Diepe Put

Reads: 15  | Likes: 0  | Shelves: 0  | Comments: 0

Status: Finished  |  Genre: Horror  |  House: Booksie Classic

Vlak bij de Teut in Zonhoven heeft Ludovicus een oud boerderijtje gekocht, met heel wat grond erbij. In een uithoek van zijn eigendom ligt er een diepe put, opgebouwd met oude natuurstenen. Die put gaat in het leven van Ludovicus een belangrijke rol spelen...

Diepe Put

door Bruno Roggen

 

 

Verwittiging:

Alle overeenkomsten met reëel bestaande personen en/of situaties zijn louter toevallig en vallen volledig buiten de wil, het opzet en de verantwoordelijkheid van de auteur.

 

Het was per toeval dat Ludovicus de oude put had ontdekt, hoewel die op zijn eigendom lag. De oude boerderij die hij had gekocht grensde aan de Teut in Zonhoven. De put lag verborgen tussen braamstruiken. Hij bestond niet uit betonnen buizen, maar uit opeengestapelde natuursteen. Die stenen deden Ludovicus denken aan de Holsteen. Waren ze ook voorhistorisch? Of waren ze pas eeuwen later op de Teut verzameld, en had iemand ze gebruikt om die diepe put te maken? Het primitieve bouwsel stak weinig boven de grond uit, nog niet eens één meter. Ooit had iemand de moeite gedaan om de put te beveiligen. Hij had er prikkeldraad omheen gezet om te voorkomen dat een onvoorzichtige wandelaar per ongeluk in die diepe put zou sukkelen. Maar dat was toch al lang geleden gebeurd, want de prikkeldraad was er niet meer. Hij was na jaren gewoon weggeroest…

Die diepe put beantwoordde perfect aan wat Ludovicus nodig had. Nu had hij zich in het aardedonker weer met veel moeite een weg gebaand doorheen de bramen. Eerst had hij goed om zich heen gekeken om zeker te zijn dat er niemand zag wat hij zinnens was. Maar eigenlijk was dat niet nodig. Het was midden in de nacht, kil en regenachtig. Niemand had het blijkbaar in zijn hoofd gekregen om op dit goddeloos uur aan de Teut te gaan ronddolen in het donker…

De oude put leek nog dieper dan tevoren. Ludovicus was ook net zo doodsbang als hij ooit was geweest wanneer hij over die ongelijke rand van ruw uitgehouwen stenen tuurde waaruit de oude put opgebouwd was.

Die schijnbaar eindeloze duisternis, die zoete en ziekelijke geur en de altijd verontrustende geluiden die uit de donkere diepte naar omhoog weergalmden…. Ze deden hem aarzelen, en overwonnen bijna het besluit dat Ludovicus had genomen, maar hij wist wat er moest gebeuren.

Met alle kracht die hij nog had, hees hij de worstelende vastgebonden massa naar omhoog, naar de uiterste rand van de ruwe stenen. Hij deed het zo voorzichtig mogelijk om zijn houvast niet te verliezen. Het zou belachelijk zijn om nu te falen na alles wat hij had gedaan, na de offers die hij had gebracht, na de vreselijke daden die hij al had verricht.

Waarom moest de vastgebonden vrouw bij bewustzijn zijn? Zij moest weten wat er haar te wachten stond, zij had recht om te weten wat er met haar gebeurde. Zij moest alles wat er haar overkwam beseffen, zij mocht zeker niet sterven voordat zij het duistere water beneden in de diepe put zou bereiken. Ludovicus had geen tijd om over de kwestie na te denken. Plaats voor medelijden was er niet. Het moest gebeuren, er was een besluit genomen, hij wist wat hem te doen stond.

Hij hield het touw een seconde stevig vast, verplaatste het gewicht tussen zijn voeten en duwde de nog steeds kronkelende massa zachtjes naar achter en van zich weg.

Het was wel donker, maar toch ging er een stuiptrekking van afschuw door Ludovicus heen toen hun ogen elkaar ontmoetten, voor de laatste keer samengeknepen, en er een uitdrukking van totale wanhoop over het gezicht van de gebonden vrouw flitste. Terwijl die snel en geruisloos wegviel in de duisternis van de diepe put, bleef het afschuwelijke schouwspel Ludovicus bij. Hij kneep zijn ogen dicht, draaide snel zijn hoofd weg en luisterde naar die nu bekende doffe plons die in de diepte te horen was toen het lichaam uit het zicht verdween.

De nacht was donker. Er overviel Ludovicus een vreselijk claustrofobisch gevoel toen hij een paar seconden later zijn ogen opendeed, in een poging iets te herwinnen dat leek op kalmte. Hij wachtte weer op een definitieve afsluiting, op een geruststellende gebeurtenis die het gevolg was van zijn duivelse daad, maar die was er niet, die was er nooit. Het maakte niet uit hoe lang hij wachtte, of dacht aan de vele keren daarvoor dat hij dezelfde gemene en weerzinwekkende daad had begaan, Ludovicus hoorde nooit meer iets van uit de walgelijke diepten beneden in de put.

Maar toch, dacht hij, terwijl hij omhoogkeek naar de donkere lucht met ontelbare sterren, het is toch altijd het donkerst voor zonsopgang? Wat hij had gedaan had hem bijna helemaal uitgeput. Het was nu tijd om nog rustig enkele uren te gaan slapen.

Toen hij wakker werd, wreef hij zijn handen in elkaar bij de gedachte aan vers gezette koffie en boterhammen van zwart brood met gebakken spek ertussen.

Plots kwam het bij Ludovicus op dat hij eraan moest denken om wat water mee te nemen naar de weide waar zijn schapen liepen. Maar waar was die metalen emmer gebleven die hij daar altijd voor gebruikte?

Ongeveer vijf jaar geleden was Ludovicus verhuisd naar een boerderijtje aan de rand van de Teut dat hij “Het Kleine Paradijs” noemde. Voor hem werkte het als een ontsnapping aan het stadsleven, een tegengif tegen de eindeloze, zich steeds herhalende, ratrace van eten, slapen, werken, en weer opnieuw van vooraf aan beginnen. Het landleven, dacht Ludovicus, zou helpen om de eindeloze vermoeidheid en de opgehoopte stress te verminderen, en hem misschien zelfs in staat te stellen om weer iets te voelen, misschien zelfs positieve plannen voor de toekomst te maken.

Maar de mens wikt, en het Lot beschikt… Dingen kunnen snel veranderen. Oorspronkelijk was het Kleine Paradijs een geschenk uit de hemel, vooral tijdens de pandemie: een afgelegen boerderijtje aan de rand van een natuurgebied, genoeg hakhout om schijnbaar eindeloos brandstof te oogsten voor de open haard en de houtstoof, een privé bron om water te leveren… Wat heeft een mens nog meer nodig om voor een langere periode alleen en weg van de massa te overleven? Wat nog meer, inderdaad!

Gezien de lage prijs die Ludovicus voor de boerderij had betaald was het natuurlijk geen verrassing dat er iets mis zou zijn met de eigendom. Gelukkig waren het huis, de paar stallingen en de omliggende grond in orde, maar het putwater was dat niet. Dat was altijd vreselijk bitter van smaak en Ludovicus kon het maar korte tijd drinken voordat hij het herhaaldelijk moest koken om de weerzinwekkende smaak zelfs maar een beetje te verminderen.

Na een paar weken gaf hij het op. Het putwater gebruikte hij nog zo weinig mogelijk en hij begon water in flessen te kopen in de plaatselijke Lidl. Maar toch, vaak als hij geen zin had of te moe was om naar de Lidl te rijden, nam hij met tegenzin een paar slokjes van het putwater of kookte hij een kleine hoeveelheid voor koffie.

Lang duurde het niet. Ludovicus was een man van de daad en bleef niet bij de pakken zitten. Hij besloot te onderzoeken wat het water zou kunnen verontreinigen. Misschien kon hij het probleem aanpakken. Pas toen viel Ludovicus iets vreemds op aan het water uit de oude put: het was dat het altijd op de een of andere manier warm was als hij het putte. Dat had hij een tijd lang niet gemerkt, want het moest snel afgekoeld zijn als hij het naar de boerderij droeg. Maar toen begon Ludovicus te onderzoeken hoe het putwater bedorven kon zijn. Hij nam slokjes uit de oude metalen emmer, en vulde oude koffiekoppen met het water. Tijdens het testen viel het me Ludovicus plotseling op hoe sterk de temperatuur van het putwater verschilde van de omgevingstemperatuur.

Ludovicus had al eerder uit putten gedronken. Toen hij jong was en op de Kortenbos woonde had er daar niemand leidingwater en was iedereen aangewezen op een put van waaruit het water met een handpomp werd omhoog gepompt. Hij herinnerde zich die koude, verfrissende kwaliteit van diep, stil water, maar dit smaakte naar iets uit een moeras, iets dat stilstond aan de oppervlakte, iets dat onnatuurlijk en op de een of andere manier verontrustend warm was.

De akelige dromen van Ludovicus waren op dat moment al begonnen. Hij hechtte er weinig belang aan, hoewel hij vaak ‘s morgens badend in het zweet wakker werd. Het was niet ideaal, maar iets waar Ludovicus niet specifiek op had gelet met al het andere dat er in de wereld gebeurde en dat hij in Het Belang van Limburg las en op de radio hoorde. Het was mogelijk een gevolg van het virus, dacht hij, terwijl zijn geest overuren draaide om na te denken over wat hij op de radio had gehoord, zijn hersenen dingen uitwerkten en rationaliseerden wat er in de wereld om hem heen gebeurde.

Meestal liep Ludovicus in zijn dromen over de boerderij, altijd in het donker van de nacht, altijd met een zwakke maan die eenzaam in de verte hing, en bijna, maar niet helemaal de vage mistslierten verlichtten die altijd rond de boerderij en de bijgebouwen leken te slepen.

Dan was er de ster, altijd dezelfde ster, dat vaste punt van dof rood licht, als een heldere robijn die op de een of andere manier altijd naar hem leek te kijken als het halfgesloten oog van een slapend beest. Ludovicus kon zich niet altijd alles herinneren als hij wakker werd, hijgend, glinsterend van het zweet in de halve schemering van de ochtend, maar hij herinnerde zich altijd die ster die op hem neerkeek.

Er was echter nog iets anders, iets anders dat hij zich niet helemaal kon herinneren, iets in het landschap dat zowel bekend als onbekend was. Een knagend gat in zijn geheugen als hij weer bij bewustzijn kwam na weer een nacht van verstoorde slaap.

Het drong pas helemaal tot hem door na een bijzonder heldere droom. Toen besefte hij precies wat het was. Alles draaide rond de oude put die in een verre uithoek van zijn eigendom stond en waar hij zijn water uit putte.

Dat inzicht kwam Ludovicus helemaal niet ten goede. Integendeel, de situatie waarin hij zich verplicht voelde bepaalde dingen te doen droeg helemaal niet bij tot zijn geluksgevoel. Ludovicus was geen bijgelovig persoon, tenminste niet toen hij in het begin naar de boerderij verhuisd was, maar de herhaalde zenuwslopende dromen brachten hem ertoe om in de geschiedenis van de oude boerderij te graven. Zo legde hij de oorsprong van wat hij nu als sinister beschouwde bloot.

De archieven die Ludovicus was gaan raadplegen gingen erg ver terug in het verleden. Zo ontdekte hij dat de boerderij generaties lang in dezelfde familie werd doorgegeven. De vroegste verslagen maakten gewag van een plaatselijke folklore over sprookjesachtige forten, heksen en spoken en onverklaarbare wonderen zowel als natuurrampen. Maar er bleek ook een grote zorg voor de natuur uit. De teksten hadden het over heide, brem en andere struiken die nooit gekapt mochten worden, bramen die niet uitgetrokken of geknipt mochten worden, en delen van het landschap die nooit mochten worden verstoord.

Ludovicus kende natuurlijk het gebied al eerder, uit zijn eigen onderzoek, voordat hij de boerderij had gekocht. De verhalen die hij in de archieven las vond hij voor het grootste deel van die oudewijvenpraat. Hij nam ze met een dikke korrel zout, interpreteerde ze op de juiste manier en liet ze voor wat ze waren.

De geschiedenis van de boerderij vertelde ook over een wrede vroegere eigenaar die de put liet graven tegen de wensen van de Zonhovenaren in, op een plek die de oude overlevering van het land schond, en hoe een vreselijke ziekte kort daarna de streek teisterde. Of tenminste, één voor één verdwenen de lokale bewoners. Een uiterst besmettelijke ziekte, een epidemie? Mogelijk, hoewel er geen geregistreerde verklaring leek te zijn voor de werkelijke reden. Alleen was het een vaststaand feit dat de bevolking in de loop van de tijd afnam. De eigenaar van de boerderij en het omliggende land leek te bloeien en breidde zijn eigendommen al snel uit, niet alleen in Zonhoven, maar ook in Hasselt, Houthalen, Genk en in verscheidene andere aanpalende gemeenten. Tot de verbazing van Ludovicus was de oude boer die was overleden en de boerderij te koop had achtergelaten, schijnbaar de allerlaatste van dezelfde familielijn.

Zijn dromen waren die nacht bijzonder levendig, misschien als gevolg van wat ik hij in de archieven had gelezen. De diepe put was daarin prominent aanwezig terwijl hij rond de gebouwen van de boerderij liep, zoals altijd bewaakt door de rode ster en de lome maan.

Ludovicus stond bij de put, iets wat hij regelmatig had gedaan tijdens zijn wakkere tijd, en hij voelde iets in zichzelf dat hij nooit eerder had ervaren. Het was een soort van beven alsof nervositeit, een zekere opgetogenheid en gejaagdheid hem overvielen, en een verzengende flits van rood licht op hem viel toen hij wakker werd met een angstig gevoel van onontkoombaar onheil.

Het was nog donker buiten toen hij naar het raam liep en naar het maanverlichte landschap keek. Voor het eerst zag ik een ster duidelijk in de donkere lucht boven de vage contouren van de put in de verte. Hoe was dit mogelijk? Was de put niet te ver weg om opgemerkt te worden? Was hij niet verborgen in een wirwar van bramen en wilde struiken die er omheen groeiden?

Er was een rode ster die op Ludovicus neerkeek. Maar hij voelde zich nu stilaan beter, of tenminste voor het grootste deel.

Het was tenslotte een kleine prijs om te betalen, dacht hij. Ludovicus begon de dingen veel beter te begrijpen een paar weken na die laatste droom. Dat was in de nacht dat hij de uiterst irritante en gelukkig dolende hond van zijn naaste buurvrouw Agnes in de val lokte en hem huilend in de diepe put wierp.

Die vervelende hond, dat was natuurlijk niet genoeg. Het water bleef nog steeds bitter en zo goed als ondrinkbaar, totdat Ludovicus uiteindelijk in de plaatselijke bibliotheek bevriend raakte met Juliana, een medemigrant die het Hasseltse stadsleven achter zich had gelaten. Ze hadden dezelfde opvattingen, en Juliana wilde maar al te graag zien wat Ludovicus had gedaan met de boerderij, de gewassen die ik had geplant en de dieren die hij er hield. Ook was zij buitengewoon geïnteresseerd om te weten hoe hij erin slaagde om de zanderige Zonhovense grond te irrigeren en hoe hij de oude waterput gebruikte.

Ze kwam er snel genoeg achter.

Ludovicus probeerde natuurlijk te stoppen met wat hij bezig was, vooral in de kleine uurtjes van de ochtend wanneer hij gekweld lag door schuldgevoelens en wroeging had over zijn meest recente gruweldaad. Hij kon het worstelen met de mensen die in de diepte van de put moesten verdwijnen nooit helemaal uit zijn hoofd krijgen, of de wanhoop en de doodsangst in hun blik voordat ze in de duistere diepte verdwenen.

Elke twijfel werd natuurlijk altijd weggenomen door de aanwezigheid van de robijnrode rode ster in de dromen van Ludovicus, vooral omdat die net dat beetje helderder scheen op die heel speciale nachten.

Zelfs die walgelijke afkeer die Ludovicus voelde nadat hij de weerbarstige lichamen naar de put had gesleept, en ook de gemaakte vriendelijkheid die hij had getoond om zijn nieuwe vrienden uit te nodigen om bij hem te komen eten zakten al snel weg. Hij wist dat het allemaal voor het beste was. De annalen hadden Ludovicus duidelijk gemaakt dat alleen deze offers het put water zoet, drinkbaar en zelfs fris maakten…

En zo was het vanaf die eerste dag tot dan toe, zolang hij de put goed bevoorraadde. Dan werden de akelige dromen op afstand gehouden, het water bleef zoet en fris en het plantenleven bloeide rijkelijk.

De rode ster is er nu. Zij schijnt met haar helder licht boven de diepe oude put. Misschien wil u ze de volgende keer dat u in de buurt van de Teut bent wel eens zien?

Misschien wil u ook Ludovicus zijn vers brood eens proeven bij het avondeten, misschien zelfs in de boerderij overnachten?

U bent van harte welkom.

 

© Bruno Roggen, Anhée, 2023

 


Submitted: January 25, 2023

© Copyright 2023 impetus. All rights reserved.

Add Your Comments:


Facebook Comments

More Horror Short Stories

Other Content by impetus

Short Story / Fantasy

Short Story / Romance

Short Story / Science Fiction