: in, uit, in, uit, in, uit… Het krankzinnige gelach, het dreigende gezicht, de herinneringen… ze stroomden allemaal naar hem terug in een tsunami van angst…

Ward kwam tot rust en draaide zich om naar het raam. Ingrid was weg. Hij haalde zijn pistool van onder de matras en ging naar beneden. “Ik moet aan haar ontsnappen,” dacht hij, terwijl hij zijn pistool steviger vasthield. Beneden liep hij zenuwachtig heen en weer in de woonkamer. “Hoe is het mogelijk dat ze me zelfs heeft kunnen vinden?” zei hij luidop tegen zichzelf. “Ik verhuisde, veranderde mijn adres, veranderde mijn naam, knipte zelfs mijn haar kort en verfde het blond, in godsnaam!”

Wat Ward niet wist, was dat Ingrid zonder zijn medeweten de afgelopen vijf jaar had besteed aan het opbouwen van relaties in een aantal belangrijke grote organisaties, zowel in eigen land als in het buitenland. Haar charme en haar charisma bleken erg doeltreffend als ze correct bij de juiste mensen worden gebruikt. Als ze hem wilde vinden zou ze daar dankzij haar overal vertakte relaties geen enkel probleem mee hebben…

Mijn auto! Ik kan mijn auto gebruiken om mij van haar weg te maken, ja, ja, perfect!” dacht Ward. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. “Open de deur, ren naar de garage achter het huis, spring in de auto, en je bent in veiligheid.” Het klonk goed in zijn hoofd. Het zou vast wel echt werken.

Er was maar één manier om erachter te komen. Hij pakte zijn autosleutels en liep met gespitste oren naar de voordeur. Hij trok langzaam aan de deurklink en opende de deur heel voorzichtig, Door de kleine spleet kon hij naar buiten kijken. Hij klemde zijn FN-pistool nog steviger in zijn hand, met zijn vinger op de trekker. “God, ik hoop dat ze niet hoort of aanvoelt dat ik zenuwachtig ben!” dacht Ward. Hij bleef even staan achter de voordeur, en piekerde over wat hij aan het doen was. Hij moest het doen; hij had geen keus. Wilde hij sterven of blijven leven? Op dat moment had hij geen idee. Een deel van hem dacht dat onmiddellijk sterven beter moest zijn dan het onbekende te doorstaan, een niet te berekenen risico te lopen met wat hij op het punt stond te doen.

Toen deed hij het. Hij rende naar de garage, zwaaide het portier van zijn auto open en sprong hals over kop in zijn auto, een Opel Kadett Coupé uit 1980, een model met beperkte oplage.

Dan rezen de haren Ward ten berge. Hij hoorde een oorverdovende schreeuw achter hem, gevolgd door snelle voetstappen. Hij keek niet achterom; hij wist dat ze zou komen. Hij zat daar als verlamd in de auto, zijn haar doorweekt en zijn kleren voelden zwaar aan. Hij vergrendelde de deuren van de Kadett. Daardoor voelde hij een kort moment van rust totdat hij iets hoorde leeglopen. Zij was het. Ingrid had met een mes zijn rechtervoorband doorgesneden en ze was van plan dat ook met de anderen te doen. Ward startte de motor, zette hem in de versnelling en reed haastig achteruit. Hij zag haar door de voorruit achter hem aan rennen. Haar handen en haar gezicht zaten minder onder het bloed dan voorheen, waarschijnlijk door de regen. Ze zag er nu minder angstaanjagend uit.

Ward glimlachte. Hij reed in achteruit de duisternis in en luisterde naar de regen…

Maar… de auto kwam plots tot stilstand, met een schok, en de motor sloeg af. Ingrid had een betonnen omheiningspaal op de oprit gelegd, en daar was Ward tegenaan gebotst. Ingrid stond langs de auto. Ze grimlachte, met haar tanden bloot. Kwijl droop uit haar mond, net als bij een roofdier dat zijn prooi gaat verslinden…

Eer Ward zijn pistool kon grijpen had Ingrid met een zware bijl al de zijruit ingeslagen. Ward zat daar als versteend, oog in oog met de vrouw die wraak op hem kwam nemen.

Ingrid hief de bijl omhoog, zwaaide ermee, en voor Ward begon nu de eeuwige duisternis…

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2022

 


Submitted: September 08, 2022

© Copyright 2022 impetus. All rights reserved.

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Horror Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Science Fiction